- Dinsdag 4, een welkom aan de Vader
- Woensdag 5, ontmoeting met priesters
- Donderdag 6, eerste bijeenkomst met jongeren en universitaire studenten
- Vrijdag 7, tweede bijeenkomst met jongeren
- Zaterdag 8, Mis in Cayalála, de kerk van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van het Gezin
- Zondag 9, ontmoeting met gezinnen
Mgr. Fernando Ocáriz, Prelaat van het Opus Dei, brengt een pastoraal bezoek aan Midden-Amerika. Dit bezoek begon op 4 augustus in Guatemala-Stad en loopt af op 22 augustus, na bezoeken aan vier steden: Guatemala-Stad, San Pedro Sula en Tegucigalpa (Honduras) en San Salvador (El Salvador).
Bekijk de foto's van de reis op: Instagram.
Fotogalerij

Zondag 9 augustus: ontmoeting met gezinnen
In een gezellige en feestelijke sfeer kwamen echtparen, jongeren en studenten in Guatemala-Stad bijeen om de Vader te ontmoeten, voordat hij zijn reis naar Honduras en El Salvador voortzette.
In zijn openingswoorden verwees hij naar het Evangelie van die dag, waarin de heilige Petrus in het water springt en uit angst de Heer om hulp vraagt. Hij moedigde iedereen aan om bij moeilijkheden en tegenslagen te bidden: «Heer, versterk mijn geloof!».

Hij nodigde ons uit om God te vragen ons geloof in Zijn liefde te versterken, en citeerde daarbij een kort gebed dat de heilige Jozefmaria soms sprak: «Heer, ik begrijp U niet», om er meteen aan toe te voegen: «Ik hoef U ook niet te begrijpen». Ook al begrijpen we die liefde niet, benadrukte hij, toch zijn we er zeker van dat we niet alleen zijn.
Mynor, kinderarts, vertelde dat hij al 30 jaar getrouwd is en drie kinderen heeft. Hij herinnerde zich de bewondering die verschillende collega’s koesterden voor dokter Ernesto Cofiño, niet alleen vanwege zijn professionele opleiding, maar ook vanwege zijn omgang met patiënten en zijn inzet om studenten te helpen en verschillende projecten te bevorderen. Hij vroeg hoe men die eenheid in het leven kan bereiken die het mogelijk maakt God een plaats te geven in het gezin, op het werk en bij vrienden.

De Vader merkte op dat het leven vele aspecten heeft en soms ingewikkeld kan zijn, met zelfs tegenstrijdige elementen. «Het enige dat alles kan verenigen, is liefde», want we kunnen altijd liefhebben, onder alle omstandigheden en tegenover iedereen. «De enige liefde die in staat is om werkelijk alles te verenigen, is de liefde voor God».
Hij herinnerde zich het lijden van de heilige Jozefmaria tijdens de laatste jaren van zijn leven, als gevolg van zijn lichamelijke zwakheid en de situatie waarin de Kerk zich bevond. Hij hield zo veel van God en de Kerk dat hij enorm veel leed. «Maar we zagen hem gelukkig.»
De familie Guzmán, afkomstig uit Venezuela en al tien jaar woonachtig in Guatemala, vertelde over hun ervaringen als ouders. Ze vroegen om advies over hoe ze, temidden van de vele verantwoordelijkheden van het dagelijks leven, prioriteit kunnen geven aan de liefde tussen man en vrouw.
De Vader herinnerde aan een uitspraak van de heilige Jozefmaria: «Dringende zaken kunnen wachten, en zeer dringende zaken moeten wachten». Daarbij helpt het om een persoonlijke waardenhiërarchie te hebben en flexibel proberen te zijn, in het besef dat er één element is dat orde schept in alles: de liefde.

Carlos vertelde dat hij de geschriften van de heilige Jozefmaria had ontdekt toen hij op zoek was naar bemoedigende woorden voor zijn schoonmoeder, die ziek was. Dat was het begin van een weg naar geloof die zijn leven heeft veranderd. Hij vroeg hoe hij het geloof op een natuurlijke manier binnen het gezin kon doorgeven.
«Beetje bij beetje, met geduld», antwoordde de Vader. Kinderen letten goed op hun ouders, dus is het van essentieel belang om het geloof door het goede voorbeeld door te geven: «Laat ze zien dat jullie van elkaar houden. Laat ze zien dat je van haar houdt, en laat ze zien dat alles wat je doet verband houdt met gebed en geloof.»
Karen vertelde dat zij en haar man al sinds hun verloving een groot gezin wilden, maar dat God andere plannen had: ze werden gezegend met hun zoon Juan Pablo en twee kinderen die nu in de hemel zijn.
«Een groot gezin is prachtig, maar één kind is ook iets prachtigs,» legde de Vader uit, als dat Gods wil is. Hij moedigde hen aan om te vertrouwen op Gods wil, die altijd het beste is.
In dergelijke omstandigheden «opent zich een enorm scala aan mogelijkheden» voor werk met een grote impact en positieve invloed. Geen kinderen hebben, of slechts enkele, is ook een bijzondere roeping van God. «Het is geen mislukking; het is een manier om je aan meer mensen te wijden, zodat ook je huwelijk vruchtbaar kan zijn.»

Fabiola en haar man hebben enkele jaren moeten wachten voordat ze een kind konden krijgen. Het gebed hielp hen om in die ‘ongeduldige’ periode dicht bij God te blijven. Ze vertelden vol vreugde dat hun zoon nu numerair is. De Vader merkte op dat een roeping een geschenk is, en dat het belangrijk is om iemand die gelooft dat God hem of haar roept, het zo gemakkelijk mogelijk te maken — in plaats van hindernissen op het pad te leggen. Hij herinnerde er ook aan dat een kind en zijn of haar roeping een geschenk zijn voor de ouders.
Tijdens de bijeenkomst klonk er veel muziek. Eduardo, een voormalige leerling van Kinal, vertelde hoe hij daar voor het eerst in aanraking kwam met het Opus Dei. Hij volgt momenteel een muziekopleiding aan de Pan-Amerikaanse Universiteit in Mexico en legde uit dat hij via de muziek Jezus heeft leren kennen en ontdekte dat Hij ook op het podium aanwezig wil zijn. Eduardo is tot het inzicht gekomen dat dit zijn missie als gelovige is.
Vervolgens zong hij een bolero, begeleid door Ricardo op de piano. Ze speelden “Solamente una vez” (“Slechts één keer”), een lied waar de heilige Jozefmaria erg van hield.
José, afkomstig uit Santa Apolonia Chimaltenango, vertelde dat hij al op jonge leeftijd de waarde van geloof, werk en vrijgevigheid had geleerd. Toen hij in Guatemala-Stad aankwam, maakte hij kennis met de boodschap van het Opus Dei en ontdekte hij zijn roeping als geassocieerde. Hij vroeg hoe hij kon groeien in innerlijke vrijheid, zodat hij in het dagelijks leven met meer vreugde en trouw aan Gods wil zou kunnen beantwoorden.
De Vader legde uit dat groeien in vrijheid en groeien in liefde "op hetzelfde neerkomen“. Het is waar dat we allemaal reële verplichtingen hebben, vooral binnen het gezin, en vrijheid betekent niet dat we die mogen negeren. Het gaat erom dat we uit eigen beweging nakomen wat verplicht is. «Als dingen uit liefde worden gedaan, worden ze vrijwillig gedaan», zei hij.
Karina, afkomstig uit Totonicapán, vertelde over haar ervaringen als psychologe voor vrouwen die niet de kans hebben gehad om hun opleiding af te ronden. Ze heeft met eigen ogen gezien hoe deze vrouwen via diverse opleidingsprogramma’s de waardigheid van werk ontdekken en zich in staat gaan voelen om hun levensomstandigheden te veranderen. Aan de hand van woorden van de heilige Jozefmaria vroeg ze hoe we het gebed «Laat mij zien met Uw ogen, mijn Christus, Jezus van mijn ziel» in de praktijk kunnen brengen.
De Vader raadde haar aan om aandacht te schenken aan wat de Heer in haar opwekt, vooral in het gebed, en om naar mensen te kijken «met warmte, met oneindige liefde», zoals Christus dat doet.
Als je bidt: «Laat mij met Uw ogen zien», betekent dat: «Laat mij mensen met warmte en liefde zien.» De uitingen van liefde kunnen per situatie verschillen, maar de kern blijft hetzelfde: het verlangen naar het beste voor de ander.

Joshua, afkomstig uit Nicaragua, woont momenteel in Guatemala. Nadat hij de Goede Week in Rome had doorgebracht, vroeg hij verschillende mensen hoe zij hun roeping hadden ontdekt, en tot zijn verbazing hoorde hij dat geen van hen er honderd procent zeker van was geweest toen ze hun beslissing namen. Later werd deze mate van onzekerheid ook onderdeel van zijn eigen ervaring. Daarom vroeg hij de Vader hoe hij vrienden op zulke momenten kon helpen.
De Vader legde uit dat God wil dat we een zekere marge hebben — niet van onzekerheid, maar een marge van vrijheid. Als Hij Zijn wil met absolute duidelijkheid zou openbaren, zou onze vrijheid worden ingeperkt. Op deze manier kunnen we reageren omdat we dat willen, en niet alleen omdat het feitelijk bewezen is.
De Vader sloot de bijeenkomst af door nogmaals te vragen om gebeden voor de Paus en voor de burgerlijke overheid. Hij herinnerde hen eraan dat bidden voor gezagsdragers een zeer christelijke gewoonte is.
Tot slot zegende hij de meer dan 5.000 aanwezigen.

Zaterdag 8 augustus: mis in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van het Gezin.
In de kerk van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van het Gezin (Santa María Reina de la Familia) in Guatemala-Stad ging de Prelaat van het Opus Dei op zaterdag 8 augustus voor in een concelebratie van de Heilige Mis, bijgestaan door de regionale vicaris voor Midden-Amerika, Eerwaarde Carlos Young, en verschillende priesters van de Prelatuur.
De homilie concentreerde zich op drie thema’s: christelijke coherentie, het honderdjarig bestaan van het Opus Dei en het jawoord van Onze-Lieve-Vrouw.
«Christus geeft ons bestaan zijn ware betekenis en wijst ons de weg naar geluk in het dagelijks leven (…), want de Heer vraagt ons niet om ons uit de wereld terug te trekken. Hij vraagt ons juist om Hem te vinden en Hem elke dag van ons leven te volgen. Hem volgen houdt een levenswijze in die voortkomt uit het Evangelie, uit vertrouwen en geloof in Gods liefde voor ons», zei de Vader. Hij voegde eraan toe dat deze levenswijze soms opvalt: «Eerlijkheid, trouw, zuiverheid van hart, de vreugde van het offer, hoop temidden van moeilijkheden… Dit alles spreekt een taal die veel mensen waarderen en die vele anderen niet begrijpen.»

Vervolgens maakte hij van de gelegenheid gebruik om de eerbiedwaardige Ernesto Cofiño te noemen, een Guatemalteekse kinderarts en supernumerair van het Opus Dei, die in het proces van zaligverklaring verkeert. Zijn stoffelijk overschot heeft enkele weken in deze kerk gerust: «Hij was een groot arts die heiligheid nastreefde te midden van zijn beroep en gezinsleven, en die met bekwaamheid en zorg duizenden kinderen en gezinnen bijstond», en zijn leven herinnert ons eraan dat «Gods roeping een roeping van vreugde is, een teken dat Hij vertrouwt op onze vrijheid, zodat wij Zijn liefde aan vele andere mensen kunnen doorgeven».
De Vader maakte ook van de gelegenheid gebruik om stil te staan bij het honderdjarig bestaan van het Opus Dei. Dit wordt gevierd van 2 oktober 2028 tot en met 14 februari 2030, en deze data zijn niet «slechts een jubileum, maar een gelegenheid om te danken voor de vele gaven die we van de Heilige Geest hebben ontvangen en om ons verlangen te hernieuwen om de Kerk beter te dienen».
«De heilige Jozefmaria droomde van een wereld vol mannen en vrouwen die heiligheid nastreven te midden van alledaagse bezigheden; die wereld is nog even actueel als altijd! De Kerk heeft christenen nodig die op eenvoudige wijze het Evangelie brengen naar de stad, naar het platteland, naar het bedrijfsleven, naar de armen en naar de cultuur, door middel van een coherent leven doordrongen van de naastenliefde van Christus.»

De Vader sprak ook over de Aankondiging aan de Heilige Maagd Maria: «Het ja van de Maagd Maria blijft het leven van de Kerk verlichten, en daarmee ook het leven van ieder mens, want God blijft ieder van ons bij naam roepen: dat zijn Zijn plannen van liefde (…). Toen zij de engel antwoordde, wist zij aanvankelijk niet welke weg zij moest inslaan, maar het was voor haar voldoende te weten dat God met haar was; zo moeten ook wij leren dat God met ons is.»
Hij sloot zijn homilie af door de gelovigen toe te vertrouwen aan de Moeder van God: «Moge de Heilige Maria, Koningin van het Gezin, ons leren om elke dag vol vertrouwen te zeggen: “Mij geschiede naar Uw woord.”»
De viering werd afgesloten onder het geluid van de kerkklokken en het ‘Salve Regina’.
’s Middags ging de Vader bidden bij de patroonheilige van Guatemala, Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, in de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Guatemala-Stad. Hij vertrouwde de apostolische activiteiten die de gelovigen van het Opus Dei in het land en in heel Midden-Amerika verrichten toe aan haar, en bad in het bijzonder voor de mensen die deel uitmaken van het Werk en voor degenen die er in deze landen nauw mee verbonden zijn.
Vrijdag 7 augustus: tweede bijeenkomst met jongeren
Een uur lang spraken honderden jonge mannen die vorming krijgen in de centra van het Opus Dei in Guatemala met mgr. Fernando Ocáriz in een sfeer van vertrouwen, vreugde en spontaniteit.
De Vader begon eerst over iets waar we allemaal naar op zoek zijn: geluk. Om dit uit te leggen, verwees hij naar punt 795 van De Smidse: “Om gelukkig te zijn, heb je geen gemakkelijk leven nodig, maar een hart dat verliefd is.” Wanneer iemand werkelijk liefheeft, zo legde hij uit, krijgen offers een andere betekenis; deze liefde komt voort uit liefde voor God en brengt mensen ertoe om voor anderen te zorgen, hen te dienen en hen te helpen God te ontmoeten, die degene is die ons werkelijk gelukkig maakt.
Aarón, van Club Gurkhas, was een van de eersten die het woord nam. Hij bracht een zorg naar voren die door velen wordt gedeeld: hoe kun je de stem van God onderscheiden te midden van zoveel andere stemmen – sociale media, meningen en afleidingen – die zijn leven en dat van vele anderen tegenwoordig vullen?
De Vader antwoordde dat de stem van God voornamelijk te horen is in het Evangelie, in het gebed en in de eucharistie, maar ook in de geestelijke begeleiding, waarbij we meer op Gods kracht vertrouwen dan op onze eigen kracht.

Kort daarna wilde Nicolás, van de studentenclub Balanyá, die al sinds zijn kindertijd vormingsactiviteiten bijwoont, weten hoe hij zijn roeping kon onderscheiden. Het antwoord was duidelijk: «We hebben allemaal een roeping, dus de vraag is niet of we er een hebben, maar wat die roeping is», zei mgr. Ocáriz tegen hem. Hij voegde eraan toe dat het ontdekken van je persoonlijke roeping niet betekent dat je op buitengewone tekenen moet wachten, aangezien God iedereen het nodige licht schenkt om vrij te kunnen beslissen. Hij adviseerde daarom om dat proces oprecht te doorlopen, geestelijke begeleiding te zoeken en een voortdurend verlangen naar verbetering te koesteren.
Op een ander moment vroeg Williams, van Club Tucán, aan de Vader hoe hij het Opus Dei had leren kennen. De Vader vertelde dat hij via zijn broers in aanraking was gekomen met het Werk en dat hij beetje bij beetje dichterbij was gekomen en zijn roeping had ontdekt.
Het gesprek ging verder te midden van vragen, gelach en muziek. Arber, van Club Nabajal, speelde een stuk van Bach en stelde de vraag of men God via muziek kan vinden. De Vader legde uit dat alle schoonheid een weerspiegeling is van God en dat muziek het bijzondere vermogen heeft om de ziel te verheffen.

Een van de meest betekenisvolle momenten van de namiddag kwam van Carlos, 21 jaar oud, afkomstig uit Jutiapa, in het oosten van Guatemala. Hij groeide op in een evangelisch gezin en verhuisde na zijn middelbare school naar Guatemala-Stad om civiele techniek te studeren. Daar ging hij wonen in het studentenhuis Ciudad Vieja, waar hij via andere jongeren en onder begeleiding van leden van het Opus Dei kennismaakte met het katholieke geloof. Hij vertelde de Vader dat zijn relatie met God aanvankelijk koel en afstandelijk was, maar dat die vriendschap hem beetje bij beetje dichterbij God bracht, totdat hij catechese kreeg en een jaar geleden werd gedoopt.
Hij vroeg de Vader om voor hem te bidden, opdat hij, als God het zo zou willen, hem op een dag in de volste zin van het woord “Vader” zou kunnen noemen en een goede zoon van Hem zou kunnen zijn.
Maar Carlos had nog iets extra’s in petto. Hij wilde dat de Vader een aandenken aan Jutiapa mee zou nemen, dus schonk hij hem een traditionele hoed uit zijn geboorteland. Dit gebaar zorgde voor gelach en applaus, en de Vader zette de hoed uiteindelijk op, op aandringen van alle aanwezigen.

De namiddag werd voortgezet met een ander persoonlijk verhaal. Voordat hij een stuk op de piano ging spelen, wilde Julián, die onlangs numerair was geworden, vertellen dat hij iets gemeen had met de Vader: hij is de jongste van zijn broers en zussen en hij is dol op tennis. De Vader herhaalde vervolgens een gedachte die eerder al ter sprake was gekomen: heiligheid bestaat niet uit foutloos zijn, maar uit liefhebben en steeds weer opnieuw beginnen.
Vlak voor het einde van de bijeenkomst vroeg Alessandro wat de Vader verwachtte van de jongeren van Sint-Rafaël met het oog op het aanstaande Eeuwfeest van het Opus Dei. Mgr. Ocáriz moedigde hen aan om zich af te vragen wat God van ieder van hen verlangt en wat zij persoonlijk kunnen bijdragen aan het Werk. Zich voorbereiden op het jubileum, zo legde hij uit, betekent groeien in heiligheid, vriendschap, apostolaat, goed uitgevoerd werk en trouw in de kleine dingen.
Tot slot gaven de jongeren de Vader een tennisracket in de kleuren van de vlaggen van de Midden-Amerikaanse landen, zodat hij, telkens wanneer hij speelt, eraan zal denken om voor het werk van Sint-Rafaël te bidden.
De bijeenkomst eindigde zoals ze was begonnen: met applaus en gelach, een sterk gevoel van saamhorigheid en de zekerheid dat we, om gelukkig te zijn, geen gemakkelijk leven nodig hebben, maar harten die vervuld zijn van liefde.

Donderdag 6 augustus: eerste bijeenkomst met jongeren
In een warme, gezellige sfeer sprak de Vader over een breed aantal onderwerpen, variërend van vrijheid en trouw tot het vinden van vreugde in moeilijke tijden.
Ze verwelkomden de Vader met het lied “Para aprender a quererte” (“Om van je te leren houden”) van Morat, terwijl er linten door de lucht dwarrelden en er overal glimlachende gezichten te zien waren.

Een van de eerste momenten van de bijeenkomst bestond uit het hem aanleren van Guatemalteekse uitdrukkingen. «Het is zo chilero dat de Vader vandaag bij ons is», zei Cris, zichtbaar ontroerd. ‘Chilero’ verwijst naar iets moois, geweldigs of vreugdevols.
Dominique, een studente architectuur aan de Universiteit van Istmo (UNIS), opende het gesprek met de vraag hoe je dag in dag uit een leven in dienstbaarheid kunt leiden. De Vader legde uit dat dienstbaarheid in wezen betekent leven zoals Jezus Christus — die Zichzelf aan het kruis heeft opgeofferd en in de Eucharistie aanwezig blijft — leefde, en dat de vorming die in de centra van het Werk wordt aangeboden, hieraan bijdraagt.

Emma, Xoxo en Fer, van het Centrum Caranday, vertelden over hun ervaringen met verschillende activiteiten en vroegen hoe je tijdens je tienerjaren van vrijheid kunt houden. De Vader herinnerde eraan dat de heilige Jozefmaria een diepe liefde voor vrijheid koesterde, en legde uit dat ware vrijheid niet alleen bestaat uit kunnen kiezen, maar ook uit het liefhebben van God. «Mogen jullie je werkelijk vrij voelen bij het doen van wat jullie moeite kost! Het is de moeite waard om het goede lief te hebben.»
Camila, een Salvadoriaanse die in het studentenhuis van de Universiteit van Verapaz woont, vertelde dat haar geluk, voordat ze naar Guatemala kwam, afhing van het beeld dat ze van zichzelf weergaf, maar dat ze het nu in God heeft gevonden. Ze vroeg hoe ze trouw kon blijven aan wat God in haar leven had gedaan, terwijl ze tegelijkertijd mensen die anders leven bleef liefhebben en dicht bij hen bleef. De Vader merkte op dat menselijke kracht alleen niet voldoende is, en dat we moeten leren anderen te begrijpen. Hij citeerde de heilige Jozefmaria: «Naastenliefde bestaat niet zozeer uit geven, maar vooral uit begrijpen.» Hij moedigde hen ook aan om iedereen lief te hebben als kinderen van God, zonder te oordelen, aangezien alleen God het hart kent.

Vervolgens nam María Inés het woord. Ze was zes jaar lang numerair lid van het Opus Dei en koos achttien maanden geleden voor een andere weg. Ze vertelde dat ze, hoewel ze momenten van eenzaamheid had meegemaakt, dankzij de nabijheid van veel mensen het gevoel had dat het Werk nog steeds haar familie was. Ze zei ook dat ze tijdens dit proces had ontdekt hoe waardevol ze was, simpelweg omdat God van haar hield. De Vader herinnerde haar eraan dat gebed een grote steun is en moedigde haar aan zich altijd nauw verbonden te blijven voelen met het Werk.
Victoria, van Club Kayac, vertelde hoe leuk ze het vond om met meisjes uit de basisschool en hun gezinnen te werken. De Vader moedigde haar aan om in elk van hen een ontmoeting met Jezus Christus zelf als kind te zien.
Universiteit van Istmo (Fraijanes, Guatemala)
Tijdens een academische zitting in de Universiteit van Istmo (UNIS) stond de Vader stil bij de missie van een universiteit die geïnspireerd is door christelijke waarden, en moedigde hij de aanwezigen aan om de eenheid tussen geloof en rede te versterken, waarbij de mens altijd centraal moet staan in het institutionele leven.
Aan het begin van zijn toespraak legde de Vader uit dat de christelijke identiteit van een universiteit niet alleen afhangt van haar statuten of grondbeginselen, maar bovenal van het leven van de mensen die er deel van uitmaken.
Hij spoorde hen aan om «de band tussen geloof en rede» levend te houden, en herinnerde hen eraan dat «het doel van de universiteit ligt in de ontwikkeling van de rede, de theoretische en toegepaste wetenschap; en dat het geloof een licht is dat de gehele menselijke werkelijkheid kan verlichten».
Hij legde uit dat deze identiteit geen element is dat achteraf aan de universiteit is ‘toegevoegd’, maar dat deze in de praktijk tot uiting moet komen in de manier waarop mensen werken, onderzoek doen, lesgeven en met elkaar leven. «De christelijke identiteit vraagt om menselijke uitmuntendheid,» zei hij tegen hen, eraan toevoegend dat dit streven zijn voorbeeld vindt in Jezus Christus, «de volmaakte God en de volmaakte mens.»
Een van de thema’s die hij het meest uitvoerig heeft uitgewerkt, was de voorrang van de persoon.

Hij vertelde hen dat een essentieel kenmerk van het christendom de erkenning is dat «de persoon belangrijker is dan de instelling». Die laatste bestaat om de mensen te dienen, en niet andersom; daarom riep hij de aanwezigen op om zich voortdurend af te vragen of hun dagelijkse werk er werkelijk toe bijdraagt dat mensen voorrang krijgen boven structuren of resultaten.
De Vader wijdde een ander deel van zijn toespraak aan vrijheid, waarbij hij opmerkte dat elke universiteit regels nodig heeft, maar tegelijkertijd ook een authentieke sfeer van vrijheid.
Hij pleitte voor respect voor de vrijheid van onderzoek en de vrijheid van geweten, waarden die de heilige Jozefmaria vaak benadrukte.
Vervolgens ging hij in op het uitoefenen van gezag en riep hij de aanwezigen op om dit altijd te beschouwen als een vorm van dienstbaarheid. Gezag, zo merkte hij op, «is bedoeld om na te denken over het goede voor de mensen», en niet om vast te houden aan een ambt of om op ongepaste wijze de eigen maatstaven op te leggen.
Als praktische toepassing stelde hij de aanwezigen een persoonlijke reflectie voor: «Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze activiteiten mensen boven dingen stellen?» en «Wat betekent het voor mij vandaag de dag dat mensen het belangrijkst zijn?»
Hij erkende dat dit brede en veeleisende vragen zijn, maar juist daarom nodigde hij de aanwezigen uit om er diep over na te denken.
De Vader herinnerde hen eraan dat goed gezag uitoefenen ook betekent dat je weet hoe je persoonlijke ervaringen moet doorgeven, opvolgers moet opleiden en bereid moet zijn om plaats te maken voor anderen wanneer het moment daar is.
In dit verband sprak hij ook over collegiaal bestuur, dat nauw verweven is met de geest van het Opus Dei. Hij legde uit dat dit een diep menselijke grondslag heeft: «Eén persoon ziet minder; meer mensen kunnen meer zien.» Het besturen van instellingen vereist voorzichtigheid en het voortdurend beoefenen van de deugden: in de eerste plaats naastenliefde, wat betekent dat je leert van mensen te houden, hen met respect te behandelen en altijd hun welzijn na te streven; en ook rechtvaardigheid, waarbij je mensen ten minste geeft wat rechtvaardig is, en indien mogelijk meer. «Zonder rechtvaardigheid is er geen vrede.»
Na de toespraak volgde een gesprek met een aantal aanwezigen. Bisschop Víctor Hugo Palma, aartsbisschop van Los Altos, Quetzaltenango-Totonicapán, bedankte de Vader voor de leer die hij had gegeven en vroeg hoe christenen hun identiteit in het dagelijks leven kunnen behouden. De Vader antwoordde dat deze identiteit geworteld is in een persoonlijke navolging van Jezus Christus en in het voortdurend gebruik maken van de bronnen van Gods genade. Het gaat niet louter om het nastreven van menselijke volmaaktheid, maar om het beleven van een authentieke identificatie met Christus.
Tot slot adviseerde de Vader, in antwoord op een vraag van Ana, hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde, om de pracht van soberheid te delen, onder meer door het goede voorbeeld te geven. Hij legde uit dat zowel mensen als instellingen geroepen zijn om materiële goederen ten dienste van anderen te stellen.
“Kennis als dienstverlening”
Aan het einde van de bijeenkomst ontving de Vader twee geschenken van de Universiteit: zijn benoeming tot erevoorzitter van de Universiteit van Istmo — een eer die hij erkende door op te merken dat dit «een gelegenheid zou zijn om jullie nog vaker in mijn gebeden te gedenken» — en een geborduurde pallium.
Namens de Raad van Bestuur sprak de voorzitter, Álvaro Castillo Monge, zijn dankbaarheid uit namens de gehele universitaire gemeenschap. Hij benadrukte dat het bezoek «ons aanmoedigt en ons sterkt in de koers die we als universiteit 28 jaar geleden zijn ingeslagen, en ons nadrukkelijk herinnert aan onze missie: kennis ten dienste van de samenleving.»
Woensdag 5 augustus: bijeenkomst met priesters
In het Universitair Centrum Balanyá in Guatemala-Stad ontmoette de Prelaat van het Opus Dei meer dan honderd priesters, onder wie Bisschop Tulio Pérez, hulpbisschop van het aartsbisdom Santiago de Guatemala. Mgr. Fernando Ocáriz sprak over de manier waarop een leven van geloof ons helpt om de dingen met vreugde tegemoet te treden, omdat we weten dat we nooit alleen zijn: «De heilige Jozefmaria herhaalde vaak de woorden van de heilige Paulus: “Als God met ons is, wie kan dan tegen ons zijn?”», legde hij uit, waarbij hij hen eraan herinnerde dat Christus tegelijkertijd in de sterrenstelsels is, en ook «zo dicht bij ons als in ons eigen hart».
Hij benadrukte ook hoe belangrijk het is om altijd nauw verbonden te blijven met de Paus en ons werk aan Christus op te dragen. Hij herinnerde eraan dat «geen enkel werk zinloos is» en dat we de moed niet moeten verliezen wanneer de vruchten van ons pastoraal werk maar langzaam of zelfs pas laat lijken te komen. «Het is de moeite waard!», moedigde hij hen aan.

Een van de gedenkwaardige momenten van de bijeenkomst was toen Fr. Luis Felipe, die afkomstig is uit een parochie in een snelgroeiend deel van de hoofdstad met veel jonge gezinnen, vertelde dat kleine kinderen, als ze hem zien, soms “Amen!’’ roepen. Zijn verhaal bracht het hele publiek aan het lachen. In dezelfde geest vertelde Fr. Elio, pastoor van de gemeente San Juan La Laguna in het departement Sololá, in het westen van Guatemala, over zijn apostolische werk met honderden inheemse kinderen en nodigde hij de Vader uit om «het mooiste meer ter wereld, het Atitlánmeer, te komen bekijken.»
Fr. Edgar Iván, afkomstig uit het departement Chimaltenango, vroeg Mgr. Ocáriz om advies over trouw en over de manier waarop seminaristen begeleid moeten worden. «Trouw is een gevolg van liefde; dat zegt alles», zei de Vader, waarbij hij opmerkte dat Jezus Christus wil «dat de eenheid onder ons (priesters) dezelfde is als de eenheid van de Drie-eenheid (…). We moeten die eenheid en broederschap nastreven, ondanks onze verschillende ideeën en verschillende karakters. We moeten openstaan voor iedereen, maar vooral voor degenen die hier zijn, die het dichtst bij ons staan.»
Verwijzend naar het feest van die dag, Onze-Lieve-Vrouw van de Sneeuw, moedigde de Vader hen aan om zich aan haar toe te vertrouwen door dagelijks de rozenkrans te bidden: «Zij is onze Moeder, zij is onze hulp.»
«Dank u voor deze prachtige traditie, die de heilige Jozefmaria in het leven heeft geroepen», zei Fr. Julio, 86 jaar oud, tegen de Prelaat, terwijl hij hem bedankte voor het bezoek, waarna hij hem vroeg iets te vertellen over het priesterschap van de stichter. «Er valt heel veel te zeggen over het priesterschap van de heilige Jozefmaria», antwoordde Mgr. Ocáriz: «zijn genegenheid, zijn liefde voor de mensen, maar bovenal de centrale plaats die de Eucharistie innam.»
Bijna een uur later sloot de Vader af door het belang van trouw, gehoorzaamheid, volgzaamheid en samenwerking te benadrukken. «Wij zijn vrij. En daarom: als jullie trouw willen zijn, zullen jullie trouw zijn, want Gods genade is voldoende en Zijn genade schiet nooit tekort.»
Dinsdag 4 augustus: aankomst in Guatemala-Stad
De Vader is vanmiddag in Guatemala-Stad aangekomen, waarmee hij zijn pastorale bezoek aan vier steden in Midden-Amerika is begonnen.
Op de luchthaven kwam hij kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van de Heilige Stoel, tegen, die na afloop van een bezoek aan Guatemala het land verliet, en begroette hem hartelijk.
Later begaf hij zich naar het Universitair Centrum Balanyá, waar hij door leden van het Werk met grote hartelijkheid werd ontvangen. De familie van Rodrigo en Tita heette hem namens vele Guatemalteekse gezinnen enthousiast welkom.
