De zaligsprekingen (I): Dromen van grote dingen

De tekst van de ‘Bergrede’ heeft het leven verlicht van gelovigen en niet-gelovigen. Het is moeilijk om niet geraakt te worden door deze woorden van Jezus. De Zaligsprekingen zijn de ‘identiteitskaart’ van de christen – dit is onze identiteitskaart -, want ze schetsen het gezicht van Jezus zelf en zijn manier van leven.

Opus Dei - De zaligsprekingen (I): Dromen van grote dingen

Wil je een heilige zijn? Veel mensen zullen aarzelen bij het beantwoorden van deze vraag. Ze stellen zich een grauw bestaan voor dat gevuld is met offers, een leven zonder dromen waarin God Zijn wil met geweld oplegt.

Wil je gelukkig zijn? In dit geval is het antwoord duidelijk: ja, we willen allemaal gelukkig zijn, we willen allemaal een volwaardig leven opbouwen, aan het einde van onze dagen kunnen terugkijken en zeggen: het leven was de moeite waard, mijn bestaan is niet overbodig geweest, ik was nuttig, ik liet sporen na.

Wie Christus benadert, leert het geheim kennen dat wat ons gelukkig maakt, ons ook heiligt. De heilige Jozefmaria zegt terecht dat "het geluk van de hemel is weggelegd voor de mensen die op aarde gelukkig weten te zijn,"[1] want onze dromen zijn die van onze Heer: Hij wil niets liever dan ons helpen met het bereiken van onze hoogste aspiraties, en Hij wil dat de verlangens naar het eeuwige, die wij allemaal in ons dragen, worden vervuld en zelfs overtroffen.

Er wordt gezegd dat een wijs man ooit tegen zijn volgelingen zei: "Als je bij de poorten van de hemel komt, word je slechts één vraag gesteld, slechts één! De mensen om hem heen probeerden de vraag te raden: "Hebben jullie je aan de geboden gehouden?", vroeg de een; "Hebben jullie de armen geholpen?", zei de ander; "Hebben jullie veel gebeden?, zijn jullie naar de kerk gegaan?, hebben jullie je naaste lief gehad?...” De wijze glimlachte en antwoordde: "De enige vraag zal zijn: 'Ben je gelukkig geweest?’ Wie bevestigend antwoordt, zal een plaats hebben bij God.”

Ben je gelukkig geweest? Het is een vraag waarop we kunnen anticiperen: zal ik gelukkig worden met hoe ik mijn leven nu aanpak? We begrijpen al snel dat het niet eenvoudig is om met een duidelijk ja te antwoorden. De toekomst ligt niet helemaal in onze handen en er zijn veel keuzes die we in de loop der jaren zullen moeten maken: zal ik de juiste loopbaankeuzes maken, zal ik de roeping volgen die God voor mij wil, vind ik een persoon die van mij houdt en die ik kan liefhebben, kies ik voor goede vriendschappen, en wat als ik ziek word?

De toekomst ligt voor iedereen open, maar we zijn niet in staat om verder te kijken dan het heden. God staat buiten de tijd en weet wat onze stappen zullen zijn. Daarom kunnen we op bepaalde momenten in het leven als volgt bidden: Heer, ik weet nog niet wat u van mij wilt, of welke uitdagingen eraan komen. Soms twijfel ik over de weg die ik moet gaan, maar ik weet dat U een plan voor mij hebt: U kent zowel de moeilijkheden die ik zal tegenkomen als de talenten die U mij hebt gegeven om ze te overwinnen. Help me daarom om dicht bij U te leven en dat wat ik ook doe en wat er ook gebeurt, ik het juiste pad ga.

Vertrouwen en dromen

Het vertrouwen in God zal ons in staat stellen om ambitieus te dromen en ons te bevrijden van de sterkste rem: de angst om te falen. Maar om echt vrij te zijn, moeten we beide doen: vertrouwen én dromen. Dit is wat de paus zegt: "In Christus, lieve jongeren, vinden jullie de volledige verwezenlijking van jullie dromen. Hij alleen kan aan je verwachtingen voldoen, die vaak gefrustreerd worden door valse wereldse beloftes.[2]

Zoals paus Franciscus suggereert, hoef je slechts terug te kijken om de momenten van ware vervulling te onderscheiden van de momenten die, hoewel aangenaam, weinig roemvol waren. Een feestje waarop we ongeduldig hebben gewacht, uren vol vermaak met videospelletjes of voor de televisie, een uitstapje of een middagje winkelen met vriendinnen, dat zijn activiteiten die ongetwijfeld een goede herinnering kunnen achterlaten, maar niets blijvends. Ze laten geen spoor na in ons hart, want al zijn ze positief, ze hebben geen eeuwigheidswaarde.

In een ontgoochelde maatschappij die het dromen is verleerd, bestaat het gevaar zich tevreden te stellen met een surrogaat van geluk, dat wil zeggen: goedkope imitaties van onze diepste verlangens, die ons direct belonen, waarvoor we weinig moeite hebben gedaan en waar we meestal een prijs voor hebben betaald (in de vorm van geld of tijd). Het is mogelijk om ons jarenlang door het leven te slepen met het plezier van het bezitten van het nieuwste op het gebied van kleding of technologie, of door steeds naar het weekend uit te kijken, tegen elke prijs het gezelschap van vrienden te zoeken, of door compensaties toe te staan als we vrij zijn en een moment voor onszelf reserveren.

Maar dat is niet waartoe we geroepen zijn: "Lieve jongeren”, zegt paus Franciscus, “begraaf jullie talenten, de gaven die God je heeft gegeven, niet; wees niet bang voor grote dromen.” Wanneer we verliefd worden, deelnemen aan een sociaal project, of een vriend een waardevolle dienst bewijzen, ervaren we dat dit de momenten zijn die een fractie van de grootsheid, waartoe we in staat zijn, in ons naar boven halen. We voelen aan dat het ware geluk aan het einde van een lange weg ligt en dat er geen sluiproutes zijn. Het is dan ook nodig om het leven te vullen met idealen, enthousiast te worden over doelen die ons dwingen om meer van onszelf te geven, ons in te spannen om te groeien en het beste uit onszelf te halen.

Het gebeurt soms dat we echt grote dingen willen doen en daar ook voor willen vechten, maar dat we nog niet het belangrijke doel of de juiste persoon hebben gevonden die aan de hoge verlangens voldoet. Het is noodzakelijk daarnaar te zoeken. In tegenstelling tot de duidelijke boodschap van commerciële merken, goedkope filosofieën of publieke persoonlijkheden die ons vertellen wat mij moeten doen om een prettig leven te leiden, biedt het geloof ons geen pasklare antwoorden, formules of gelukspakketjes, maar stelt het steeds nieuwe vragen: "Wat moet ik doen om het eeuwige leven te bereiken? Wie zegt U dat ik ben? Wie is mijn naaste? Wat baat het een mens de hele wereld te winnen, als hij daarna zichzelf verliest?”[3] In deze en andere vragen die uit de lezing van het Evangelie voortvloeien, stelt het geloof ons voor de grootste en meest radicale uitdaging: "Het roer van ons leven te pakken en er een meesterwerk van te maken.” [4]

Dus, als we geen idealen hebben die het leven zin geven, wie kan ons dan beter leiden dan God? Het geloof zal de onrust in ons hart, waar we een antwoord op moeten vinden, aanwakkeren. Voor het tabernakel is het makkelijker om op Gods golflengte te komen: alleen in Zijn tegenwoordigheid krijgen we het licht om verder te zoeken, en zullen we dit gaan inzien: "Wat nodig is om het geluk te vinden is niet een makkelijk leventje, maar wel een verliefd hart".[5]

Op de berg van de zaligsprekingen

In het Evangelie lezen we dat Jezus op een ochtend een heuvel bij het meer van Galilea opging. Hij liep alleen, maar een menigte mensen volgde op een afstand. "Veel mensen volgden hem vanuit Galilea, Decapolis, Jeruzalem, Judea en vanaf de overkant van de Jordaan.”[6] Zij zochten, net als wij eenentwintig eeuwen later, iemand die hen zou kunnen oriënteren, hen zou kunnen helpen hoog te vliegen en ellende te overwinnen en iemand die hun verlangens zou kunnen vervullen.

"Toen hij de menigte zag, ging hij de berg op, ging zitten, en zijn discipelen kwamen naar hem toe.[7] Op sommige bergtoppen voert onze Heer belangrijke handelingen uit: Hij kiest de Apostelen, Hij verandert van gedaante, Hij openbaart de zaligsprekingen, Hij sterft aan een kruis, Hij stijgt op naar de hemel... Het zal Hem moeite hebben gekost omhoog te klimmen, maar aan de top kan Hij ons beter de intimiteit met God de Vader laten zien. Zo kan het ons moeite kosten stil te staan om te gaan bidden, om een paar minuten van onze dag vrij te maken om met God te praten, de telefoon uit te schakelen en de eenzaamheid op te zoeken. Maar als we eenmaal – met de nodige moeite – die innerlijke rust hebben bereikt, dan kunnen we boven de dagelijkse drukte uitstijgen en, als vanaf de top van een berg, verder en dieper kijken. We hebben behoefte aan eenzaamheid, want God spreekt met een zachte stem en verliefden weten dat de belangrijkste dingen juist in fluistertoon worden gezegd.

"Ze gingen zitten, en zijn discipelen kwamen naar hem toe.[8] De Heer ging op de grond zitten en het volk volgde hem na. Als een rabbijn – een leraar in de Joodse wet – ging zitten, gaf hij daarmee aan dat hij op het punt stond iets heel belangrijks te onderwijzen. Zijn naaste discipelen, die hij onlangs bij hun eigen naam had gekozen, kwamen naar voren om geen woord van zijn leer te verliezen.

Hoewel de Heer een sterke stem had, konden alleen de mensen rondom hem elk gebaar, elke glimlach en elke intonatie waarmee Jezus zijn toespraak aanvulde, opvangen. Zo kunnen wij nu met verschillende houdingen de zaligsprekingen beluisteren: van een afstand, zoals degenen in de verderaf gelegen groepen, die misschien de draad van het verhaal niet konden vasthouden; of dichtbij de Meester, door een plaatsje dichtbij te kiezen, onze ogen geconcentreerd op hem te richten, en samen met de Apostelen iets nieuws te leren.

"En terwijl Hij zijn mond opende leerde Hij hen bidden: Zalig zijt gij... "[9] Bovenop de berg klonk in de stilte zijn uiteenzetting over de zaligsprekingen. "Ze zijn Jezus' plan voor ons," zei de paus, “lees ze en mediteer erover, dat zal je goed doen."[10] Zij zijn voor ons een richtsnoer in het gebed en als we proberen ze toe te passen op ons gewone leven, dan zal alles wat we doen een diepere betekenis krijgen. Alleen op deze manier zullen we later kunnen glimlachen als wij Hem ontmoeten en wij de vraag krijgen: "En jij, ben jij gelukkig geweest?


Vragen bij het persoonlijk gebed

- Heb ik mezelf grote doelen gesteld in mijn leven? Welke obstakels weerhouden me ervan te dromen? Heb ik God ooit gevraagd wat Hij van me verwacht?

- Doe ik wat me gelukkig maakt (plannen met vrienden, verloving, sport...) zodanig dat het me ook een heilige maakt? Realiseer ik me dat wat me dichter bij God brengt (tijd van gebed, dienstbaarheid aan anderen, het overwinnen van mijn gebreken...), me helpt om het ware geluk te verkrijgen?

- Welke talenten heb ik? Gebruik ik ze om beter te worden, dat wil zeggen, stel ik ze ten dienste van God en de mensen?

- Maak ik elke dag tijd voor een gesprek met Jezus? Reserveer ik momenten van eenzaamheid (geen muziek, berichtjes of andere afleidingen) om naar Gods stem te luisteren?


Voetnoten

[1] H. Jozefmaria, De Smidse, nr. 1005.

[2] Paus Franciscus, Bericht voor de WJD in Krakau (Polen) 2016.

[3] Mc 10, 17; Mt 16, 15; Lc 10,29; Mc 8, 36

[4] Johannes Paulus II, Ontmoeting met jongeren op Sardinië 22-09-1985.

[5] H. Jozefmaria, De Voor nr. 795.

[6] Mt 4, 25.

[7] Mt 5, 1.

[8] Ibid.

[9] Mt 5, 2.

[10] Paus Franciscus, Toespraak tijdens de bijeenkomst met de jongeren in Paraguay, 12-07-2015.

Wie Christus benadert, leert het geheim kennen dat wat ons gelukkig maakt, ons ook heiligt. We voelen aan dat het ware geluk aan het einde van een lange weg ligt en dat er geen sluiproutes zijn. Daarom is het noodzakelijk om het leven te vullen met idealen.

De zaligsprekingen "zijn Jezus' plan voor ons. Lees ze en mediteer erover, dat zal je goed doen" (Paus Franciscus).