Bericht van de prelaat (19 maart 2026)

Ter gelegenheid van het feest van de heilige Jozef moedigt de prelaat van het Opus Dei de gelovigen van het Werk aan om zich geestelijk voor te bereiden op het eeuwfeest, waarbij ze met dankbaarheid terugkijken en met hoop vooruitkijken.

bericht maart prelaat van het Opus Dei

Mijn geliefde dochters en zonen, moge Jezus jullie behoeden!

Alles is al gedaan en alles moet nog worden gedaan. Deze zin – waarover de heilige Jozefmaria zo vaak heeft nagedacht – helpt ons ook op de weg van voorbereiding op het eeuwfeest van het Werk. Alles is al gedaan, omdat God het Werk aan onze Vader heeft laten zien; alles moet nog worden gedaan, omdat Hij ons altijd nieuwe horizonten opent in trouw aan onze oorsprong.

Vandaag vieren we het feest van sint Jozef, de patroonheilige van de universele Kerk en van het Werk. Onze stichter noemde hem altijd ‘mijn vader en heer’ en dacht aan hem als ‘de man die altijd glimlachte en zich nergens over opwond. Wat kunnen we veel van hem leren! Als voorbeeld en voorspreker helpt hij ons door het leven te gaan, met zijn licht- en schaduwkanten, verdriet en vreugde, en ons hart altijd vervuld te laten zijn van verlangens naar liefde en trouw.

In navolging van sint Jozef wil ik jullie opnieuw spreken over het eeuwfeest van het Werk. Op 10 juni 2021 heb ik jullie laten weten dat de viering de vijfhonderd dagen zou omvatten die lopen van 2 oktober 2028 t/m 14 februari 2030, als uitdrukking van eenheid: vrouwen en mannen, leken en priesters. Ik vertelde jullie ook dat er een comité was opgericht om na te denken over de voorbereidingen en om een procedure op te zetten om suggesties te verzamelen, waardoor we opnieuw hebben mogen ervaren waar don Javier zo op aandrong: het Werk ligt in onze handen. Ik wil het comité en iedereen bedanken voor de belangstelling en deelname aan deze taken.

Zoals jullie weten stond bij de laatste regionale bijeenkomsten het thema ‘Op weg naar het eeuwfeest’ centraal. Als ik dit koor van stemmen uit bijna zeventig landen beluister, dank ik God voor de geest van eenheid en trouw, het fundament van de voortdurende apostolische en spirituele vernieuwing die wij willen beleven om een antwoord te bieden op de keuzes waarvoor elk tijdperk zich gesteld ziet. Jullie, jongeren en ouderen, leden van het Werk, medewerkers, vrienden en veel mensen die op een bepaald moment in hun leven deel van het Werk hebben uitgemaakt, hebben stilgestaan bij de vraag hoe jullie vandaag de dag met een dynamische trouw de geest kunnen belichamen die de heilige Jozefmaria van God heeft ontvangen om de Kerk te dienen. Een dankbare terugblik op het verleden, gepaard gaande met een nederige zelfreflectie, en een hoopvolle blik op de toekomst: dat is wat ik jullie in dit bericht wil meegeven, zodat we samen het eeuwfeest kunnen vieren.

In jullie bijdragen zijn drie aspecten van ons bestaan midden in de wereld bijzonder sterk naar voren gekomen: het gezin, het werk en de vorming. Wanneer ik jullie gedachten over het gezin lees, bespeur ik een hernieuwd verlangen dat elk huis een ware ‘huiskerk’ mag zijn, een afspiegeling van het gezin van Nazareth. Evenzo hebben jullie benadrukt dat het werk niet alleen een menselijke taak is, maar een plaats van persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus.

De voortdurende veranderingen in de professionele en sociale omstandigheden dagen ons uit te zoeken naar manieren waarop het Evangelie de arbeid zijn volste zingeving kan geven en kan bijdragen aan het menselijker en dus ook christelijker maken van de arbeidsverhoudingen en van alle vormen van arbeid, waardoor het dagelijks werk wordt omgevormd tot een edelmoedige en zinvolle dienst. De vorming die we ontvangen, is een stimulans om ons naar het beeld van Christus te vormen en de wereld van binnenuit te bezielen.

De komende jaren zal er verder gebruik worden gemaakt van dat waardevolle materiaal, waarin de verwachtingen en noden van iedereen zijn samengevat. De situatie van de Kerk en van de samenleving is zowel inspirerend als delicaat, en we merken dat Gods genade altijd blijft werken. Het Werk, als deel van de Kerk, staat nooit los van de wisselvalligheden van deze wereld. Afgezien van het proces van aanpassing van de statuten – dat bijna vier jaar geleden van start ging en door de Heilige Stoel nog steeds wordt bestudeerd – staan we voor talrijke uitdagingen en kansen om de Kerk te dienen zoals zij vandaag de dag gediend wil worden.

In het bijzonder zullen we deze weg afleggen met dankbaarheid tegenover God, bij het zien van het groeiend aantal mensen dat Hem zoekt en dat aan de vormingsmiddelen deelneemt, alsook van de bekeringen die de Heer dankzij onze vriendschap en de nieuwe apostolische initiatieven teweegbrengt. Al deze vitaliteit is een gelegenheid om het handelen van God, van wie de vruchten afkomstig zijn, te erkennen evenals de overgave van mijn vele zonen en dochters – jullie broeders en zusters – die hun leven hebben gegeven voor hun medemensen.

Tegelijkertijd ontbreekt het in deze fase van continuïteit niet aan uitdagingen, die dezelfde zijn als die waarmee alle christenen te maken hebben. Zo is het in de meeste regio’s duidelijk dat jonge mensen moeite hebben om de schoonheid van de roeping tot het apostolisch celibaat in te zien. Anderzijds zullen we naarmate de tijd verstrijkt het probleem moeten aanpakken dat er geen nieuwe roepingen zijn om de ouderen, leken en priesters, te vervangen. Dit zal het noodzakelijk maken om in elke regio naar nieuwe manieren te zoeken om onze missie te blijven vervullen. Deze situatie vereist – zoals tijdens de regionale bijeenkomsten unaniem is opgemerkt – dat er prioriteit wordt gegeven aan het apostolaat met jongeren en dat de surnumerairs een echte hoofdrol gaan spelen: we moeten hun vorming blijven verbeteren, zodat we allemaal in de frontlinie kunnen staan in dit basisapostolaat, dat zich als een waaier openvouwt.

Het is nu bijna vijf jaar geleden dat ik jullie die eerste boodschap over het eeuwfeest stuurde, en de viering komt steeds dichterbij. In overeenstemming met de Centrale Assessorie en de Algemene Raad stel ik voor dat we ons geestelijk op dat moment voorbereiden door na te denken over het voorbeeld van de eerste christenen: mannen en vrouwen van alle rangen en standen die getuigenis aflegden van het geloof in Jezus Christus, waardoor de samenleving werd veranderd. Onze Vader legde het altijd zo uit: “als je toch een vergelijking wilt maken dan kun je het Opus Dei, om het goed te begrijpen, het beste vergelijken met het leven van de eerste christenen. Ze leefden met een totale overgave volgens hun christelijke roeping. Ze streefden serieus naar de volmaaktheid waartoe ze geroepen waren door het eenvoudige en verheven feit dat ze gedoopt waren. Uiterlijk onderscheidden ze zich in niets van de andere mensen” (Gesprekken, nr. 24).

Tegen deze achtergrond zou ik graag zien dat we de komende jaren dieper ingaan op enkele centrale aspecten van de geest van het Opus Dei, die de heilige Jozefmaria heeft samengevat in zinnen en uitdrukkingen die we kennen en die voor ons zowel een geschenk als een opgave zijn. Op 19 februari jongstleden benadrukte Leo XIV tijdens een ontmoeting met priesters de woorden van Jezus tot de Samaritaanse vrouw: “Als je enig begrip zou hebben van de gave Gods” (Joh 4,10). Daarover zei de Paus: “De gave is, zoals we weten, ook een uitnodiging om een creatieve verantwoordelijkheid te dragen. (...). Met onze creativiteit en onze charisma’s zijn we geroepen mee te werken aan het werk van God. In die zin zijn de woorden die de apostel Paulus tot Timoteüs richt verhelderend: ‘vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is’ (2 Tim 1,6).”

Wat we vooral verlangen is om de gave van God de komende jaren nieuw leven in te blazen. Concreet stel ik voor om tussen 2 oktober 2026 en 2 oktober 2027 dieper in te gaan op wat het betekent om midden in de wereld contemplatief te zijn, waarmee onze Vader veel elementen van de geest van het Opus Dei met elkaar heeft verbonden: het goddelijk kindschap, de Mis als centrum en wortel van ons bestaan, de waarde van het gewone leven en de schoonheid van de ontdekking van dat ‘goddelijke iets’ dat verborgen ligt in de alledaagse realiteiten van het werk, het gezin en het maatschappelijk leven.

In het jaar daarna, tot aan de start van het eeuwfeest op 2 oktober 2028, zou ik graag zien dat we de leer van de heilige Jozefmaria over het apostolaat van vriendschap en vertrouwen meer voor ogen houden, waarbij ieder van ons voor de ander ‘Christus die langskomt’ is, en Hem ook in die ander ontdekt. In onze roeping is de vriendschap de bevoorrechte ruimte om te evangeliseren, want in de banden van vriendschap kunnen we het Evangelie van hart tot hart met elkaar delen.

Tot slot nodig ik jullie uit om van 2 oktober 2028 tot 14 februari 2030 vanuit een seculiere invalshoek over het werk na te denken, uitgaande van de gedachte van de heilige Jozefmaria: “Het werk heiligen, onszelf heiligen door het werk, anderen heiligen door het werk”, als inspiratiebron voor de vernieuwing van de wereld overeenkomstig het Hart van Jezus. De boodschap van de heilige Jozefmaria over het werk krijgt een bijzondere betekenis wanneer de opvatting over het werk als plaats van heiliging wordt betwist, en in het licht van de technologische en culturele veranderingen, die een beslissende invloed hebben op de mensen. In deze samenhang zullen veel mensen met Gods genade en dankzij ons voorbeeld, ondanks onze beperkingen en persoonlijke tekortkomingen, Christus in hun leven vinden, waardoor dit vervuld wordt van betekenis.

De komende jaren zullen we ons geestelijk voorbereiden door stil te staan bij deze drie kernpunten uit de leer van de heilige Jozefmaria, met het verlangen om de mensen om ons heen, de Kerk en de hele samenleving beter te dienen. Onze Vader zag zijn dochters en zonen als “zaaiers van vrede en vreugde”. Wij willen die droom werkelijkheid laten worden.

Laten we blijven bidden voor deze intenties, in overeenstemming met de tijdloze oproep van onze Vader: “Vanaf het begin van ons Werk ben ik het niet moe geworden hetzelfde te onderwijzen: het enige wapen dat we bezitten is het gebed, dag en nacht bidden. En nu herhaal ik hetzelfde nogmaals: bidt!, bidt!, want dat is hard nodig” (Brief 28-3-1973, nr. 5).

Het leven van de heilige Jozef stond in het teken van het beschouwen van Jezus en Maria, van ze te houden en voor ze te zorgen, in zijn hoedanigheid van gezinshoofd en arbeider in Galilea. We vragen hem ons te begeleiden op deze weg naar het eeuwfeest.

Het is vanzelfsprekend dat we ons ook in deze context oprecht aansluiten bij het gebed van de Heilige Vader voor de vrede in de wereld, die in talrijke landen en volkeren door oorlog en verwoesting wordt geteisterd, en dat we ernaar streven om in onze eigen omgeving instrumenten van vrede te zijn. Moge Jezus Christus, de Vredevorst, zich over onze wereld ontfermen, moge zijn genade iedereen die lijdt troosten en de haat in veel harten omzetten in gevoelens van liefde en vergeving.

Met al mijn genegenheid zegen ik jullie,

jullie Vader

Fernando Ocáriz

Rome, 19 maart 2026