“Magnificat anima mea Dominum!”

Hoe zou de blije blik van Jezus geweest zijn!: dezelfde die straalde uit de ogen van zijn Moeder, die haar vreugde niet meer kon inhouden: Magnificat anima mea Dominum! - en haar ziel verheerlijkte de Heer, omdat zij Hem in zich droeg en naast zich had. O, Moeder!: moge het ook onze vreugde uitmaken om bij Hem te zijn en Hem in ons te hebben. (De Voor, 95)

Ons geloof is geen last en ook geen beperking. Wie dat denkt, levert het bewijs van een heel mager begrip van de christelijke waarheid. Door God te kiezen verliezen we niets, winnen we alles: wie, ten koste van zijn ziel, zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden (Mt 10, 39).

Wij hebben de winnende kaart getrokken en de eerste prijs gewonnen. Als er iets is waardoor we dit niet duidelijk zien, moeten we onze ziel tot op de bodem onderzoeken. Misschien is er weinig geloof, weinig persoonlijk contact met God, weinig gebedsleven. We moeten de Heer vragen —door de tussenkomst van zijn Moeder en onze Moeder— onze liefde voor Hem te doen groeien, ons de gelegenheid te geven de zoetheid van zijn aanwezigheid te smaken. Want alleen in het liefhebben bereikt men de vrijheid ten volle: de vrijheid om het voorwerp van onze liefde nooit, tot in de eeuwigheid, te willen loslaten.

Vrienden van God, 38