Bericht van de Prelaat (14 juni 2026)

De Prelaat van het Opus Dei nodigt ons uit om de deugd van de armoede te verdiepen, als weg tot grotere innerlijke vrijheid, liefde voor God en vruchtbaar apostolaat.

Mijn geliefde dochters en zonen, moge Jezus jullie behoeden!

Met deze boodschap wil ik jullie uitnodigen om dieper stil te staan bij enkele aspecten van de deugd van de armoede, waarin de bonus odor Christi — de goede geur van Christus — schittert waarover de heilige Paulus spreekt (vgl. 2 Kor. 2,15).

De heilige Jozefmaria verwees vaak naar deze deugd. Voor hem was armoede niet alleen een kwestie van uiterlijke onthechting, maar vooral een vorm van liefde die Christus ons heeft voorgeleefd: de uitdrukking van een hart dat ernaar verlangt geheel aan God toe te behoren. Christus wilde arm geboren worden, arm leven en arm sterven. Tegelijkertijd handelde Hij steeds op een wijze die paste bij de omstandigheden en de mensen die Hij ontmoette. De Zoon van God, die alles had kunnen bezitten, koos vrijwillig de weg van nederigheid en zelfontlediging (vgl. Fil. 2,6-8). Juist in die armoede openbaart zich de schoonheid van een hart dat vrij is en volledig openstaat voor de wil van God de Vader.

Ook de heiligen getuigen ieder op hun eigen wijze van deze werkelijkheid. Zij ontdekten in de armoede geen verlies, maar een volheid. Wie zich losmaakt van ongeordende gehechtheden, ervaart een nieuwe vrijheid: de vrijheid van de liefde. Zoals paus Leo XIV schrijft: „Wanneer het verlangen groeit om God als reisgenoot op de levensweg te hebben, verliezen rijkdommen hun absolute betekenis, omdat men de ware schat ontdekt waar je werkelijk behoefte aan hebt.” (Boodschap voor de Werelddag van de Armen, 16 november 2025).

De concrete uitwerking van deze deugd verschilt naargelang de omstandigheden. Wat voor de ene persoon noodzakelijk of zeer wenselijk is, kan voor een ander overbodig zijn. Ook voor dezelfde persoon kunnen de vereisten van een bepaalde levensfase na verloop van tijd veranderen. Daarom vraagt het onderscheiden tussen wat noodzakelijk, wenselijk of overbodig is, behalve in evidente gevallen, meer dan een louter extern criterium. Het vereist een gevormd geweten, prudentie en een oprechte bereidheid om arm te leven. Daaronder valt ook de nederigheid om raad te vragen wanneer niet duidelijk is of een bepaalde uitgave of beslissing werkelijk passend is.

Wanneer de geest van armoede werkelijk wortel schiet in ons leven, wordt het hart lichter en stijgt het, gedragen door Gods genade, gemakkelijker op tot contemplatie. We leren de zachte ingevingen van de Heilige Geest beter herkennen en ervaren, midden in de gewone bezigheden van elke dag, een vrede en vreugde die de wereld niet kan schenken (vgl. Joh. 14,27). Het is de stille vreugde van het besef dat wij bewoond worden door Gods liefde: een liefde die ook onze zwakheid binnentreedt, haar verlicht en ons geleidelijk van binnenuit omvormt naar het beeld van Jezus Christus.

Tegelijk mogen we niet voorbijgaan aan de mentaliteit die in veel kringen heerst en geluk vereenzelvigt met materieel welzijn en genot. Onze roeping is niet om de wereld te ontvluchten, maar om haar lief te hebben en van binnenuit te vernieuwen. Daartoe moeten wij echter, zoals de heilige Jozefmaria ons voorhield, contemplatieve zielen zijn: „De goddelijke roeping heeft een heel concreet doel: je op alle kruispunten van de aarde te plaatsen, terwijl je stevig in God verankerd bent” (In dialoog met de Heer, nr. 11).

Alleen zo kunnen wij de goede aarde zijn waarover Jezus spreekt in de gelijkenis van de zaaier, zodat het woord van God rijke vruchten draagt in ons leven: grotere innerlijke vrijheid, een eenvoudiger en dieper geluk, een sterker vertrouwen in God en een aandachtiger oog voor de noden van anderen. Wanneer het zaad echter wordt verstikt door de doornen van buitensporige zorgen en de drang naar bezit, blijft het zonder vrucht. Dan verliest de mens zijn innerlijke vrijheid, wordt hij minder beschikbaar voor God en voor anderen, en gaat hij zijn hoop stellen op zekerheden die het hart uiteindelijk niet kunnen vervullen.

Laten wij daarom vastberaden proberen te voorkomen dat de materialistische cultuur — in grote én kleine dingen — de goede aarde van ons hart en van de plaatsen waar wij leven verstikt (vgl. Mt. 13,22). Waar de geest van armoede verwaarloosd wordt, verzwakt onvermijdelijk ook het verlangen om eraan mee te werken dat Gods liefde wortel schiet in andere zielen. Daarom verbond de heilige Jozefmaria deze deugd rechtstreeks met apostolische ijver: „Wees onthecht aan de aardse goederen. - Bemin en beoefen de armoede van geest: stel je tevreden met wat je nodig hebt voor een sober en eenvoudig leven. - Anders word je nooit een apostel. (De Weg, nr. 631).

Achter een gebrek aan apostolische ijver gaat vaak een leven schuil dat uit evenwicht is geraakt door allerlei compensaties die de ziel verdoven. Samen met onze Vader, wiens feest wij deze maand vieren, moedig ik jullie aan om, indien nodig, op dit punt een concrete stap van bekering te zetten. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een fijngevoeligere liefde voor onze Heer en ons helpen Hem vruchtbaarder naar de wereld te brengen.

Laten wij dit verlangen toevertrouwen aan onze Moeder, opdat zij ons steeds opnieuw de schoonheid leert ontdekken van een arm leven dat geheel aan Gods liefde is overgegeven.

Laten wij ook nauw verbonden blijven in het gebed voor de Heilige Vader en zijn intenties, in het bijzonder voor de vruchtbare verspreiding van zijn eerste encycliek en voor de vruchten van zijn apostolische reis naar Spanje.

Met al mijn genegenheid zegen ik jullie,

jullie Vader

Rome, 14 juni 2026