“Doet maar wat Hij u zeggen zal”

Te midden van de feestvreugde van Kana merkt alleen Maria maar dat de wijn op is - Zelfs de kleinste gelegenheden om dienstbaar te zijn worden opgemerkt door een ziel die, zoals Zij, leeft vanuit een ware hartstocht om zich aan de naaste te wijden, omwille van God. (De Voor, 631)

Onder alle genodigden bij een van die lawaaierige boerenbruiloften, waarbij mensen uit verschillende dorpen aanwezig zijn, merkt Maria dat er niet genoeg wijn is (vgl. Joh. 2,3). Zij is de enige die het merkt, en wel onmiddellijk. Wat komen de passages uit het leven van Christus ons toch vertrouwd voor! Want de grootheid van God gaat samen met het gewone, het alledaagse. Het is eigen aan de vrouw, aan een oplettende vrouw des huizes, een nalatigheid op te merken en op details te letten die het leven aangenaam maken. Zó heeft Maria gehandeld.

Doet maar wat Hij u zeggen zal (Joh. 2,5).

Implete hydrias (Joh. 2,7). Doe de kruiken vol water... en het wonder geschiedt, in alle eenvoud, heel gewoon. De mensen deden hun werk. Het water was binnen handbereik. En de godheid van de Heer wordt voor het eerst kenbaar. Iets wat heel gewoon is verandert in iets buitengewoons, in iets bovennatuurlijks, als we onze goede wil tonen om te doen wat God van ons vraagt.

Heer, ik wil de zorg voor alles wat mij bezighoudt in uw edelmoedige handen laten. Net als in Kana heeft onze Moeder - uw Moeder! - U zeker al in het oor gefluisterd: 'ze hebben niet genoeg...!'

Laten we onze toevlucht tot Maria nemen als we merken dat ons geloof zwak is. De leerlingen geloofden in Hem (Joh. 2,11) door het wonder dat Christus, op verzoek van zijn Moeder, deed op de bruiloft van Kana. Onze Moeder doet altijd een goed woordje voor ons bij haar Zoon, opdat Hij ons helpt en zich aan ons laat zien, zodat wij kunnen belijden: Gij zijt waarlijk de Zoon van God.

Jezus, geef mij dat geloof waarnaar ik echt verlang! Maria, allerheiligste Moeder, maak dat ik geloof!

De heilige Rozenkarns, tweede geheim van het licht.