Hun ogen gingen open (II): Het zachte briesje van de muziek

Van het zingen van liederen “over de menselijke liefde op goddelijke wijze” tot het zingen voor God in de liturgie: enkele manieren waarop muziek een plaats kan krijgen in onze dagelijkse omgang met de Heer.

De profeet Elia stond op het punt de moed te verliezen. De spectaculaire openbaring van Gods macht op de berg Karmel had weliswaar plaatsgevonden, maar zijn leven liep gevaar. Koningin Izebel, gesteund door een groot deel van het volk van Israël, was vastbesloten hem uit de weg te ruimen. «Ik alleen ben overgebleven en nu staan ze ook mij naar het leven», klaagt hij, terwijl hij zijn hart uitstort in het gebed en zijn toevlucht zoekt in een grot in de bergen (1 Koningen 19,10). «Toen trok Jahwe voorbij. Voor Jahwe uit ging een zeer zware storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar Jahwe was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was Jahwe niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was Jahwe niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.» (1 Koningen 19,11-12). Juist in dat zachte briesje herkent Elia opnieuw de aanwezigheid van de Heer en kan hij zijn gesprek met Hem voortzetten.

Ook ons dagelijks leven wordt soms opgeschud door stormen die we moeten doorstaan, aardbevingen waarbij we stand moeten houden of branden die we moeten blussen. Op zulke momenten kan het moeilijk zijn de innerlijke stilte en de intimiteit met God te vinden: dat zachte briesje waarin Hij zich laat kennen. Want de stem van God «dringt zich niet op, ze is discreet, respectvol; de stem van God is nederig en juist daarom vredestichtend. En alleen in de vrede kunnen we diep in onszelf doordringen tot we de authentieke verlangens herkennen die de Heer in ons hart heeft gelegd».[1] Muziek kan een van de wegen zijn die ons naar die vrede voeren. Niet omdat zij zelf de stem van God is, maar omdat zij ons kan binnenleiden in die ruimte van het hart waar wij, net als Elia, opnieuw het zachte briesje van Gods aanwezigheid kunnen vernemen.

Een poort naar het diepste

Er zijn melodieën die ons al vanaf het prille begin van ons bestaan vergezellen. Reeds in de moederschoot voelen we het ritme van de hartslag van onze moeder, worden we gewiegd door haar stem en horen we misschien zelfs de muziek die onze ouders laten klinken om onze zintuigen te prikkelen. Vanaf die eerste levensfase maakt geluid deel uit van de band tussen moeder en kind en draagt het bij aan de identiteit die zich geleidelijk vormt. Bij de geboorte begint een kind al als het ware te zingen: een krachtig gehuil dat lange tijd op vrijwel dezelfde toon blijft en essentieel is om de ademhaling op gang te brengen. Muziek en gevoelens zijn van nature nauw met elkaar verweven. Muziek roept emoties op, begeleidt en verdiept ze, en helpt ons zelfs om ze beter te verstaan. «Muziek, en vooral grote muziek, brengt de geest tot rust, wekt diepe gevoelens op en nodigt ons er als vanzelf toe uit onze geest en ons hart tot God te verheffen, in alle omstandigheden van het menselijk bestaan, zowel in vreugde als in verdriet. Muziek kan uitgroeien tot een gebed.»[2]

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het geloof van Israël zich door de eeuwen heen in zang heeft uitgedrukt. Toen God zijn volk uit Egypte bevrijdde, antwoordde Israël met een lied. In dat gezang begon het zijn herinnering levend te houden en zijn identiteit te vormen: «Israël zag Jahwe’s machtige optreden tegen Egypte (…). Toen hieven Mozes en de Israëlieten ter ere van Jahwe dit lied aan: Ik wil zingen voor Jahwe, want Hij is de hoogste» (Ex. 14,31–15,1). Later zou koning David zijn vreugde en verdriet, zijn klaagzangen en zijn liefde bezingen in de psalmen, die al eeuwenlang worden gezongen en die het nieuwe Volk van God ook vandaag nog doen weerklinken in de heilige Mis.

Elke kunstvorm opent een poort om de wereld beter te leren kennen, te begrijpen en lief te hebben. Muziek spreekt echter op een heel eigen en directe manier tot ons innerlijk. Misschien komt dat doordat wij er al vóór onze geboorte mee in aanraking komen, doordat zij ons via het gehoor zo onmiddellijk bereikt en doordat zij ons diepgaand raakt. Zij nodigt ons uit op zoek te gaan naar een waarheid die ook via de klank wordt aangevoeld. Muziek brengt «de innerlijke dynamiek van het existentiële zelf van de mens»[3] tot uitdrukking en opent een weg naar het diepste van ons hart. Dat ondervond ook de heilige Augustinus. In zijn Belijdenissen schrijft hij: «Wanneer ik terugdenk aan de tranen die ik bij het begin van mijn bekering heb vergoten bij de gezangen van de Kerk, en aan hoe ik ook nu nog ontroerd word, niet zozeer door de zang zelf als wel door de woorden die gezongen worden, wanneer zij klinken met een heldere stem en een passende melodie, dan erken ik opnieuw hoe groot de waarde van deze gewoonte is.»[4]

Dat vrijwel elke vorm van muziek tegenwoordig onmiddellijk toegankelijk is, is een zeer recent verschijnsel dat een emotioneel gebruik van muziek mogelijk maakt. Daardoor zijn we muziek vaak gaan gebruiken om emoties te versterken, onszelf te troosten of even aan de werkelijkheid te ontsnappen. Dat beantwoordt aan een reële menselijke behoefte. Toch blijft de muzikale ervaring dan vaak beperkt tot de vluchtige emoties die zij oproept. Muziek vermag echter veel meer. Zij kan ons diep raken zonder onze gevoelens te manipuleren; zij kan ontroeren zonder de werkelijkheid te vereenvoudigen; zij kan een horizon van betekenis openen die verder reikt dan de onmiddellijke emotionele reactie. Zo'n ervaring vraagt echter tijd, aandacht en innerlijke beschikbaarheid: de bereidheid een muziekstuk de nodige tijd te gunnen en te luisteren naar wat ons niet meteen aanspreekt of wat wij nog niet volledig begrijpen.

Iets wat van binnen gebeurt

Muziek is op talloze manieren aanwezig in ons dagelijks leven. Zij geeft ons energie tijdens het sporten, begeleidt ons als wij ons verplaatsen, helpt ons bij onze concentratie en schept momenten van verbondenheid wanneer we samen zingen met familie of vrienden. Er is ook muziek die ons helpt te bidden of die ons gebed draagt, zowel in de liturgie als daarbuiten. Op al die momenten klinkt muziek niet alleen buiten ons, maar ook in ons hart.

Juist daarom is het goed ons af te vragen welke plaats muziek juist in ons innerlijk leven inneemt. Zij vormt niet louter een achtergrond bij ons leven. De teksten die we beluisteren en de melodieën die ons vergezellen, kunnen onze gevoelens vormen, onze blik op de wereld verdiepen, onze omgang met anderen beïnvloeden en zelfs onze relatie met God helpen groeien. Zoals de Prelaat van het Opus Dei tijdens een bijeenkomst met gezinnen in Lima, in een gesprek met een lid van een rockband, zei: «Muziek is ook een weg om God te vinden. Ware schoonheid vindt haar oorsprong in God en verheft de ziel. In de schoonheid van de muziek kunnen wij een weerspiegeling ontdekken van de oneindige schoonheid van God.»[5]

Door de eeuwen heen heeft de Kerk een buitengewone muzikale traditie opgebouwd die christenen – en talloze andere mensen – helpt dichter bij God te komen. Het is «een schat van ongekende waarde, die alle andere vormen van artistieke uitingen overtreft. Vooral het sacrale gezang, verbonden met de liturgische tekst, vormt een noodzakelijk en wezenlijk bestanddeel van de plechtige liturgie.»[6] Vanaf de eredienst van het Oude Verbond, via de gregoriaanse traditie en de meesterwerken van de grote componisten, is de zang altijd een wezenlijk onderdeel geweest van de liturgie. Ook vandaag zet de Kerk deze manier van omgaan met God voort en blijft deze aanmoedigen[7].

Om God in de muziek te vinden, is een liturgische context of een lied dat expliciet naar Hem verwijst echter niet noodzakelijk. Het volstaat dat een verliefd hart het gefluister van God weet te herkennen in liedjes over liefde, teleurstelling, pijn, hoop of een nieuw begin. De heilige Jozefmaria maakte daarom niet zelden gebruik van de volksmuziek die op de festivals van zijn tijd te horen was als hulp bij zijn gebed. Hij plaatste zich als het ware in de positie van de geliefde die zijn liefdeslied tot God richt: «Om mijn intieme omgang met de Heer te voeden heb ik me (...) ook vaak bediend van —het kan mij niet schelen als het bekend wordt— die populaire liedjes die iedereen kent en die bijna altijd over liefde gaan: die vind ik echt heerlijk.»[8].

De heilige Jozefmaria houdt ons het ideaal voor van een leven «als een aaneenschakeling van liefdesliedjes die tot God gericht zijn».[9] Dat ideaal vraagt dat wij niet alleen de grens van de vluchtige emotie overstijgen, maar ook die van de frivoliteit. Want hoewel wij onvermijdelijk worden blootgesteld aan oppervlakkige muziek, kunnen wij er soms ook zelf voor kiezen te luisteren naar liederen die een vertekend beeld geven van de menselijke persoon en van de liefde. Daarom is onderscheiding nodig. Het is belangrijk ons af te vragen of de muziek waar wij naar luisteren ons vermogen om lief te hebben en authentieke relaties aan te gaan verdiept of juist afstompt; of zij onze waardigheid als kinderen van God verduistert of haar juist doet oplichten; of zij ons in onszelf opsluit of ons opent voor een authentieke gemeenschap met anderen. Naar goede muziek luisteren betekent in zekere zin leren dieper naar het leven zelf te luisteren. Het helpt ons om ons niet in onszelf op te sluiten, ons hart open te stellen voor de schoonheid en het ontvankelijk te maken voor een vuur dat blijft branden. Daarom kan ook het luisteren naar muziek een ware oefening in contemplatie worden.

Stilte maakt de melodie mogelijk

Stel je een concertzaal voor. Terwijl het publiek binnenstroomt, klinkt overal geroezemoes: gesprekken, kuchjes, hier en daar een lach... Dan weerklinken de belsignalen die aankondigen dat het concert op het punt staat te beginnen. Langzaam valt de zaal stil. Er ontstaat een gespannen verwachting en onze zintuigen maken zich gereed om de muziek te ontvangen die het orkest zal spelen. Het gaat nu niet meer alleen om ons voor te bereiden op het luisteren, maar om al onze zintuigen open te stellen voor een ervaring die ons hele wezen omvat en de diepste snaren van ons hart raakt. Na een concert van de Berliner Philharmoniker merkte Benedictus XVI op dat muziek «ons door haar klanken als het ware binnenleidt in een andere wereld en ons innerlijk in harmonie brengt. Wanneer wij zo een moment van vrede ervaren, kunnen wij de mysterieuze werkelijkheid als het ware van bovenaf aanschouwen: een werkelijkheid die de menselijke geest tracht te doorgronden en die door het licht van het geloof helderder wordt verlicht.»[10]

Ook ons hart is als een concertzaal. Om de melodieën van ons eigen leven te kunnen beluisteren, hebben wij stilte nodig. Elke noot, elke melodie is belangrijk, maar we moeten leren even stil te staan om hun samenhang binnen het geheel te horen en de betekenis van de klanken te kunnen ontcijferen. Zoals muziek niet kan bestaan zonder stilte, zo hebben wij momenten van stilte nodig om ons innerlijk leven te ervaren, te begrijpen en te verdiepen. Stilte is een wezenlijk onderdeel van de melodie. Zo is zij ook onmisbaar voor de ontplooiing van ons geestelijk leven.[11] Alleen in de stilte kunnen wij zowel de diepste waarheid van ons eigen hart als de bevrijdende waarheid van God leren kennen.

Wanneer wij de waarde van de stilte ontdekken, wordt ook muziek een manier van luisteren. Zij stemt ons hart af om waar te nemen wat het rumoer van de wereld en de onrust van ons eigen innerlijk ons zo vaak beletten in te zien. «Het Woord spreekt, maar zwijgt ook en luistert: zoals een pasgeboren kind», schreef de prelaat van het Opus Dei enkele jaren geleden. «Net als in de tempel zijn er talloze momenten waarop Jezus ook zwijgt en luistert: wanneer Hij op de grond schrijft als antwoord op degenen die de zondige vrouw wilden stenigen; wanneer Hij zich op de berg in stilte tot zijn Vader wendt; wanneer Hij zich laat vastnagelen aan het kruis… En ook vandaag blijft Hij in de Eucharistie luisteren.»[12]

* * *

«Ik ben ervan overtuigd», zei Benedictus XVI ooit, «dat muziek (…) werkelijk de universele taal van de schoonheid is. Zij is in staat mensen van goede wil over de hele wereld met elkaar te verbinden, hun blik omhoog te richten en hun hart open te stellen voor het absolute Goede en de absolute Schoonheid, die hun uiteindelijke oorsprong vinden in God zelf.»[13] In een wereld waarin het vertrouwde al snel routine wordt en algoritmen ons steeds opnieuw naar dezelfde patronen leiden, vermomd als nieuwigheid, en in een tijd waarin het onbekende vaak angst oproept, nodigt muziek ons uit om halt te houden. Zij leert ons aandachtig te luisteren en waar te nemen wat ons anders zou ontgaan. Zij herinnert ons eraan dat er altijd nieuwe schoonheid te ontdekken valt. Een onverwachte melodie of een veelzeggende stilte tussen twee noten kan iets in ons wakker roepen. Muziek doorbreekt het pantser van de gewoonte en de uniformiteit en nodigt ons uit om de wereld met nieuwe ogen te bekijken. Dat is precies de kern van de verwondering: een innerlijke houding die ons ontvankelijk maakt voor de rijkdom van het alledaagse en een innerlijk gehoor schenkt om de «zachte bries» te onderscheiden waarin God tot ons spreekt.


[1] Franciscus, Algemene Audiëntie, 21-XII-2022.

[2] Benedictus XVI, Woorden aan het einde van een concert, 17-X-2009. (eigen vertaling)

[3] J. Pieper, Solo quien ama canta, Ediciones Encuentro, Madrid 2015, p. 70. (eigen vertaling)

[4] Heilige Augustinus, Belijdenissen, X, 33. (eigen vertaling)

[5] Mons. F. Ocáriz, Ontmoeting met families in Lima-Peru, 4-VIII-2024. (eigen vertaling)

[6] Tweede Vaticaans Concilie, Constitutie Sacrosantum concilium, n. 112.

[7] Cfr. Catechismus van de Katholieke Kerk, n. 1156.

[8] Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, n. 184.

[9] Heilige Jozefmaria, De Smidse, n. 435.

[10] Benedictus XVI, Woorden aan het einde van een concert, 18-XI-2006. (eigen vertaling) 

[11] Cfr. Heilige Jozefmaria, De Weg, n. 281, over de stilte als „portier van het innerlijk leven“.

[12] Mons. F. Ocáriz, A la luz del Evangelio, «Escucha, silencio en acción», 20-II-2020. (eigen vertaling)

[13] Benedictus XVI, Woorden aan het einde van een concert naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag, 16-IV-2007. (eigen vertaling) 

Ana Serrano