Hem kennen en jezelf kennen (III): In gezelschap van de heiligen

Het voorbeeld van die mannen en vrouwen die hun hele leven hebben gebeden – de heiligen – kan ons helpen om zelf ook te leren bidden. In het bijzonder O. L. Vrouw.

Opus Dei - Hem kennen en jezelf kennen (III): In gezelschap van de heiligen

Jezus gaat voor het eerst in het openbaar naar Jeruzalem. Hij legt zich nu door zijn woorden en zijn wonderen volledig toe op de verkondiging van het Koninkrijk van God. Sinds het wonder dat Hij had gedaan op de bruiloft van Kana, werd zijn bekendheid langzamerhand groter. En dan komt, verborgen in de stilte en de duisternis van de nacht, een bekende Joodse leraar met Hem praten (Joh 3,1). Nicodemus was toen hij Christus hoorde en zag, tot in het diepst van zijn innerlijk geschokt. Er gingen veel dingen door zijn hoofd en hij loste ze liever op in de intimiteit van een persoonlijk gesprek. Jezus, die de oprechtheid van zijn hart kent, vertelt hem al gauw: "Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien" (Joh 3,5).

De dialoog gaat verder met wat ieder van ons zich zou hebben afgevraagd: wat betekent dat? Als ik toch de exacte dag weet waarop ik geboren ben, zelfs het uur, hoe kan ik dan twee keer geboren worden? Jezus vroeg Nicodemus echter de dingen niet alleen maar te willen begrijpen, maar – belangrijker – om God in zijn leven toe te laten. Want heilig willen zijn is als opnieuw geboren worden, als alles in een nieuw licht zien; kortom, een nieuwe mens zijn: ons beetje bij beetje omvormen in Jezus Christus zelf, “zijn leven in ons leven tot uiting laten komen”.[1] De heiligen hebben de wegen van het koninkrijk Gods al bereisd: ze hebben de bergen ervan beklommen, ze hebben in de dalen gerust, en ze hebben ook de meer donkere plekken ervaren. Daarom vervullen ze ons met hoop. Een manier om Christus te herkennen is juist via de heiligen. Hun levens kunnen een belangrijke rol spelen in de persoonlijke reis van elke gedoopte die wil leren bidden.

Maria bidt wanneer ze blij is

De vrouwen en mannen die ons zijn voorgegaan getuigen van het feit dat een levendig gesprek met God echt mogelijk is te midden van de vele afleidingen die ons soms laten denken dat dat niet kan. Onder die getuigenissen is dat van de heilige Maagd Maria fundamenteel. Door de tedere nabijheid van haar Zoon Jezus in het dagelijks leven van een gezin, had zij de meest levendige ervaring dat zij met haar Vader kon praten. En zoals in elk huis, waren er in het huis van Nazareth goede en moeilijkere momenten; maar in alle verschillende omstandigheden bidt Maria altijd.

Het leven van Maria leert ons op ieder moment te bidden

Zij bidt bijvoorbeeld wanneer zij blij is. Wij weten dat Maria, kort na de boodschap van de engel te hebben ontvangen, “met spoed naar het bergland reisde, naar een stad in Galilea” (Lc 1,39) om haar nicht Elizabeth te bezoeken.

Zij had het nieuws ontvangen dat de familie met een nieuw neefje in aantal zou groeien, wat waard was gevierd te worden; des te meer daar het een onverwachte gebeurtenis was, gezien de leeftijd van Elizabeth en Zacharias. "De beschrijving van de ontmoeting tussen Maria en haar nicht door de heilige Lucas is vol gevoel en plaatst ons in een situatie van zegen en vreugde”.[2] Een emotie waar de Heilige Geest zich op de een of andere manier bij aansluit door aan de Doper en ook aan zijn moeder te openbaren dat de Messias fysiek aanwezig is. Elizabeth looft Maria zodra deze haar huis binnenkomt vol genegenheid, met woorden die een universeel gebed zullen worden en die we dagelijks herhalen, vervuld van die zelfde vreugde: "Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot!” (Lc 1,42). De allerheiligste Maagd van haar kant reageert vol ontroering op het enthousiasme van haar nicht: “Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder” (Lc 1,46). Het Magnificat, de naam die de traditie aan dit antwoord van onze Moeder heeft gegeven, leert ons wat een lofprijzing is die doordrenkt is van het woord van God. Zoals Benedictus XVI aangeeft: “Maria kende de Heilige Schrift goed. Haar Magnificat is een wandtapijt geweven uit draden van het Oude Testament”.[3] Als we ons hart vol dankbaarheid voelen vanwege een geschenk dat we hebben ontvangen, is dat het moment om tijd met God door te brengen in ons gebed – misschien met woorden van de Schrift – om de grote dingen die Hij in ons leven heeft gedaan te erkennen. De dankzegging is een fundamentele houding van het christelijk gebed, vooral op de momenten van vreugde.

… en ook in het verdriet of in de ontmoediging

Maria bidt echter ook in momenten van duisternis, wanneer ze smart of gebrek aan zingeving ervaart. Zo leert ze ons een andere fundamentele houding van het christelijk gebed, die in het verslag van Jezus' dood op beknopte maar heldere wijze tot uitdrukking komt: “Bij het kruis van Jezus stonden zijn Moeder [en] de zuster van zijn moeder” (Joh 19,25). Maria, overweldigd door smart, is gewoon erbij. Ze wil haar Zoon niet redden of de situatie oplossen. We zien niet dat ze God een verklaring vraagt van wat ze niet begrijpt. Ze probeert alleen maar geen enkel woord te missen dat Jezus vanaf het kruis uitspreekt. Daarom accepteert ze wanneer ze een nieuwe opdracht krijgt, deze zonder aarzeling: “Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling die Hij liefhad: Zie daar uw moeder!” (Joh 19,26-27). Maria ervaart een smart die voor velen het verschrikkelijkste is dat een mens kan ervaren: getuige zijn van de dood van een kind. Toch behoudt ze de sterkte die haar in staat stelt deze nieuwe oproep om Johannes aan te nemen als haar zoon en mét hem ons, mannen en vrouwen van alle tijden.

De geschriften en het leven de heiligen helpen ons een ware vriendschapsrelatie met God te cultiveren, omdat de heiligen die ook hebben.

Het smartvolle gebed is bovenal een dicht bij het eigen kruis staan, door de wil van God te beminnen; het is weten hoe je ‘ja’ moet zeggen tegen de mensen en in de situaties waarin de Heer ons plaatst. Bidden is de werkelijkheid zien, ook al lijkt die bijzonder donker, uitgaande van de zekerheid dat er altijd een gave in ligt, dat God er altijd achter zit. Zo zullen we in staat zijn de personen en situaties aan te nemen door zoals Maria te herhalen: “Zie de dienstmaagd des Heren” (Lc 1,38).

Tenslotte ontdekken we in het leven van Onze Lieve Vrouw nog een andere gemoedsgesteltenis waarin zij bidt, die verschilt van die van de duisternis van de smart. We zien Maria samen met haar bruidegom Jozef ook bidden in een moment van grote angst. Toen ze op een dag terugkeerden van hun jaarlijkse pelgrimstocht naar de tempel in Jerusalem merken ze dat hun twaalfjarige Zoon er niet is. Ze besluiten terug te gaan om Hem te zoeken. Wanneer ze Hem tenslotte vinden in gesprek met de wetgeleerden, vraagt Maria: “Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht” (Lc 2,48). Ook wij kunnen ons soms beangstigd voelen wanneer we worden overvallen door een gevoel dat we tekortschieten, van onvermogen of misplaatstheid. Het lijkt ons dan misschien dat de wereld verkeerd is: leven, roeping, gezin, werk … We kunnen gaan denken dat de weg niet is zoals wij verwachtten. De plannen en dromen van het verleden lijken ons naïef. Het is geruststellend te weten dat Maria en Jozef deze crisis hebben doorgemaakt en dat er op hun angstige gebed ook geen duidelijk en geruststellend antwoord kwam: “Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn? Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde” (Lc 2,49-50).

Op die momenten van ontreddering bidden is geen garantie voor het vinden van gemakkelijke en snelle oplossingen. Wat moeten we dan doen? Onze Lieve Vrouw leert ons de weg: trouw blijven aan ons eigen leven, terugkeren naar de normale situatie en opnieuw de wil van God ontdekken, ook als we die niet helemaal begrijpen. En ook kunnen we, net als Maria, al deze mysterieuze en soms duistere gebeurtenissen in ons hart bewaren en ze overwegen, dat wil zeggen door er met een houding van gebed over mediteren. Op deze manier merken we langzamerhand dat God er weer is; we zullen ervaren dat Jezus in ons groeit en weer zichtbaar wordt (vgl. Lc. 2,51-52).

Biografieën die als ons eigen leven zijn

Maria is een unieke getuige van de nabijheid van God waar we naar verlangen, maar dat geldt ook voor de heiligen, ieder op een persoonlijke en specifieke manier. "Elke heilige is als een lichtstraal die uit het Woord van God komt", leert Benedictus XVI in een document waarin hij enkele leraren voorstelt: "De heilige Ignatius van Loyola in zijn zoektocht naar de waarheid en in het geestelijk onderscheidingsvermogen; de heilige don Bosco en zijn passie voor de opvoeding van de jeugd; de heilige Johannes Maria Vianney (pastoor van Ars) en zijn besef van de grootsheid van het priesterschap als gave en opdracht; de heilige pater Pio die een instrument van de goddelijke barmhartigheid is; de heilige Jozefmaria Escrivá en zijn prediking over de universele roeping tot de heiligheid; de heilige Moeder Teresa van Calcutta, missionaris van Gods naastenliefde voor de minstbedeelden”.[4]

Menselijk gezien is het iets natuurlijks om sympathie te hebben voor bepaalde manieren van zijn, voor mensen die zich bezighouden met wat ons het meest aantrekt of die spreken op een manier die ons hart en onze geest direct raakt. De kennis van het leven en van de ervaringen van een heilige, met het lezen van zijn of haar geschriften, zijn bevoorrechte momenten om een ware vriendschapsrelatie met hem of haar te cultiveren. Maar als we alleen de buitengewone voorbeelden van het leven en het gebed van de heiligen belichten, lopen we het risico dat we hun voorbeeld afstandelijker en moeilijker na te volgen maken. “Denk maar aan Petrus, Augustinus en Franciscus. Ik houd niet van levensbeschrijvingen waarin heiligen, misschien uit naïviteit maar ook door weinig kennis van de leer, worden afgeschilderd als mensen die vanaf de moederschoot in de genade van God waren bevestigd”, schrijft de heilige Jozefmaria, die altijd heeft aangedrongen op het belang de mensen, zelfs niet degenen die door de Kerk heilig verklaard zijn, niet te idealiseren alsof ze volmaakt waren. “Nee, de echte levensbeschrijvingen van de christelijke helden lijken op die van ons: zij streden en overwonnen, zij streden en verloren. En daarna begonnen ze, vol berouw, opnieuw aan de strijd.”[5] Deze realistische benadering maakt het getuigenis van de heiligen veel geloofwaardiger, juist omdat ze op ieder van ons lijken: onder de heiligen, zegt paus Franciscus, "kan onze eigen moeder zijn, een grootmoeder of andere mensen die dicht bij ons staan (vgl. 2 Tim. 1,5). Misschien was hun leven niet altijd volmaakt, maar zelfs te midden van onvolkomenheden en valpartijen gingen ze door en behaagden ze de Heer".[6]

De heilige Pastoor van Ars, de heilige Filippus Neri, de heilige Theresia van Lisieux en de heilige Jozefmaria waren grootmeesters van het gebed

Ons perspectief op het gebed kan completer zijn als we het in het leven van mensen belichaamd zien. Vertrouwdheid met de heiligen helpt ons om verschillende manieren te ontdekken om te beginnen en opnieuw te beginnen met bidden. Te weten dat Psalm 91 voor de heilige Thomas More een grote troost was tijdens de lange maanden die hij in de gevangenis doorbracht kan ons bijvoorbeeld een nieuw licht geven: “Onder zijn vleugels vindt gij toevlucht… Gij kent de Heer als de toevlucht, de Allerhoogste weet gij uw schutse… Bij Mij bergt hij zich, Ik zal hem bevrijden…”[7] De psalm die een martelaar in de verlatenheid van de gevangenis, met het vooruitzicht op een gewelddadige dood en het lijden van zijn geliefden heeft getroost, kan ook ons een manier van bidden in de kleine en grote tegenslagen van het leven laten zien.

Het is verbazingwekkend dat God naar ons kijkt

Vertrouwdheid met de heiligen kan ons helpen God te ontdekken in de alledaagse dingen zoals zij Hem daarin ontdekt hebben. We kunnen vol verwondering lezen wat de heilige Johannes Maria Vianney, de Pastoor van Ars, op een dag ontdekte toen hij een van zijn parochianen, een ongeletterde boer, aansprak die lange tijd voor het tabernakel stond. “Wat doet u?", vroeg de pastoor. En de man antwoordde eenvoudig: “Ik kijk naar Hem en Hij kijkt naar mij”. Méér was niet nodig. Dat leerzame antwoord prentte een onuitwisbare indruk in het hart van zijn pastoor. “De beschouwing (‘contemplatie’) is een op Jezus gerichte blik vol geloof”[8], leert de Catechismus van de Katholieke Kerk, waarvoor ze juist deze episode aanhaalt. Ik kijk naar Hem en – veel belangrijker – Hij kijkt naar mij. God kijkt altijd naar ons, maar Hij doet dat in het bijzonder wanneer wij onze ogen omhoog richten en Hem zijn blik vol liefde teruggeven.

Een soortgelijke ervaring deed zich voor bij de heilige Jozefmaria, die zo onder de indruk was dat hij er zijn leven lang vaak over vertelde. Toen hij een jonge priester was en zijn eerste pastorale ervaringen opdeed, verbleef hij elke ochtend in de biechtstoel, wachtend op boetelingen. Op een gegeven moment hoorde hij een gerammel van melkbussen, dat hem stoorde en vooral intrigeerde. Op een dag, toen hij zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen, verborg de jonge Jozefmaria zich achter de deur om te zien wie die mysterieuze bezoeker was. Wat hij zag was een man die een paar melkbussen vervoerde en die zich vanuit de open deur van de kerk tot het tabernakel richtte terwijl hij zei: "Heer, hier is Jan de melkman”. Hij bleef daar even staan en vertrok toen weer. Deze eenvoudige persoon gaf zonder het te weten een voorbeeld van vertrouwvol gebed dat de priester verbaasde en hem ertoe bracht als een constant refrein te herhalen: “Heer, hier is Jozefmaria die U niet weet lief te hebben als Jan de melkboer”.[9]

De getuigenissen van zo vele heiligen uit verschillende tijden en milieus zijn voor ons een bevestiging van het feit dat het daar waar wij zijn en zo als wij zijn, mogelijk is ons vol genegenheid door God beschouwd te weten.

Zowel slapend als wakker

De heiligen, zeiden we eerder, helpen ons ook wanneer we ze zwak en moe zien: "Gisteren kon ik nog geen twee Weesgegroetjes aan één stuk met aandacht bidden", bekende de heilige Jozefmaria op een dag aan het eind van zijn leven. “Als je eens wist hoe ik daaronder leed! Maar zoals altijd ging ik door, hoewel het me moeite kostte en ik niet goed kon bidden: ‘Heer, help me’, zei ik, ‘U moet degene zijn die de grote dingen die U mij hebt toevertrouwd realiseert, want U beseft nu dat ik niet in staat ben om zelfs de kleinste dingen uit te voeren: ik leg mezelf zoals altijd in uw handen’.”[10]

Ook de jonge Filippus Neri bad zo: “Heer, houd vandaag uw handen over Filippus, anders zal Filippus verraad aan U plegen”.[11] En de zalige Guadalupe Ortiz de Landázuri erkende in een brief het gebrek aan gevoelige vertroostingen terwijl ze aan het bidden was: “Op de achtergrond is God, hoewel ik Hem de laatste tijd vooral op de momenten van mijn gebed bijna nooit voel”.[12] Om nog maar te zwijgen van de heilige Theresia van Lisieux die aangaf: “Echt, ik ben verre van een heilige, en niets bewijst dat beter dan wat ik zojuist heb gezegd. In plaats van me te verheugen over mijn dorheid, zou ik die moeten toeschrijven aan mijn gebrek aan vurigheid en trouw. Het feit dat ik (na zeven jaar) in slaap val tijdens het gebed en de dankzegging, zou me vertwijfeld moeten maken. Nou, ik voel geen moedeloosheid... Ik denk dat kleine kinderen hun ouders net zo goed bevallen in hun slaap als wanneer ze wakker zijn. Ik denk dat de artsen, om hun operaties uit te voeren, hun zieken in slaap brengen”.[13]

Daarom hebben we het getuigenis en het gezelschap van de heiligen nodig: om onszelf er elke dag van te overtuigen dat het mogelijk en de moeite waard is om onze vriendschap met de Heer te cultiveren en ons in Zijn handen te laten: “We zijn allemaal in staat, we zijn allemaal geroepen om ons open te stellen voor deze vriendschap met God, om Zijn handen niet los te laten, om het niet moe te worden om terug te keren en wéér terug te gaan naar de Heer door met Hem te praten zoals men met een vriend praat".[14]

Carlo de Marchi


[1] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 104.

[2] Woorden van de Prelaat van het Opus Dei in Covadonga, 13-7-2018.

[3] Benedictus XVI, Homilie, 18-12-2005.

[4] Benedictus XVI, Verbum Domini, nr. 48.

[5] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 76.

[6] Paus Franciscus, Gaudete et exsultate, nr. 3.

[7] Ps. 91,4.9.14. Vgl. heilige Thomas More, commentaar op deze verzen van Ps. 91.

[8] Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2715.

[9] Vgl. A. Vázquez de Prada, The founder of Opus Dei, deel I, hfdst. VIII.

[10] Heilige Jozefmaria, 26-11-1970, geciteerd in J. Echevarría, Memoria del beato Josemaría, blz. 25.

[11] Geciteerd door Benedictus XVI bij de audiëntie van 1-8-2012.

[12] M. Montero, En Vanguardia: Guadalupe Ortíz de Landázuri, 1916-1975.

[13] Heilige Theresia van Lisieux, Geschiedenis van een ziel.

[14] Joseph Ratzinger, God laten handelen, in de Osservatore Romano, 6-10- 2002.