Strijd, nabijheid, missie (16): "Het is de Heer": Geestelijke begeleiding (II)

Veel mensen die Christus hebben gevonden of dankzij een vriend tot het geloof zijn teruggekeerd, beschrijven de hulp die ze hebben gekregen als echte geestelijke begeleiding.

“Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was, trok hij zijn bovenkleed aan – want hij droeg slechts een onderkleed – en sprong in het meer” (Joh. 21,7). De geliefde leerling heeft slechts onder woorden gebracht wat hij met de ogen van het geloof zag. En Petrus, “met dezelfde ijver waarmee hij vele andere dingen deed, ging naar Jezus”.[1] De eerste paus begrijpt de hint van Johannes op zijn eigen manier: hartstochtelijk. Hij springt in het water, ook al ligt de boot al dicht bij de oever. Objectief gezien was die sprong in het water zinloos, maar voor Petrus was het de enige manier om zijn liefde voor Jezus te tonen, zijn verlangen om met hem te spreken. En het is niet moeilijk om je de glimlach van de Heer voor te stellen – een glimlach die tegelijk geamuseerd en ontroerd was door de vurigheid van Petrus.

De persoonlijkheid en het initiatief van elke ziel stimuleren

Deze scène geeft een belangrijke dynamiek weer van authentieke geestelijke begeleiding. De begeleider wijst, op een discrete manier en zonder zich op te dringen, op de plaatsen waar hij de aanwezigheid van de Heer vermoedt. En de begeleide gaat zelf op weg om Hem te ontmoeten. De begeleider kan begeleiding en steun bieden, maar uiteindelijk is het de ander die Gods wil voor zijn eigen leven moet onderscheiden en de juiste stappen moet zetten. Met andere woorden: in geestelijke begeleiding is het van wezenlijk belang verantwoordelijkheid en persoonlijk initiatief te stimuleren. Het gaat erom ieder te helpen zijn eigen gebedsleven te laten groeien, spirituele bronnen te zoeken en eigen keuzes te maken.

Mensen groeien in volwassenheid en vrijheid als hun verantwoordelijkheid wordt gestimuleerd. En dat stelt hen in staat om meer en beter lief te hebben. De Vader herinnerde ons hieraan in een van zijn brieven: “In deze zin richt de heilige Jozefmaria zich tot degenen die verantwoordelijk zijn voor de persoonlijke geestelijke leiding van hun broers of zussen en schrijft: “Geestelijke leiding aan iemand geven, brengt geen macht over die persoon met zich mee. Geef de zielen altijd een grote vrijheid van geest. Denk aan wat ik jullie al zo vaak heb gezegd: iets doen omdat ik het wil, dat lijkt mij de meest bovennatuurlijke reden. De taak van de geestelijk leider is de ziel te helpen de wil van God te vervullen, omdat hij het zelf wil. Niets opleggen, maar advies geven.” Het advies van de geestelijke begeleiding heeft als doel het werk van de heilige Geest in de ziel te ondersteunen en te helpen met vrijheid en verantwoordelijkheid voor God en voor zijn eigen plichten te staan, want “bij de schepping van de zielen herhaalt God zich niet. Iedereen is zoals hij is. Iedereen moet worden behandeld zoals God hem heeft gemaakt, en zoals God hem leidt.”[2]

Om de verantwoordelijkheid van mensen te stimuleren, is het vaak raadzaam niet meteen advies te geven, hoe duidelijk de oplossingen ook lijken. Dit gebeurt dikwijls in het leven: iemand heeft steun of aanmoediging nodig, maar krijgt in plaats daarvan direct advies. Hoewel advies soms nuttig kan zijn, is het vooral belangrijk mensen aan te moedigen zelf antwoorden te zoeken: “Wat denk jij hierover?” of “Waarom bid je er rustig over en praten we er later verder over?” Geestelijke begeleiding bestaat er soms in mensen te helpen door vragen te stellen die nieuwe horizonten van onderscheiding openen: “Welke voor- en nadelen zie je in deze manier van handelen?” of “Heb je overwogen of dit past in de weg die God je tot nu heeft geleid?” Dergelijke benaderingen helpen mensen de deugd van voorzichtigheid in al haar dimensies te ontwikkelen. Zo zullen zij, zonder te verzuimen om advies te vragen wanneer dat nodig is, ook tot de integrale ontwikkeling van deze deugd komen, die inhoudt dat men goed oordeelt en beslist.[3] Logischerwijs kan het nodig zijn dat de begeleider, wanneer iemand weinig vorming heeft ontvangen in het morele of ascetische leven, de betekenis van relevante leerstellingen uitlegt en hun toepassing laat zien. Als men van mening is dat iemand een ernstige fout dreigt te maken, is het gepast dit duidelijk te benoemen. Het hoofddoel blijft echter dat mensen worden uitgenodigd tot persoonlijke reflectie, zodat zij in de aanwezigheid van God leren onderscheiden hoe het evangelie hun leven en uitdagingen verlicht.[4]

Wanneer iemand zijn hart opent, erkent hij dat hij zich in een kwetsbare situatie bevindt. De begeleider moet op zijn beurt leren ‘zijn sandalen uit te trekken voor de heilige grond van de ander’ (cf. Ex. 3,5).[5] Dit vraagt een houding van diep respect voor de waardigheid en intimiteit van iedere persoon: vragen mogen niet uit louter nieuwsgierigheid gesteld worden, en gesprekken mogen niet worden geforceerd wanneer de ander er nog niet klaar voor is. Bovendien moet de begeleider nooit verbaasd of veroordelend reageren op wat hem wordt toevertrouwd, of het nu gaat om daden, verlangens of bekoringen. Zelfs goed opgeleide mensen met een oprecht verlangen naar God kunnen momenten van zwakte of beproeving ervaren. Omgekeerd mag degene die zijn innerlijk blootgeeft, zich ook niet onthouden van iets te zeggen uit angst dat de ander verbaasd of ontstemd zal reageren.

Een goede geestelijk begeleider weet hoe hij eisen kan stellen zonder opdringerig te zijn, door geduldig rekening te houden met het tempo van de ander. In dit verband kan men denken aan de passage uit Jesaja waarnaar Matteüs verwijst met betrekking tot Jezus: “Een geknakt riet zal Hij niet breken en een smeulende vlaspit niet doven” (Mt 12,20; Jes 42,3). Een te grote nadruk op wat verkeerd gaat, kan de begeleiding belemmeren. Iemand bijvoorbeeld wijzen op een tekortkoming kan hem tot verandering aansporen, maar het kan hem ook ontmoedigen of verdrietig maken. Meestal is het effectiever mensen te helpen zelf inzicht te krijgen, door geleidelijk obstakels weg te nemen, zodat zij hun problemen en tekortkomingen zelf leren zien en erkennen.

We weten uit ervaring dat iemand die uitgeput langs de kant van de weg ligt, zelden weer op gang komt door aanmoedigingen vanop een afstand. Wat werkelijk helpt om weer op krachten te komen, is een bemoedigend woord en iets te eten of te drinken. Net zoals we een plant niet kunnen dwingen sneller te groeien door eraan te trekken – want dan zouden we hem uiteindelijk ontwortelen – kunnen we ook de geestelijke ontwikkeling van mensen niet versnellen zonder hen te schaden. “De zielen, net als goede wijn, worden beter met de jaren.”[6] Daarom geldt ook: “De vorming die we gedurende het hele leven ontvangen(...) opent vooral brede horizonten. Want als we ons zouden beperken tot eisen stellen en geëist te worden, dan zouden we uiteindelijk alleen maar zien wat we niet bereikt hebben, onze fouten en beperkingen, en het belangrijkste vergeten: de liefde van God voor ons.”[7]

Vriendschap als geestelijke begeleiding

De bovenstaande overwegingen hebben vooral betrekking op de formele praktijk van geestelijke begeleiding, die in het Werk plaatsvindt in een broederlijk gesprek, met een leek of priester, in de biecht, of in andere gesprekken met de priester. De heilige Jozefmaria wilde altijd vermijden dat we deze personen onze “geestelijke leiders” noemden. Deze benadering, die de figuur van de concrete persoon relativeert, biedt een verscheidenheid aan perspectieven die het geestelijk leven verrijken en tegelijkertijd buitensporige gehechtheid aan beide kanten voorkomt. Zo wordt ook het risico ondervangen dat er 'bezitterige bestuurders' ontstaan, evenals persoonsverheerlijking dat veelal aan de oorsprong ligt van bepaalde gevallen van gewetensmanipulatie.

Geestelijke begeleiding kan echter verder gaan dan deze formele domeinen. Vriendschap, opgevat als de welwillende liefde tussen mensen met gedeelde interesses of visies, is een onmisbare vorm van begeleiding in het dagelijks leven. Wanneer die gedeelde interesse het spirituele domein omvat, wordt vriendschap vanzelf een vorm van geestelijke begeleiding. De Vader herinnerde hieraan toen hij schreef over de heilige Basilius en de heilige Gregorius van Nazianze: “De vriendschap die ze in hun jeugd sloten, hield hen hun hele leven samen, en tot de dag van vandaag staat hun gedachtenis op dezelfde dag op de algemene liturgische kalender. De heilige Gregorius vertelt dat “beiden slechts één verlangen en opgave koesterden en dat was het beleven van de deugden en het leven voor de toekomstige hoop”. Hun vriendschap leidde hen niet alleen niet af van God, maar bracht hen meer tot Hem.”[8] Een vriendschap die openstaat voor spirituele aangelegenheden vormt een informeel maar authentiek kader voor geestelijke begeleiding. Alle eerdergenoemde elementen zijn er aanwezig: openheid voor het werk van de Heilige Geest, aandachtig luisteren en het stimuleren van de persoonlijkheid en initiatief.

Veel mensen die Christus en de Kerk hebben gevonden dankzij een vriend of vriendin, beschrijven de hulp die ze hebben ontvangen als spirituele begeleiding. Vaak gebeurde dit bijna ongemerkt: hun vriend begeleidde hen stap voor stap en leidde hen naar liefde voor Jezus, tot de stap naar het doopsel of toetreding tot de katholieke Kerk. Hetzelfde geldt voor degenen die door loyale vriendschap tot het geloof zijn teruggekeerd, of die dankzij de woorden van een vriend hebben voorkomen dat ze zich van God zouden afkeren. Zo komt het “het apostolaat van vriendschap en vertrouwen”,[9] zoals de heilige Jozefmaria het noemde, vrij dicht in de buurt van wat wij kennen als geestelijke begeleiding: “De woorden die op het juiste moment in het oor van een wankelende vriend worden gefluisterd; het oriënterend gesprek dat je op passende wijze wist uit te lokken; en de deskundige raad die zijn werk aan de universiteit zal verbeteren; alsook de discrete indiscretie, waardoor je voor hem onvermoede horizonten van apostolische ijver ontsluit.” [10]

De symmetrische relatie tussen twee vrienden opent bovendien dimensies die in formele begeleiding minder toegankelijk zijn: het delen van ervaringen en het wederzijds steunen. Vrienden wisselen standpunten uit en helpen elkaar de uitdagingen van het leven aan te gaan. Dit opent bepaalde wegen, maar sluit ook andere af. In een vriendschapsrelatie kan ik niet altijd verwachten dat de ander naar mij luistert, omdat hij soms juist zelf gehoord wil worden. Anderzijds kunnen mijn vrienden mij niet altijd goed adviseren over spirituele kwesties of mijn persoonlijke weg, omdat zij daar mogelijk niet voldoende mee vertrouwd zijn – al kan hun perspectief mij ongetwijfeld verrijken. Om deze redenen kan vriendschap, hoezeer zij ook geestelijke begeleiding aanvult en verrijkt, deze niet volledig vervangen.

Bij formele vormen van geestelijke begeleiding is de relatie tussen de twee personen daarentegen asymmetrisch: slechts één van de partijen heeft de rol van luisteren en adviseren, een rol die niet mag worden vervaagd of omgedraaid. Dit onderscheid schept grenzen die de begeleide helpen zijn hart te openen, zonder dat emotionele interferenties een adequate focus of objectiviteit in de weg staan. Het maakt het ook gemakkelijker om, na reflectie in de aanwezigheid van God, intieme aspecten van de relatie met Hem en met anderen te bespreken, inclusief de wortels van zonden en diepste innerlijke strijdpunten. Dit betekent echter niet dat de relatie tussen begeleider en begeleide persoon koel of afstandelijk moet zijn. Ondanks de asymmetrie en emotionele afstand is het essentieel dat de geestelijk begeleider oprechte genegenheid koestert voor de mensen die hij begeleidt. Alleen wie liefheeft met de liefde van Degene die ons vrienden heeft genoemd (cf. Joh. 15,15), kan werkelijk helpen.

* * *

Jezus sprak tot hen: “Haalt wat van de vis, die gij juist gevangen hebt” (Joh. 21,10). Petrus, nog druipend van zijn sprong in het meer, sleept het net vol vissen naar de oever. Na een welverdiend ontbijt wandelt hij met Jezus weg. Daar begint tussen leerling en Meester een intiem gesprek: Gebed? Geestelijke begeleiding? Beide tegelijk, in goddelijke harmonie. Petrus, ontwapend, hernieuwt zijn trouw aan de Heer. En de Heer, die nooit is opgehouden in hem te geloven, bevestigt hem in zijn zending: “Volg mij”. Wanneer Petrus zich omdraait en vraagt naar de andere leerling, die verder achteraan loopt, herhaalt Jezus dringend: “Volg mij” (cf. Joh. 21,19-22). Johannes hoort hun gesprek niet – en dat is ook niet zijn rol. Net als Johannes de Doper (cf. Joh. 3,27-30) verblijdt hij zich eenvoudig dat hij de ontmoeting mogelijk heeft gemaakt.


[1] Heilige Bede de Eerbiedwaardige, geciteerd in Catena aurea, Jn 21,1-11.

[2] F. Ocáriz, Pastorale Brief, 9 januari 2018, nr. 10; de citaten van de Heilige Jozefmaria zijn van de Brief 26, nr. 38.

[3] Cfr. Aristoteles, Ethica Nicomachea VI, 13; Heilige Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II q. 47 a. 8 co.

[4] “Wat mijn persoonlijke getuigenis aangaat, kan ik zeggen dat ik mijn werk als priester en zielenherder altijd heb opgevat als de taak om iedere persoon te confronteren met de eisen die het leven aan hem stelt, en hem te helpen ontdekken wat God concreet van hem vraagt. Dit heb ik altijd willen doen zonder de onafhankelijkheid en de persoonlijke verantwoordelijkheid die kenmerkend zijn voor een christelijk geweten aan te tasten.” (Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 99).

[5] Paus Franciscus, Evangelii gaudium, nr. 169.

[6] Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 78.

[7] F. Ocáriz, Pastorale Brief, 9 januari 2018, nr. 11.

[8] F. Ocáriz, Pastorale Brief, 1 november 2019, nr. 5. De interne verwijzingen zijn van de heilige Gregorius van Nazianze, Preek 43.

[9] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 192.

[10] Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 973.

Dancho Azagra