Drie dagen met de prelaat in Honduras: de mooiste momenten

Video van de reis van Mgr. Fernando Ocáriz naar Honduras van 10 tot 12 augustus. In San Pedro Sula en Tegucigalpa, samen met gezinnen, jongeren en de gemeenschap van het Instituto Tecnológico Taular, benadrukte hij dat het dagelijkse leven niet weinig, maar juist veel waard is, vanwege de liefde die erin wordt gestoken. We delen ook het verslag en de foto’s.

Mgr. Fernando Ocáriz, Prelaat van het Opus Dei, brengt een pastoraal bezoek aan Midden-Amerika. Deze reis begon van 4 tot en met 9 augustus in Guatemala-Stad. Van 10 tot en met 12 augustus bracht hij een bezoek aan Honduras (San Pedro Sula en Tegucigalpa) en nu zet hij de reis voort naar El Salvador, waar de reis op 15 augustus zal eindigen.

Je kunt de reis ook nog eens beleven via ons account op Instagram.


Op zijn laatste dag in Honduras bracht Mgr. Fernando Ocáriz een bezoek aan het Technologisch Instituut Taular, een van de belangrijkste maatschappelijke initiatieven die door leden van het Opus Dei in dat land worden bevorderd. ’s Middags ontmoette hij echtparen en jongeren, met wie hij sprak over gebed temidden van de eisen van het dagelijks leven, de verering van de heilige Jozefmaría en de relaties tussen verschillende generaties.

Galería de fotos

El prelado del Opus Dei en Honduras (2026)

Woensdag 12 augustus: in Tegucigalpa – “Ik heb veel van jullie geleerd”

’s Morgens verwelkomden studenten, medewerkers, docenten en alumni van het Technologisch Instituut Taular de Prelaat van het Opus Dei, met wie zij hun werk deelden, evenals hun vreugde, moeilijkheden en persoonlijke verhalen. Zij spraken hun dankbaarheid uit voor alles wat daar de afgelopen 30 jaar is verwezenlijkt.

Germán kwam als jonge man vanuit Guayabillas, een klein plattelandsdorpje op zo’n 42 kilometer van Tegucigalpa, naar Taular, met de droom om iets van zijn leven te maken. Woensdag, vele jaren later, keerde hij terug naar diezelfde plek en vertelde hij de Vader wat die kans voor hem had betekend.

Germán vertelde zijn verhaal aan de Vader

Tegenwoordig is hij industrieel ingenieur, heeft hij een masterdiploma behaald aan een universiteit in Barcelona, werkt hij in het management van een van de toonaangevende winkelketens in Honduras en is hij een jaar geleden getrouwd met zijn vrouw Valeria. Toch begon Germán bij het vertellen van zijn verhaal niet met zijn diploma’s of zijn baan. Hij sprak over de mensen die hij op Taular had ontmoet en over een vorming die hem, zoals hij uitlegde, hielp om zowel op menselijk als op spiritueel vlak te groeien.

Enkele leerlingen verwelkomden de Vader buiten de aula met vlaggetjes met het opschrift “Camino del Centenario (Op weg naar het Eeuwfeest)”.

Vervolgens kwam Christopher aan het woord, een jonge student die in een onveilige wijk van de stad woont. Hij vertelde dat hij vaak niet zomaar zijn huis kan verlaten, spelen of vrienden maken in de buurt waar hij woont. Voor hem is Taular een plek waar hij zich veilig voelt, waar hij vrienden en mensen heeft gevonden die hij kan vertrouwen, waar hij wordt aangemoedigd om te studeren, zichzelf te ontwikkelen en een beter mens te worden.

Er waren ook familieverhalen. Azael, de vader van een van de leerlingen, vertelde dat hij zichzelf lange tijd had beschouwd als een ‘man van de wetenschap’, met weinig ruimte voor geloof. Door de dood van zijn vader en de ziekte van zijn jongste zoon heeft hij de genade van God en de nabijheid van Onze-Lieve-Vrouw mogen ervaren, zei hij.

Sinds 1997 zet Taular zich in om jonge Hondurezen een academische, technische, persoonlijke en spirituele vorming te bieden. Verhalen zoals die aan de Vader worden verteld, geven een beeld van de mensen achter de klaslokalen: gezinnen, steun van vrienden en het personeel dat zich inzet om anderen te helpen hun potentieel te ontdekken en met hoop naar de toekomst te kijken.

Aan het einde van de bijeenkomst bedankte de Vader hen die hun verhalen met hem hadden gedeeld: “Hartelijk dank; ik heb veel van jullie geleerd.”

Met gezinnen in Tegucigalpa

Met de vreugde en hartelijkheid die inmiddels kenmerkend zijn geworden voor deze bijeenkomsten, kwamen Hondurezen van alle leeftijden in Tegucigalpa bijeen om bij de Vader te zijn. De sfeer deed denken aan een familiereünie en had de eenvoud waarmee je een geliefde gast in je huis verwelkomt.

Vlak voordat de bijeenkomst met de Vader begon

Aan het begin van de bijeenkomst herinnerde de Vader aan de bijzondere plaats die Honduras inneemt in de geschiedenis van het Opus Dei: het was namelijk de Hondurese legatie in Madrid die tijdens de Spaanse Burgeroorlog vijf en een halve maand lang onderdak bood aan de heilige Jozefmaria en enkele van de eerste leden van het Werk. Vanuit deze herinnering benadrukte hij dat God zelfs in tijden van lijden en onzekerheid altijd aanwezig is, “zoals Hij is, met liefde”, ook al zien we dat vaak niet.

Het gesprek ging verder met Sofi, een studente geneeskunde, die vertelde dat er momenten in haar leven waren waarop haar hoofd vol zat en haar hart tekeer ging, en dat haar gebed daardoor het risico liep een monoloog van zorgen en angsten te worden in plaats van een oprechte ontmoeting met de Heer. In reactie hierop legde de Vader uit dat juist die zorgen ons niet van God verwijderen, maar een onderwerp van gebed kunnen worden en een gelegenheid voor dialoog met Hem. Om dit te bereiken, merkte hij op, is het belangrijk om uit te gaan van het goddelijk kindschap, waarbij men zich een innig geliefde zoon of dochter van God voelt.

Bij deze familiebijeenkomst werd een foto van de heilige Jozefmaria getoond uit de maanden die hij in de Hondurese legatie doorbracht. Op de voorgrond stond een afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Suyapa, de patroonheilige van Honduras.

Tony, de eerste surnumerair van het Opus Dei in Honduras, nam vervolgens het woord met de volgende vraag: hoe kunnen we jongere generaties helpen hun roeping te beleven met dezelfde urgentie, hetzelfde vuur en dezelfde durf die kenmerkend waren voor de heilige Jozefmaria? De Vader verduidelijkte dat de noodzaak tot vrijgevigheid niet alleen geldt voor jongeren, maar voor iedereen, altijd. De sleutel ligt in de eerste plaats in het gebed en in een optimistische levenshouding, waarbij die geest wordt overgebracht door het voorbeeld van een leven in dienstbaarheid. Hij benadrukte dat het geen kwestie van leeftijd is, maar van de rijpheid die voortkomt uit ervaring. “Wij gaan hier nooit met pensioen”, herinnerde hij, waarbij hij liefdevol de heilige Jozefmaria citeerde.

De namiddag omvatte ook een moment van vervroegde viering, aangezien 15 augustus weer een verjaardag is van de priesterwijding van de Vader. Bij deze gelegenheid gaven Gracia en Mauricio hem een sigarettenkoker met een hoesje in de kleuren van de Hondurese vlag. Het cadeau was niet bedoeld als iets praktisch, aangezien de Vader niet rookt, maar was eerder een verwijzing naar een Eucharistische herinnering: tijdens de burgeroorlog gebruikte de heilige Jozefmaria, met gevaar voor eigen leven, een soortgelijke sigarettenkoker om het Heilig Sacrament door de straten van Madrid te vervoeren en te beschermen, om zo de Heilige Communie aan familie en vrienden te brengen.

Tijdens het evenement zorgde een groep jongeren ook voor een levendige sfeer met muzikale optredens die de Hondurese cultuur in de schijnwerpers zetten.

Later vertelde Teté, een moeder, een deel van haar levensverhaal. Zestien jaar geleden werd haar zoon Toñito geboren met een zeldzame aangeboren aandoening die destijds werd beschouwd als levensbedreigend. In maart 2025 waarschuwden artsen hen dat er weinig meer te doen viel, omdat de behandeling waarvan hij afhankelijk was niet langer werkte. Datzelfde jaar kwam er een nieuw medicijn op de markt – het eerste in vijftig jaar – dat het verloop van Toñito’s aandoening zou kunnen veranderen, maar de prijs ervan lag ver boven wat het gezin zich kon veroorloven. Samen met een groep vrienden en haar familie begon ze een noveen voor de zieken tot de heilige Jozefmaria. Op de negende dag van het gebed kregen ze een telefoontje van het farmaceutische bedrijf: ze zouden haar zoon de behandeling voor de rest van zijn leven gratis verstrekken. Aan het einde van haar verhaal sloot de Vader zich aan bij haar dankzegging voor deze gave en voor de voorspraak van de heilige Jozefmaria.

De bijeenkomst werd afgesloten met de zegen van de Vader, die iedereen bedankte voor hun hartelijkheid en vroeg om gebeden voor de Paus en voor alle mensen en intenties die zijn werk en zijn hart bezighouden.


Dinsdag 11 augustus: Bijeenkomst in Ilama

Op dinsdagochtend 11 augustus bracht de Vader, vergezeld door enkele leden van het Werk, een bezoek aan de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Suyapa in Tegucigalpa om de gebedsintenties van iedereen die hij de afgelopen dagen in Midden-Amerika had ontmoet, in de handen van Onze-Lieve-Vrouw te leggen.

Meteen daarna werd de eerste bijeenkomst van de dag met muziek ingeleid; in het centrum Ilama, waar de Vader een groep jonge Hondurese vrouwen ontmoette, volgden het lachen, de blijken van genegenheid en de vragen elkaar in rap tempo op.

De bijeenkomst was een gelegenheid om stil te staan bij de maanden waarin de heilige Jozefmaria tijdens de Spaanse Burgeroorlog zijn toevlucht zocht in de Hondurese legatie in Madrid. Juist het land dat hem en enkele van de eerste leden van het Werk in die kleine ruimte onderdak had geboden, verwelkomde de Vader nu over zijn hele grondgebied en in een feestelijke sfeer.

Enige tijd geleden begon Sonia samen met een paar vrienden elke zaterdag catechismusles te geven. Ze gaf echter toe dat haar goede bedoelingen soms vermengd waren met de wens om een goede indruk te maken, erkenning te krijgen of gewoon tevreden te zijn met zichzelf. Ze vroeg de Vader hoe ze haar hart kon bewaken en het in de goede richting kon leiden.

Handelen vanuit liefde voor God zuivert onze intenties, zei de Vader tegen haar: “We hebben de neiging om een goede indruk te willen maken en daarom moeten we onze intentie zuiveren. We moeten niet verbaasd of ontmoedigd zijn als we die neiging bij onszelf merken.” In plaats daarvan moedigde hij haar aan om God eenvoudigweg te vragen: “Help mij om een betere intentie te hebben, zodat alles tot Uw eer mag zijn.”

Marcela vroeg hoe je ware christelijke liefde kunt onderscheiden van de ideeën die in de hedendaagse cultuur de boventoon voeren, in een samenleving waarin het woord ‘liefde’ wordt gebruikt om bijna elke soort relatie of gevoel te beschrijven. Het antwoord van de Vader was eenvoudig: “Echte liefde streeft naar het welzijn van de mensen van wie je houdt. Dat is liefde, niet je eigen voldoening. Daardoor wordt de liefde steeds zuiverder.”

Andrea bracht vervolgens een persoonlijke zorg ter sprake: hoe de angst voor Gods veeleisende verzoeken – zoals een roeping – te overwinnen en trouw te blijven aan zo’n grote verbintenis. De Vader moedigde haar vooral aan om niets overhaast te doen, en herinnerde haar aan het motto op het familiewapen van Escrivá de Balaguer: Alma calma (“Krachtvol, maar kalm”). “Eerst moet men rustig nadenken en in het gebed raad en inzicht zoeken. En vervolgens hulp vragen aan iemand die ons met wijsheid kan begeleiden.”

Te midden van deze vreugdevolle sfeer zong een groep jongeren een lied. Toen de Vader dat hoorde, merkte hij op: “Dit doet me denken aan sterven uit liefde. Het kruis van Jezus Christus is het bewijs van liefde. Hij stierf uit liefde. En zoals Benedictus XVI altijd zei: het Kruis is de grootste daad van menselijke vrijheid uit liefde.”

Bianca bracht een heel specifieke zorg naar voren: hoe kunnen we onze naaste vergeven en van hen houden als we gekwetst zijn, vooral wanneer er, ondanks onze pogingen om te vergeven, nog steeds gevoelens van woede of verdriet in ons aanwezig zijn?

De Vader herinnerde vervolgens aan enkele woorden van de heilige Jozefmaria: “Het meest goddelijke aan de liefde tot God is dat we degenen vergeven die ons pijn hebben gedaan.” En nog een uitspraak van hem: “Ik heb niet hoeven leren vergeven, want God heeft mij geleerd lief te hebben.” De sleutel, zo zei hij, ligt in het vragen aan de Heer om ons te leren lief te hebben “en dan zal het veel gemakkelijker zijn om te vergeven.”

Karina, die al anderhalf jaar in de huishouding van Espave werkt, vertelde hoe ze door dat werk dichter bij God is gekomen, hoe ze heeft geleerd de zorg voor elke persoon te waarderen en hoe ze het Opus Dei beter heeft leren kennen. “Door heel concrete dingen kan een behulpzame, leerzame sfeer worden gecreëerd”, zei de Vader. “Daarom is dit werk zo belangrijk.”

Paulina, die in haar tweede jaar biologie zit, vertelde dat ze vaak mensen tegenkomt met andere geloofsovertuigingen. De Vader moedigde haar aan om niet bang te zijn om in een universitaire omgeving tot een minderheid te behoren. Hij herinnerde haar eraan dat het christendom vanaf het allereerste begin ondanks alle moeilijkheden is doorgegaan: “De apostelen waren de eerste martelaren; toch gaat de Kerk verder.”

Het gesprek kwam vervolgens op een zeer actueel onderwerp: artificiële intelligentie. Gaby vroeg de Vader om uit te leggen hoe we, vanuit het perspectief van het geloof en het christendom, kunnen voorkomen dat we onze empathie verliezen en oprecht verbonden kunnen blijven met onze naaste. “Empathie behouden betekent van mensen houden.” Tegelijkertijd merkte de Vader op dat technische vooruitgang voor het goede kan en moet worden ingezet: “We moeten de werkelijkheid om ons heen en deze technische processen ten goede gebruiken, door onszelf te vormen in het gebruik ervan en in het juiste gebruik van al deze middelen.”

Katherine komt uit Terra Sur, een koffieteeltgebied in Costa Rica, en gaf de Vader namens haar familie een monster van die koffie. Ze studeert momenteel aan het Surí Centre en werkt in de huishouding van het retraitehuis Pedregales. Vanuit die ervaring wilde ze weten hoe ze in haar dagelijks leven aandacht voor de kleine details kon tonen en God koffie van topkwaliteit kon aanbieden.

De Vader maakte van de gelegenheid gebruik om te vertellen dat “het leven vol kleine dingen zit: zorg dragen voor relaties met anderen, mensen begroeten, glimlachen, je kamer netjes houden. Grote dingen worden bereikt door de kleine dingen en in het gewone leven.”

Tot slot vroeg de Vader om voor de Paus te bidden en spoorde hij de aanwezigen aan om altijd blij te zijn.

“Ga uit naar het diepe”, een uitnodiging aan jonge Hondurezen

In de namiddag van diezelfde dag ontmoette de Vader nog een groep jongeren. Moisés, Ángel en Jorge openden de bijeenkomst met het lied “En mi país” (“In mijn land”). De Vader merkte op dat goede muziek ons kracht geeft en een loflied aan God kan worden als de tekst ervan inspirerend is.

Moisés, Ángel en Jorge zingen "En mi país".

Franzuá, een student natuurkunde, wilde weten hoe hij zijn medestudenten dichter bij God kon brengen. De Vader adviseerde hem om echte vriendschappen te koesteren, van anderen te leren, die relaties met gebed te ondersteunen en op een natuurlijke manier te delen waarin hij gelooft: “Het gaat erom een sfeer van oprechte communicatie te creëren.”

Pablo en Nelson gaven de Vader een voetbalshirt nadat ze hem hadden verteld over enkele van hun sportieve prestaties. Ze vroegen hoe sport kan bijdragen aan het christelijke leven. Mgr. Ocáriz benadrukte de waarde van discipline, inzet en doorzettingsvermogen. Net zoals een atleet een trainingsschema heeft en ernaar streeft dat te volgen, zelfs als de motivatie ontbreekt, is het in het geestelijk leven goed om een leefplan te hebben en je in te spannen om dat na te leven.

“We kunnen dingen niet alleen doen wanneer we daar zin in hebben”, legde hij uit. Het gebed, de Mis en de andere christelijke devotiepraktijken hebben een bovennatuurlijke waarde, maar ze helpen ook om mensen te vormen die in staat zijn hun plichten te vervullen en vooruit te gaan.

César, 17 jaar, stelde een vraag over de eenheid van leven. Tussen school, familie, vrienden, sport en vormingsactiviteiten door gaf hij toe dat hij soms het gevoel heeft dat zijn energie niet voor alles toereikend is. De Vader legde uit dat alle aspecten van het leven, hoe divers ze ook zijn, in de liefde de bron van hun eenheid kunnen vinden.

“We kunnen in alles liefhebben”, zei hij. Wanneer God ons leven binnenkomt, legde hij uit, kunnen we werkelijk dezelfde persoon zijn, of we nu studeren, werken, rusten of met een moeilijkheid worden geconfronteerd. “Wat al die aspecten van het leven kan verenigen, is de liefde voor God” – maar die eenheid in het leven wordt niet in één keer bereikt: “We moeten er elke dag naar streven. En als we tekortschieten, moeten we opnieuw beginnen.”

Terugdenkend aan de oproep van Christus aan de heilige Petrus (“ga uit naar het diepe”), sprak Sergio zijn bezorgdheid uit: hoe kunnen we voorkomen dat we aan de oever blijven staan, hoe kunnen we vermijden dat we ons in een comfortabele routine nestelen en hoe kunnen we ons antwoord aan God levend houden? De Vader nodigde hem uit om zich via het Evangelie – een essentiële bron om Jezus Christus te leren kennen en een persoonlijke relatie met Hem op te bouwen – in diepe wateren te wagen. Hij stelde voor dat dit ‘dieper gaan’ kan beginnen met een heel eenvoudig gebed: “Heer, ik weet misschien niet wat ik tegen U moet zeggen, maar ik wil hier bij U zijn.”.

Johan, een student informatica, wilde weten hoe hij van studeren een gebed kon maken. De Vader antwoordde vanuit zijn eigen ervaring als universiteitsstudent natuurwetenschappen en merkte op dat studie en de wetenschappen iemand ertoe kunnen brengen zich te verwonderen over de schepping. Hij herinnerde eraan dat veel van de grote wetenschappers gelovigen waren en dat dit mogelijk is wanneer de wetenschap met verwondering wordt benaderd in plaats van op een puur pragmatische manier. Hij stelde voor om ons werk te beginnen met een kleine beweging van de ziel: “Heer, ik draag dit werk U op. Help mij het goed te doen en er ook anderen door te helpen.”

David, die anderen wil dienen door middel van de tandheelkunde, vroeg de Vader hoe hij de aanwezigheid van God de hele dag door kon behouden. “We hebben allemaal Zijn kracht en Zijn genade nodig”, antwoordde de Vader. “Het volstaat niet om alleen maar het voornemen te hebben: er zijn concrete middelen nodig, zoals de Mis, het gebed en het Evangelie.” Op die manier “geven die momenten ons kracht, zodat ons hele leven beetje bij beetje naar Hem toe gericht kan worden.”

Santiago stelde een vraag over vrijheid, die soms door sentimentaliteit kan worden beïnvloed. De Vader legde uit dat vrij zijn niet simpelweg neerkomt op doen wat je maar wilt. “Vrijheid is bovenal het vermogen om lief te hebben.”

Tot slot vroeg Juan Antonio de Vader om een boodschap voor de jongeren van Honduras. Het antwoord was eenvoudig en duidelijk: “Het zoeken naar Jezus Christus is de moeite waard.” Niet alleen in bepaalde specifieke omstandigheden, hoe belangrijk die ook mogen zijn, maar in een Persoon: Jezus Christus. De Vader moedigde hen ook aan om niet bang te zijn in een omgeving die misschien onchristelijk lijkt: “De Heer wil op jullie rekenen om anderen te helpen en getuigenis af te leggen.”

En bij moeilijkheden, verleidingen of zelfs misstappen herinnerde hij hen eraan: “Het belangrijkste is om weer op te staan en door te gaan zonder de moed te verliezen.”

De bijeenkomst werd afgesloten met de zegen van de Vader, een foto en een uitnodiging om anderen te helpen de schoonheid van het christelijke leven te ontdekken.


Maandag 11 augustus, ontmoeting met gezinnen in San Pedro Sula: “Groeien is altijd mogelijk”

De Vader bedankte hen voor de hartelijkheid waarmee hij in de stad was verwelkomd. Hij sprak hen liefdevol toe met de uitdrukking van de heilige Jozefmaria: “het martelaarschap van het alledaagse”, waarmee hij verwees naar heiligheid in het dagelijks leven: naast de buitengewone daden die God van sommigen vraagt, vraagt Hij van de meesten van ons gewoon om goed te leven, door met liefde te werken, geduld te tonen bij kleine tegenslagen en dagelijks voor onze gezinnen te zorgen.

“Het gewone leven is niet onbelangrijk: het is van grote waarde vanwege de liefde die we erin stoppen”, zei hij, eraan toevoegend dat wie meer aan anderen denkt dan aan zichzelf, uiteindelijk niet alleen effectiever is, maar ook gelukkiger.

De vrijwilligers heetten iedereen van harte welkom en zorgden ervoor dat de bijeenkomst een heel gezellige aangelegenheid werd.

Daisy is arts en moeder van drie kinderen; zij en haar man zijn beiden lid van het Opus Dei. Ze vertelde hoe ze niet zo lang geleden een kindje vóór de geboorte verloor, dat ze Fátima hadden genoemd. Vanuit die ervaring vroeg ze hoe ze hetzelfde oneindige geduld, dat ze van God had ervaren, ook ten opzichte van anderen en zichzelf kon leren opbrengen. De Vader nodigde haar uit om Christus in anderen te zoeken, waarbij hij een uitspraak van de heilige Jozefmaria aanhaalde: “Naastenliefde bestaat niet zozeer in geven, maar in begrijpen.” “Elke mens is al het bloed van Christus waard”, zei hij tegen haar, zelfs als iemand onaangenaam is of er andere ideeën op nahoudt.

Marco en zijn vrouw Lori steunen initiatieven voor kinderen uit kwetsbare wijken van de stad, en deelden een zorg waar veel mensen vroeg of laat mee te maken krijgen: hoe blijf je volhouden als de resultaten maar lang op zich laten wachten? De Vader antwoordde dat, wanneer je met uitdagingen wordt geconfronteerd, het niet voldoende is om iets te willen: je moet verliefd zijn. “Word verliefd, en je zult Hem niet verlaten!”, zei hij, verwijzend naar het advies dat de heilige Jozefmaria gaf aan mensen die vreesden dat ze niet zouden volharden in hun taak.

Het podium was versierd met een afbeelding van de stad, naast bloemen en planten uit Honduras.

Juan Pablo, vergezeld door zijn vrouw Camille, wilde weten hoe hij jongeren kon helpen die in complexe omstandigheden leven – sociale media, kunstmatige intelligentie, maatschappelijke en politieke veranderingen – waardoor ze moeite hebben om hun doel in het leven te vinden. De Vader stelde voor dat ze hun kracht niet in zichzelf zouden zoeken, maar in God, in het gebed en in hun werk, dat tot gebed wordt wanneer het met liefde aan God wordt aangeboden. Dat, zo zei hij, is de sleutel tot de eenheid van leven. Gezin, werk en geloof mogen geen afzonderlijke wegen volgen, want God is altijd in alles aanwezig.

Victoria vertelde, lachend maar ook een beetje nerveus, dat ze over vijf dagen gaat trouwen. Ze vroeg de Vader om advies over hoe ze God centraal kan stellen in haar huis en in het gezinsleven dat ze op het punt staat te beginnen. De Prelaat raadde haar aan om te proberen “het geluk van de ander na te streven: jij dat van hem, en hij dat van jou.”

Rocío del Pilar sprak over een jaar dat gekenmerkt werd door moeilijke beslissingen en momenten van eenzaamheid en vroeg hoe we God kunnen herkennen wanneer Hij lijkt te zwijgen. De Prelaat herinnerde aan de evangelietekst waarin Jezus achterblijft in de tempel en zijn ouders drie dagen lang bezorgd naar Hem zoeken zonder Hem te vinden: zelfs Onze-Lieve-Vrouw begreep niet helemaal wat er gebeurde en toch bewaarde zij al deze dingen in haar hart. Ook wij kunnen leren te vertrouwen zonder alles te hoeven begrijpen, in de zekerheid dat God ons nooit in de steek heeft gelaten, zelfs als het soms zo lijkt.

Een jonge vrouw, Shekinah, vertelde het verhaal van de bekering van haar familie: het begon allemaal toen ze op 13-jarige leeftijd lid werd van de club Jaribú. Dankzij de vorming die ze daar kreeg, kon ze een jaar geleden het doopsel, de eerste communie en het vormsel ontvangen. Door deze ervaring kwamen ook haar ouders en broers en zussen dichter bij het geloof en lieten zij zich dopen. Haar ouders bereiden zich nu voor op hun kerkelijk huwelijk op 15 augustus aanstaande.

Shekinah vertelde dat ze viool leert spelen. Ze speelde een stuk waar de Vader enorm van genoot, omdat het de melodie was waarnaar hij had geluisterd op de dag dat hij vroeg om toegelaten te worden tot het Werk.

Dina sloot de bijeenkomst af door haar verhaal te vertellen: ze groeide op in een dorpje in Honduras, in een gezin met twaalf broers en zussen, zonder elektriciteit in huis. Vaak moest ze ’s avonds bij kaarslicht studeren. Ondanks deze moeilijke omstandigheden volgde ze een lerarenopleiding in verschillende Midden-Amerikaanse landen en woont ze nu in Panama.

“De plaats waar we geboren worden, bepaalt niet hoe ver we kunnen komen”, zei ze, waarna ze vroeg hoe je de drang om te blijven leren en anderen beter van dienst te zijn levend kunt houden. De Vader vertelde haar dat het altijd mogelijk is om te groeien, zelfs wanneer een baan een materiële grens bereikt. De menselijke kwaliteiten waarmee het werk wordt uitgevoerd – het verstand, de wil en uiteindelijk de liefde die je erin legt – kunnen nooit ophouden met groeien.

Tot slot zorgden enkele jonge vrouwen van de club Jaribú voor extra sfeer tijdens de bijeenkomst met een traditionele Hondurese dans van Garifuna-oorsprong, op het ritme van het lied “Wéndeti Nagaira”, wat “hoe mooi is mijn land” betekent, gekleed in kleurrijke traditionele klederdracht.

Tot slot een traditionele Hondurese dans, begeleid door het lied “Wéndeti Nagaira“.