Iets groots dat liefde is (VI): Je leven geven voor je vrienden

"Dit is het geheim van een celibatair hart: afstand doen van een echtelijke liefdesrelatie om de hele wereld te vullen met het licht van Gods liefde."

Opus Dei - Iets groots dat liefde is (VI): Je leven geven voor je vrienden

En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen (Gen 1, 27). Dit is het eerste scheppingsverhaal in Genesis over de oorsprong van man en vrouw: God schiep hen tegelijkertijd. Beiden bezitten dezelfde waardigheid, omdat ze Zijn evenbeeld zijn. Het tweede verhaal richt zich opnieuw op deze gebeurtenis (Gen 2, 7-25), maar dan in slow-motion. God schiep eerst de man en plaatste hem in de tuin van Eden. De schoonheid van de nieuw geschapen wereld schittert: de hemel, het zeewater, de bergrivieren en bomen van allerlei soort. Het is een buitengewoon tafereel, maar Adam voelt zich eenzaam.

Om zijn eenzaamheid te verhelpen, creëert de Heer een hele reeks levende wezens om het paradijs te bevolken: de vogels in de lucht, de vissen in de zeeën, de dieren op het land. Toch lijkt dit alles nog steeds onvoldoende voor de man. Dan besluit God hem een helper te geven die bij hem past (Gen 2, 18), en uit één van zijn ribben schept hij de vrouw. Eindelijk ontwaart Adam ogen die zijn blik beantwoorden: Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen (Gen 2, 23). Deze ontmoeting vervult hem met vreugde, maar werpt vooral licht op zijn identiteit: het onthult op een nieuwe manier wie hij is. Het ontbrak hem aan iets, dat alleen een andere persoon hem kon geven.

“Het is niet goed voor de mens om alleen te zijn”

Deze pagina's in Genesis beschrijven fundamentele waarheden over de mens in de vorm van een verhaal en van symbolische taal, en niet in de vorm van een theoretische beschouwing. De eenzaamheid van Adam heeft een diepe antropologische betekenis. De heilige Johannes Paulus II zei dat elke man en vrouw deelneemt aan deze ‘oorspronkelijke eenzaamheid’ en vroeg of laat die eenzaamheid in zijn of haar leven zal ervaren.[1] Als God zegt dat het niet goed is dat de mens alleen blijft (Gen 2, 18), verwijst dit eigenlijk naar hen beide[2]: zowel de man als de vrouw hebben hulp nodig om aan die eenzaamheid te ontsnappen, en ze hebben een levensweg nodig, om met elkaar tot de volheid te komen. Dat is het huwelijk.

Toen Jezus de Farizeeën er eeuwen later aan herinnerde hoe het ‘vanaf het begin was’, verwees hij juist naar bovengenoemde passage uit de Bijbel (vgl. Mt 19, 1-12). Het christelijk huwelijk is een roeping van God, waarbij man en vrouw uitgenodigd worden om Hem gezamenlijk tegemoet te lopen. En niet alleen gezamenlijk, maar ook de een door middel van de ander. De echtgeno(o)t(e) is voor een getrouwd persoon de essentiële weg naar God - een weg waar het vlees het gemeenschappelijk scenario vormt van een liefdevolle overgave; de materie en de plaats voor het proces van heiliging. De echtelijke liefde is op deze wijze een ontmoeting van lichamen en zielen die de menselijke genegenheid verdiept en omvormt, waardoor ze, met de genade van het sacrament, een bovennatuurlijke dimensie krijgt.

Degenen die celibatair leven zijn moeder of vader van veel kinderen, want ‘vaderschap betekent leven geven aan anderen.’ (paus Franciscus)

De liefde tussen een man en een vrouw wijst naar iets buiten henzelf. Als ze waarachtig is, is het altijd een weg naar Goden geen doel op zichzelf. Het doel blijft de volmaaktheid die alleen in Hem te vinden is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een getrouwde persoon die ‘oorspronkelijke eenzaamheid’ wel eens kan ervaren. Toch betekent deze gewaarwording niet, zoals soms wordt verondersteld, dat de liefde over is en dat er een ander liefdesverhaal moet beginnen, want ook dat verhaal zal niet vervullend blijken te zijn. Het is eerder een teken dat het menselijk hart een dorst heeft die alleen met Gods oneindige liefde volledig gelest kan worden.

De psychologie van wie zich nooit alleen weet

In diezelfde dialoog over het huwelijk gaat Jezus, na het in herinnering brengen van de leer in Genesis, nog een stap verder. De wederzijdse zelfgave van een man en een vrouw is een prachtige weg naar God. Toch is het niet de enige mogelijke weg. Onze Heer spreekt over hen die, door een bijzondere gave, zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt omwille van het Rijk der hemelen (Mt 19, 12). Hijzelf heeft deze weg afgelegd: Jezus bleef celibatair.

Gedurende zijn leven was een bemiddeling tussen God en Hemzelf niet van toepassing: Ik en de Vader, Wij zijn één (Joh10, 30); Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (Joh 14, 11). In dat licht leidde Jezus zijn leven en Hijzelf is de Weg geworden voor wie op dezelfde manier wil liefhebben, een manier van liefhebben "die alleen zijn betekenis krijgt vanuit God."[3]

De geschiedenis van de Kerk is gevuld met verhalen van mensen die de oproep van Jezus om celibatair te leven hebben verwelkomd. Deze oproep is niet voor alle christenen bedoeld. Degenen die vanaf de eerste eeuwen de roep tot het celibaat beantwoordden, minachtten het huwelijk niet. Misschien had die levensweg hen wel evenveel aangetrokken als de weg die zij besloten te gaan. "Bovendien zullen jullie niet ontkennen,” zegt de heilige Jozefmaria, “dat slechts onder degenen die de menselijke liefde in zijn hele diepte begrijpen en waarderen, begrip kan ontstaan voor dat andere verheven goed, waarover Jezus spreekt (vgl. Mt 19, 11). Ik bedoel deze zuivere genadegave van God, die de mens aanzet zijn lichaam en ziel aan de Heer te geven en Hem, zonder tussenkomst van een aardse liefde, een ongedeeld hart aan te bieden.”[4] God laat aan wie tot het celibaat geroepen zijn, ontdekken wat de bron en het doel van elke authentieke liefde is. De Liefde waar het Hart van Jezus vol van is, is over zijn Kerk uitgestort en bereikt op een speciale manier de persoon die celibatair leeft.

Het celibaat weerspiegelt de belangeloze liefde van Degene die altijd de eerste stap zet (vgl. 1 Joh 4, 19). Hoewel celibataire personen een deel van hun vrijheid lijken in te leveren wanneer ze afzien van de mogelijkheid om een gezin te stichten, verruimen ze in werkelijkheid die vrijheid. Het zich volledig toevertrouwen aan God, de bereidheid om huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers voor Hem te verlaten (Mt 19, 29), maakt hen op een bijzondere manier "vrij om lief te hebben".[5] Net als een getrouwd persoon, moeten ze waken over hun hart, opdat de liefde die ze in zich dragen zich niet van God afwendt en opdat ze die aan anderen kunnen geven. Hun zelfgave is niet gericht op de echtgeno(o)t(e), maar op Christus, die hen de wereld instuurt om 'het kloppen van zijn allerbeminnelijkst Hart'[6] bekend te maken en door te geven aan de mensen in hun omgeving.

Het celibaat weerspiegelt de belangeloze liefde van God die altijd de eerste stap zet

Dit was Jezus' leven. Hij voelde zich niet eenzaam omdat Hij wist dat Hij altijd vergezeld werd door zijn Vader: Vader, ik dank u dat u mij hebt gehoord. Ik weet dat u mij altijd hoort (Joh 11, 41-42). Maar voor ons blijft het risico van eenzaamheid bestaan. Als Christus werkelijk het hart van een mens vervult, voelt deze zich niet meer alleen. Vandaar dat de H. Jozefmaria zegt dat God hem "het psychologisch gevoel heeft gegeven nooit alleen te zijn, noch menselijk noch bovennatuurlijk"[7] Met woorden die zijn eigen ervaring weerspiegelen, schrijft hij: "Het menselijk hart is begiftigd met een enorme uitzettingscoëfficiënt." Als het liefheeft, opent het zich in een crescendo van genegenheid dat alle barrières overwint."[8]

Johannes, een celibatair hart

Bij het Laatste Avondmaal, een paar uur voor het offeren van zijn leven, opent Jezus zijn Hart voor de apostelen: Geen grotere liefde kan iemand hebben, dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden (Joh 15, 13). Deze woorden, die zijn liefde voor de hele mensheid uitdrukken, zijn ook een oproep. Onze Heer geeft deze door aan de apostelen: Ik heb jullie vrienden genoemd (Joh 15, 15). Zij zijn, zoals alle mannen en vrouwen, ontvangers van zijn liefde tot het einde toe(Joh 13, 1). Maar ze zijn ook op een bijzondere manier vrienden. ‘De Vriend’ nodigt hen uit om te doen wat Hij zal doen[9]: ook hun leven geven voor hun vrienden. Deze woorden liggen ongetwijfeld aan de oorsprong van elke christelijke roeping, maar ze hebben altijd op een bijzondere manier geklonken in het hart van hen die Christus hebben gevolgd door alles achter te laten.

Het Kruis zal de plaats worden van de grootste manifestatie van Liefde. In dit sublieme tafereel wordt ons, samen met Maria en de heilige vrouwen, de figuur van de apostel Johannes duidelijk getoond. "Maar toen het erop aankwam namen ze allemaal de vlucht, behalve Johannes die Hem echt en met daden liefhad. Alleen die jongeman, de jongste van de apostelen, bleef bij het kruis. De liefde van de anderen was niet sterk als de dood.” (Hnd 8, 6)[10] Vanaf het begin van de adolescentie resoneerde de liefde voor Jezus in zijn hart. Hoe dierbaar was voor hem de herinnering aan de dag waarop hij onze Heer voor het eerst ontmoette: "De ogen van Johannes ontmoeten die van Christus. Hij volgt Hem en vraagt: Leraar, waar woont u? En hij ging met Hem mee, en bracht de hele dag door met de Leraar. Jaren later vertelt hij het met een betoverende openhartigheid, als een puber die een dagboek bijhoudt, die zijn hart uitstort en zelfs het exacte uur vastlegt: hora autem erat quasi decima... (het was ongeveer het tiende uur). Hij herinnert zich het precieze moment waarop Christus naar hem keek, toen Christus hem aantrok, toen hij Christus niet kon weerstaan, toen hij verliefd werd op Christus."[11]

We kunnen ons voorstellen hoe Jezus aan het Kruis ontroerd is geworden bij het zien van de jonge discipel die bij het avondmaal tegen zijn borst had geleund (Joh 21, 20). Misschien was hij niet verbaasd zijn Moeder te zien: op de een of andere manier was ze altijd aan zijn zijde gebleven. Naast haar ontwaart de Heer een vriend: Johannes. Te midden van alle angst ontmoeten hun ogen elkaar. Wat een immense vreugde moet het voor Jezus zijn geweest! En het Evangelie zegt ons dat precies dan, als onze Heer hem naast zijn Moeder ziet staan, Johannes deel mag gaan uitmaken van de unieke relatie die er tussen Hem en Maria bestond: Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: "Vrouw, zie daar uw zoon! Vervolgens zei Hij tot de leerling "Zie daar uw moeder!" (Joh 19, 26-27)

‘De Vriend’ nodigt hen uit om te doen wat Hij zal doen: ook hun leven geven voor hun vrienden

Jaren later zou Johannes schrijven: “We hebben lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad.” (1 Joh 4, 19) Deze verrassende uitspraak kwam voort uit zijn persoonlijke ervaring. Johannes wist dat hij zeer geliefd was door Jezus. Deze realiteit heeft zijn hele leven doordrongen en een nieuwe betekenis gegeven: deze liefde aan de hele wereld brengen. “De apostel Johannes,” zei de zalige Johannes Henry Newman, "had het onuitsprekelijke voorrecht om Christus’ vriend te zijn. Hierdoor heeft hij geleerd anderen lief te hebben; eerst was zijn genegenheid geconcentreerd, daarna heeft ze zich wijd uitgezet. Bovendien had hij de plechtige en troostende taak voor de Moeder van de Heer, de Heilige Maagd Maria, na Zijn vertrek te zorgen. Zien we hier niet de verborgen bronnen voor zijn bijzondere liefde jegens zijn broeders en zusters? Is hij ̶ die van de Verlosser een speciale liefde ontving en ook de zending om zoon van Maria te worden ̶ niet een herinnering en een model (voor zover de mens dat kan zijn) van diepe, beschouwende, vurige, serene en onbegrensde liefde?"[12]

Harten wakker schudden

Je hele hart geven aan God is niet slechts het resultaat van een persoonlijke beslissing: het is een geschenk, het geschenk van het celibaat. En zo is het kenmerk van het celibaat niet het ontbreken van iets, maar een ontdekking: "Zijn Liefde... is elke liefde waard!"[13] Het hart voelt een onvoorwaardelijke Liefde aan, en wil zich op een onvoorwaardelijke en exclusieve manier aan die Liefde overgeven. En niet alleen om het zelf te ervaren, maar ook om het aan vele anderen door te geven. Zoals de heilige Johannes, die niet alleen de liefde van Jezus genoot, maar er ook voor zorgde dat deze Liefde zich over de hele wereld zou verspreiden. Voor de geliefde leerling was dit het natuurlijke gevolg: ‘als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.’ (1 Joh 4,11)

Soms wordt het celibaat vooral geassocieerd met meer tijd ter beschikking hebben, alsof de volledige overgave een kwestie van ‘efficiency’ zou zijn: om bepaalde apostolaatswerken vooruit te brengen, of om vrij te zijn van andere verplichtingen. Dit getuigt van een beperkte visie. Het celibaat is niet het resultaat van praktische overwegingen over de beschikbaarheid voor evangelisatie, maar een roeping van Christus. Het is een uitnodiging om te leven volgens de levensstijl van zijn Hart: om lief te hebben zoals Christus, om te vergeven zoals Christus, om te werken zoals Christus; meer nog, om Christus zelf te zijn — ipse Christus — voor alle zielen. Daarom zijn de louter pragmatische redenen en de verwijzing naar een grotere beschikbaarheid, niet voldoende: zo'n grotere beschikbaarheid van tijd zou gemakkelijk ook een vorm van egoïsme kunnen worden, omdat het bevrijdt van offers en inspanningen die in het huwelijk nodig zijn om elkaar te aanvaarden en te verdragen en dat leidt dan weer tot een geestelijke verarming of verharding van het hart."[14]

Het celibaat is daarom niet ‘de eenzaamheid van de ivoren toren’, maar een roeping om harten te begeleiden en wakker te schudden. Hoeveel mensen zijn er niet in de wereld die zich onbelangrijk voelen, die denken dat hun leven van geen waarde is of die soms in vreemd gedrag vervallen, omdat ze diep van binnen op zoek zijn naar een beetje liefde! Zij die de gave van het celibaat ontvangen, zijn geroepen om alle mensen te benaderen en Gods liefde aan hen te openbaren en hen te herinneren aan hun oneindige waarde. Zo is het celibatair hart op dezelfde manier vruchtbaar als het vruchtbare en verlossende Hart van Jezus. Het streeft ernaar om in ieder mens het goede te ontdekken, zoals onze Heer dat ontdekte bij wie Hem opzochten. Het ziet niet een zondaar, een melaatse, een verachtelijke tollenaar, maar een wonderlijk schepsel van onschatbare waarde dat door God geliefd wordt en geroepen.

Het celibaat is een uitnodiging om te leven volgens de levensstijl van het Hart van Christus: om Christus zelf te zijn voor alle zielen

Al hebben degenen die celibatair leven geen eigen kinderen, toch zijn ze op deze manier in staat een diepgaand en reëel ouderschap te beleven. Ze zijn moeder of vader van veel kinderen, want ‘vaderschap betekent leven geven aan anderen.’[15] Ze zijn in de wereld om voor anderen te zorgen en om hen, met hun leven en troostende woorden, te laten zien, dat alleen God hun dorst kan lessen. ‘Onze wereld (...), waarin God op zijn best verschijnt als een hypothese en niet als een concrete realiteit, heeft het hard nodig om heel concreet en radicaal op God te rusten. Het heeft een getuigenis nodig van personen, voor wie God de grond is waarop je je leven bouwt. Daarom is het celibaat juist nu in onze hedendaagse wereld zo belangrijk, ook al wordt de vervulling ervan in onze tijd voortdurend bedreigd en in twijfel getrokken.’[16]

Een gave die voortdurend moet groeien

De goddelijke gave van het celibaat is geen betovering die een onmiddellijke en permanente verandering teweegbrengt. God geeft het eerder als een zaadje dat geleidelijk in goede grond moet groeien. Zoals elke roeping is het celibaat een geschenk en een opdracht. Het is een weg. Daarom is het besluit om celibatair te leven voor het Koninkrijk der Hemelen niet voldoende, opdat het hart automatisch wordt getransformeerd. Er is een voortdurende inspanning nodig om het onkruid te wieden, om te waken voor insecten en parasieten. Altijd werkt de goddelijke genade in op de natuur, zonder deze te ontkennen of haar plaats in te nemen. Met andere woorden: God houdt rekening met onze vrijheid en onze persoonlijke geschiedenis. En juist daar, in die mengeling van modder en genade, groeit in stilte de mooie gave van een maagdelijk hart; het groeit... of het gaat verloren.

Net als de jongste zoon in de gelijkenis, kunnen degenen die geroepen zijn tot een grotere intimiteit met God, zich op een dag uitgeput en leeg voelen. Die jongeman besloot naar een ver land te vertrekken (vgl. Lc 15, 13), omdat hij in het huis van zijn vader een innerlijke leegte voelde. Het was nodig dat hij diep zou zakken, opdat hij eindelijk zijn ogen zou openen en zou beseffen in welke staat van slavernij hij terechtgekomen was. Het is opmerkelijk dat, volgens de Evangelietekst, de reden voor zijn terugkeer niet bepaald geestelijk was. Hij had honger, lichamelijke honger. Hij miste het voedzame brood van zijn vaders huis. Toen hij uiteindelijk terugkeerde, wachtte zijn vader hem op, snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk (Lc 15, 20). De zoon had zich voorbereid op een formeel oordeel (vgl. Lc 15, 18-19); in plaats daarvan treft hem een liefdevolle omhelzing. Hij ontdekt ̶ misschien wel duidelijker dan ooit ̶ zijn diepste identiteit: hij is de zoon van zo'n goede Vader.

Op andere momenten kan het gevoel van verveling een meer verraderlijke vorm aannemen: wie in het huis van de vader blijft, voelt zich misschien meer dienaar dan zoon, zoals de oudste broer in de gelijkenis, die "thuis woonde, maar niet vrij was, omdat zijn hart elders lag."[17] In beide gevallen is de manier om aan het verdriet te ontsnappen, de ogen te richten op de Vader en zijn liefde voor ons. God bevredigt de honger van de ziel met het Brood van de Eucharistie, waarin we Degene vinden die één van ons is geworden, zodat we hem als Vriend kunnen liefhebben. Daar kunnen we ons vullen, en het hart brandend houden met een liefde die ‘zo sterk is als de dood’ (Hooglied 8, 6).

Johannes bleef naast het kruis van Jezus en was ook aanwezig bij zijn Hemelvaart, ‘die dag waarop een schijnbaar afscheid in werkelijkheid het begin vormde van een nieuwe nabijheid.’[18] Jezus moest zich lichamelijk scheiden van zijn leerlingen, die Hij tot het einde toe had liefgehad, om hen en ieder die in Hem zou gaan geloven nog intiemer lief te kunnen hebben. Dat is het geheim van een celibatair hart: afstand doen van een liefde op deze aarde om de hele wereld te vullen met het licht van zijn Liefde.

Vertaling 2 maart 2020


[1] Vgl. Heilige Johannes Paulus II, Algemene Audiëntie, 10, 24, 31 oktober 1979.

[2] Vgl. Heilige Johannes Paulus II, Algemene Audiëntie, 10 oktober 1979, nr. 2.

[3] Benedictus XVI, Toespraak tot de Romeinse Curie, 22 december 2006.

[4] Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 122.

[5] Fernando Ocáriz, Brief, 14 februari 2017, nr. 8.

[6] Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 884.

[7] Heilige Jozefmaria, In dialoog met de Heer, Scepter 2018, blz. 66.

[8] Heilige Jozefmaria, De kruisweg, Achtste Statie, nr 8.

[9] De heilige Jozefmaria verwees soms naar Jezus als "de Vriend". Vgl. De Weg, nr. 422; Christus komt langs, nr 93.

[10] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 2 (vgl. Lied 8:6).

[11] Heilige Jozefmaria, Aantekeningen van een samenkomst met jongeren, 6 juli 1974.

[12] Heilige John Henry Newman, "Love of Relations and Friends", Parochial and Plain Sermons 2, preek 5.

[13] Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 171.

[14] Benedictus XVI, Toespraak tot de Romeinse Curie, 22 december 2006.

[15] Franciscus, Homilie in Santa Marta, 26 juni 2013.

[16] Benedictus XVI, Toespraak tot de Romeinse Curie, 22 december 2006.

[17] Fernando Ocáriz, Brief, 9 januari 2018, nr. 9.

[18] Joseph Ratzinger, "El comienzo de una nueva cercanía" in El resplandor de Dios en nuestro tiempo, Barcelona: Herder, 2008, blz. 185.