“Het leven van Jezus loopt ten einde”

Onze zonden zijn de oorzaak geweest van de Passie: van die marteling die het allerbeminnelijkste gelaat van Jezus, perfectus Deus, Perfectus homo, volmaakt God, volmaakt mens, misvormde. En het zijn eveneens onze tekortkomingen die ons thans verhinderen de Heer te aanschouwen, en ons zijn gezicht wazig en misvormd doen voorkomen.

Wanneer onze blik vertroebeld is, wanneer onze ogen verduisterd raken, hebben wij behoefte om tot het licht te komen. En Christus heeft gezegd: Ego sum lux mundi! (Joh. 8, 12), Ik ben het licht der wereld. En Hij voegt eraan toe: Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis, maar zal het licht des levens bezitten. (Kruisweg, zesde statie, nr. 1)

Deze week, die naar oud gebruik de Goede Week wordt genoemd, geeft ons opnieuw de gelegenheid de gebeurtenissen die het leven van Jezus voltooien te beschouwen en mee te beleven. Alles wat de vele uitingen van vroomheid in deze dagen in ons oproepen, is op de verrijzenis gericht, die, zoals sint Paulus schrijft (vgl. 1 Kor. 15, 14), de grondslag van ons geloof is. Maar laten we die weg niet te haastig gaan. We mogen een zeer eenvoudige waarheid, die misschien soms aan onze aandacht ontsnapt, niet uit het oog verliezen: namelijk dat wij aan de verrijzenis van de Heer geen deel kunnen hebben als wij ons niet verenigen met zijn lijden en dood (vgl. Rom. 8, 17). Om Christus op het eind van de Goede Week in zijn glorie te kunnen vergezellen, is het noodzakelijk dat wij dieper doordringen in zijn levensoffer, dat wij ons één voelen met Hem, die heden dood hangt aan een Kruis (...).

Ik vraag u te mediteren over onze Heer, van hoofd tot voeten gewond uit liefde tot ons. Met een zin die de werkelijkheid benadert, kunnen wij met een geestelijke schrijver van eeuwen geleden zeggen: Het Lichaam van Jezus is een toonbeeld van smarten. Bij het zien van de Christus in zijn verscheurdheid, wiens Lichaam levenloos van het Kruis wordt afgenomen en toevertrouwd aan zijn Moeder; bij het zien van die vernietigde Jezus zou men tot de conclusie kunnen komen dat dit tafereel het duidelijkste bewijs van een nederlaag is. Waar zijn de massa's die Hem volgden, waar het Koninkrijk dat Hij had aangekondigd? En toch is het geen nederlaag, maar een overwinning. Nu is het ogenblik van de verrijzenis dichterbij dan ooit; het ogenblik waarop de heerlijkheid zich openbaart die Hij door zijn gehoorzaamheid heeft veroverd. (Als Christus nu langs komt, 95)