“Jezus is weer bij de Vader”

Wat bevat elk afzonderlijk tafereel van het Nieuwe Testament een buitengewone les! - Als de Meester, wanneer Hij opstijgt naar de rechterhand van de Vader, hun heeft gezegd: “Gaat en onderwijst alle volkeren”, blijven de leerlingen in vrede achter. Maar ze hebben nog twijfels: ze weten niet wat ze moeten doen en verenigen zich met Maria, Koningin der apostelen, om vurige predikers te worden van de Waarheid die de wereld zal redden. (De Voor, 232)

Nu onderricht de Meester zijn leerlingen: Hij heeft hun geest ontvankelijk gemaakt voor het begrijpen van de Schriften, en neemt hen als getuigen van zijn leven en zijn wonderen, van zijn lijden en sterven, en van de heerlijkheid van zijn verrijzenis (Lc. 24, 45.48).

Dan leidt Hij hen naar Betanië, heft zijn handen omhoog en zegent hen. - En terwijl Hij hen zegent, verwijdert Hij zich van hen en stijgt op ten hemel (Lc. 24, 50), totdat een wolk Hem aan hun ogen onttrok (Hand. 1, 9).

Jezus is weer bij de Vader. - Twee engelen in witte gewaden komen naderbij en zeggen ons: Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? (Hand. 1, 1 l).

Petrus en de anderen keren met grote blijdschap - cum gaudio magno - terug naar Jeruzalem (Lc. 24, 52). Het is rechtvaardig dat Christus' heilige Mensheid nu hulde, lof en aanbidding ontvangt van alle engelenkoren en van alle legioenen der gelukzaligen in de hemel.

Maar jij en ik voelen ons als wezen: we zijn bedroefd, en we gaan troost zoeken bij Maria.
Heilige Rozenkrans, tweede glorievolle geheim

Ik heb het altijd vanzelfsprekend gevonden, en ik ben er ook altijd blij om geweest, dat de allerheiligste mensheid van Jezus naar de heerlijkheid van de Vader is opgestegen, maar ik denk dat een spoor van droefheid op Hemelvaartsdag ook een teken van liefde is. Hij is volmaakt God en Hij is mens geworden, volmaakt mens, vlees van ons vlees en bloed van ons bloed. En Hij verlaat ons om naar de hemel op te stijgen. Dan moeten we Hem toch wel missen?
Christus komt langs, 117

Het feest van de hemelvaart van de Heer wijst ook op iets anders: dezelfde Christus die ons aanmoedigt bij onze taak in de wereld, wacht op ons in de hemel. Met andere woorden: we houden van ons leven hier op aarde, maar dat is niet definitief, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige (Hebr 13, 14), de permanente.
Christus komt langs, 126

Laten we nu kijken naar de dagen die volgden op Hemelvaart, de tijd van wachten op Pinksteren. De leerlingen waren door de triomf van de verrezen Christus bevestigd in hun geloof en ze verlangden naar de komst van de beloofde heilige Geest. Ze wilden bij elkaar zijn en daarom vinden we ze verenigd cum Maria matre Iesu (Vgl. Hand 1, 14), samen met Maria, de moeder van Jezus.[426] Het gebed van de leerlingen begeleidt het gebed van Maria: het is het gebed van een familie die met elkaar verenigd is.
Christus komt langs, 141

We zeiden dat Jezus naar de hemel is opgestegen, maar in het gebed en in de Eucharistie kan de christen net zo met Hem omgaan als de eerste twaalf deden. Hij kan dezelfde apostolisch ijver hebben en samen met Hem het werk van de verlossing doen, ofwel vrede en vreugde zaaien. Dienen. Het apostolaat is niets anders dan dienen. Als we alleen op onze eigen krachten vertrouwen zullen we op bovennatuurlijk vlak niets bereiken; als we werktuigen van God zijn, bereiken we alles: alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft (Fil 4, 13). God heeft in zijn oneindige goedheid beschikt dat Hij ongeschikte werktuigen wil gebruiken. De apostel heeft daarom geen ander doel dan de Heer te laten handelen en zich volledig beschikbaar te stellen, zodat God door zijn schepselen, door de mens die Hij heeft uitgekozen, zijn verlossende werk kan uitvoeren.
Christus komt langs, 120