Ouderlijk gezag

In de reeks over gezinsonderwijs biedt dit nieuwe artikel enkele ideeën over hoe kinderen met hun vrijheid om kunnen gaan.

Opus Dei - Ouderlijk gezag

God is de schepper van het leven en zijn goedheid komt ook tot uiting in zijn gezag. Al het andere gezag neemt hieraan deel, en in het bijzonder het liefdevolle gezag van ouders.

Het uitoefenen van ouderlijk gezag is niet altijd gemakkelijk. Menig ouder weet dat "als er gedrag en leefregels niet worden gehandhaafd, zelfs niet in kleine dagelijkse zaken, het karakter niet wordt gevormd en de persoon niet klaar zal zijn om toekomstige beproevingen onder ogen te zien."[1] Toch weten we ook dat het niet altijd gemakkelijk is om een balans te vinden tussen vrijheid en discipline.

In feite zijn veel ouders bang om te straffen, misschien omdat ze zelf de negatieve gevolgen hebben ondervonden die kunnen voortvloeien uit het opleggen van regels aan kinderen. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat de vrede thuis verloren gaat, of dat hun kinderen goede dingen zullen afwijzen.

Benedictus XVI wijst erop hoe het dilemma tussen het stellen van regels enerzijds, en kinderen deze vrijwillig te laten accepteren anderzijds, kan worden opgelost. "Opvoeding kan niet (...) los worden gezien van het persoonlijke aanzien dat het uitoefenen van het gezag mogelijk maakt. Dit is de vrucht van ervaring en kunde, maar wordt vooral verworven met de samenhang van het eigen leven en persoonlijke betrokkenheid, een uiting van ware liefde."[2]

Het licht van het gezag

Autoriteit is nauw verbonden met het goede

Het uitoefenen van gezag mag nooit worden verward met het eenvoudigweg opleggen van onze wil aan een andere persoon, of met het zorgen dat we tot elke prijs worden gehoorzaamd. Wie een bepaalde autoriteit gehoorzaamt, moet dat niet doen uit angst voor straf, maar omdat hij of zij gelooft dat die autoriteit weet wat waarachtig en goed is, ook al begrijpt hij of zij dat misschien nog niet goed. Gezag is nauw verbonden met waarheid, omdat het datgene wat waar is moet vertegenwoordigen.

Vanuit dit perspectief zien we dat gezag een bij uitstek positieve betekenis heeft en moet worden gezien als een dienst; het is een licht dat degene die het volgt leidt naar het doel dat hij of zij zoekt. Om precies te zijn komt het woord "autoriteit" etymologisch gezien van het Latijnse werkwoord augere, wat betekent "laten groeien", "ontwikkelen".

Een autoriteit wordt dus met name erkend aan de hand van de waarden of waarheden die het vertegenwoordigt. "De opvoeder is dus een getuige van waarheid en goedheid,"[3] iemand die de waarheid al ontdekt heeft en zich die waarheid eigen gemaakt heeft. Zij die opgevoed worden, moeten op hun beurt hun opvoeders vertrouwen: niet alleen vanwege hun kennis, maar ook omdat ze bereid zijn te helpen om hen naar de waarheid te leiden.

De rol van de ouders

Het is duidelijk dat kinderen van hun ouders verwachten dat ze in hun eigen leven de waarden die ze willen overbrengen in praktijk brengen, en dat ze ook hun liefde tonen. Hoe kunnen ouders het gezag en het aanzien bereiken dat hun rol vereist? Gezag heeft een natuurlijke basis en ontstaat spontaan in de relatie tussen ouders en kinderen. Dus in plaats van zich zorgen te maken over hoe gezag te verwerven, moeten ouders simpelweg proberen het gezag te behouden en goed uit te oefenen.

Dit is duidelijk wanneer kinderen klein zijn; in een saamhorig gezin zullen de kinderen hun ouders meer vertrouwen dan zichzelf. Gehoorzaamheid kan soms moeilijk zijn, maar waar liefde en saamhorigheid is, voelt het toch logisch voor kinderen. "Mijn ouders willen wat goed voor me is; ze willen dat ik gelukkig ben, en vertellen me wat me zal helpen om dat echt te zijn." Ongehoorzaamheid wordt dan gezien als een vergissing, een gebrek aan vertrouwen en liefde.

Daarom hoeven ouders, om hun gezag te vestigen, niets anders te doen dan werkelijk ouders te zijn: de vreugde en de schoonheid van hun eigen leven laten zien, en met daden duidelijk maken dat ze van hun kinderen houden zoals ze zijn. Dit vereist natuurlijk het spenderen van tijd thuis. Hoewel de gejaagdheid van het leven vandaag de dag dit kan belemmeren, is het belangrijk om tijd met kinderen door te brengen en "een gezinssfeer te scheppen die doordrenkt is van liefde, van vroomheid jegens God en van zorg voor anderen."[4]

Met het gezin aan tafel eten is de moeite waard

Het is bijvoorbeeld de moeite waard om samen te eten als een familie, ook al vergt dit soms enige planning. Het is een uitstekende manier om elkaar te leren kennen terwijl je verhalen over de dag deelt. Kinderen leren, ook door te luisteren naar wat hun ouders over hun eigen dag delen, om hun eigen problemen te relativeren, eventueel met een goede dosis humor.

Dat maakt het makkelijker om echte gesprekken te hebben met de kinderen wanneer dat nodig is, hen erop te wijzen wat ze goed en verkeerd doen, en hen uit te leggen wat de redenen zijn om op een bepaalde manier te handelen. En binnen deze argumentatie zouden ouders ook kunnen uitleggen dat ze kinderen van God zijn. "Probeer kinderen te helpen om hun daden voor Gods aangezicht te brengen, en help ze verantwoordelijkheid te voelen."[5] Laat hen het voorbeeld van Christus zien, die het kruis op zich nam om voor ons onze vrijheid te winnen.

Het uitoefenen van gezag komt erop neer dat we kinderen, al op jonge leeftijd, de middelen bieden die ze nodig hebben om als persoon te groeien. Het belangrijkste is om hen het goede voorbeeld te geven. Kinderen zien alles wat hun ouders doen en imiteren dat.


Ouderlijk gezag bestaat uit het creëren van een warme gezinssfeer, en uit het helpen van de kinderen om te ontdekken dat er meer vreugde zit in het geven dan in het ontvangen.

Zo gezien is het goed om kinderen, zelfs als ze nog vrij jong zijn, verantwoordelijkheden te geven en bijdragen te laten leveren die leiden tot een gezonde sfeer van wederzijdse zorg. Dit kan betekenen dat ze helpen bij het dekken van de tafel, dat ze elke week hun kamer opruimen, dat ze de deur opendoen, enzovoort. Dit zijn allemaal bijdragen aan het welzijn van het gezin, en kinderen zullen dat begrijpen.

Het gaat er niet om ze bezig te houden, maar om hen te helpen inzien dat ze daadwerkelijk iets bijdragen binnen het gezin: door de werklast van hun ouders te verlichten, hun broers en zussen helpen, voor hun spulletjes te zorgen, enzovoort. Ze moeten zich realiseren dat hun bijdrage in zekere zin onvervangbaar is, en zo zullen ze leren om te gehoorzamen.

Het is niet genoeg voor ouders om alleen maar met hun kinderen te praten en hen hun fouten te laten inzien. Vroeg of laat zal het ook nodig zijn om hen deze fouten niet meer te laten maken, om hen te laten zien dat wat zij doen gevolgen heeft, zowel voor hen als voor anderen. Vaak zal een liefdevol maar zeer duidelijk gesprek volstaan; in sommige gevallen zal het echter belangrijk zijn om ook bepaalde stappen te ondernemen, omdat sommige dingen goedgemaakt moet worden en berouw alleen niet genoeg is.

Straffen moeten worden gebruikt om een slechte daad ongedaan te maken: bijvoorbeeld een klusje doen om voor een kapot voorwerp te betalen. Soms moet een straf enige tijd duren. Als reactie op slechte schoolresultaten kan het zinvol zijn om een kind een tijdje niet de deur uit te laten gaan. In dit geval is het echter belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat het doel hier is om het kind de tijd en ruimte te geven zodat het kan werken aan verbetering.

In het geval van het voorbeeld van de slechte cijfers, zou het weinig zin hebben om kinderen te verbieden om met vrienden uit te gaan, terwijl ze thuis tijd verspillen. Het zou ook niet verstandig zijn om hen te verbieden, zonder dat het echt nodig is, om activiteiten te doen die op zich goed zijn, zoals sporten of naar hun clubjes gaan, simpelweg ze de dingen die ze graag doen te ontnemen.

Gezag en vertrouwen

Een onderdeel van het gezag van de ouders is dat zij hun kinderen helpen de waarden te begrijpen die zij aan hen willen overbrengen, waarbij zij hun onafhankelijkheid en hun persoonlijkheid respecteren. Dit betekent vooral dat kinderen zich onvoorwaardelijk geliefd voelen bij hun ouders en met hen in balans zijn: dat ze hen kennen en vertrouwen.

Het zou nutteloos zijn en tot conflicten leiden wanneer er duidelijke regels worden gesteld, zonder dat dit gepaard zou gaan met genegenheid en vertrouwen. "Het ouderlijk gezag binnen de opvoeding van kinderen kan perfect samengaan met vriendschap, wat betekent dat ouders zich op een bepaalde manier op hetzelfde niveau moeten begeven als hun kinderen. Kinderen - zelfs zij die koppig lijken en niet reageren - willen altijd deze nabijheid, deze broederschap, met hun ouders."[6]

Alle kinderen willen serieus genomen worden, maar pubers des te meer.

Naarmate kinderen opgroeien, wordt het gezag van de ouders meer afhankelijk van deze vertrouwensrelatie. Alle kinderen willen serieus genomen worden, maar pubers des te meer. Ze hebben te maken met fysieke en psychische veranderingen die hen onrustig maken hun leven een tijd lang domineren.

Hoewel ze het misschien niet herkennen, zijn ze op zoek naar volwassenen die als ijkpunt voor hun leven kunnen dienen: mensen die duidelijke normen hebben en leven volgens principes die hen stabiliteit geven. Dit is precies wat jongeren zoeken in hun eigen leven. Tegelijkertijd beseffen ze dat ze dit zelf zullen moeten uitvogelen, en daarom weigeren ze vaak automatisch te accepteren wat hun ouders hen vertellen. Meer dan te twijfelen aan het gezag van hun ouders, proberen ze de waarheid waarop die gebaseerd is beter te begrijpen.

Daarom is het belangrijk dat ouders hen alle ruimte geven die ze nodig hebben en mogelijkheden proberen te vinden om tijd met elkaar door te brengen. Dit kan zijn tijdens een autorit, bij het kijken naar een televisieprogramma of tijdens een gesprek over school. Dit zijn de momenten waarop ouders met hun kinderen kunnen praten over onderwerpen waarover het voor hen belangrijk is om duidelijke ideeën te hebben.

Het is niet nodig om je zorgen te maken als kinderen dit gesprek soms lijken te ontwijken. Als een ouder zegt wat er nodig is, zonder dat hij of zij het kind "dwingt" om zich open te stellen, zal wat er gezegd wordt blijven hangen. Het gaat er niet zozeer om dat kinderen het advies accepteren, maar dat ze erachter komen wat hun vader of moeder van een bepaald onderwerp vindt, en zo een referentiepunt krijgen om te beslissen hoe ze zich in hun eigen leven moeten gedragen.

Ouders laten zo zien dat ze dichtbij en beschikbaar willen zijn om over de zorgen van elk kind te praten. En ze brengen de leer van Benedictus XVI in praktijk: "elkaar iets van onszelf geven. Om elkaar onze tijd te geven."[7]

Sommige dingen die ouders afkeuren zijn het soms niet waard om ruzie over te maken, zeker wanneer een eenvoudige opmerking volstaat. Kinderen zullen dan leren om onderscheid te maken tussen wat echt belangrijk is en wat niet. Ze zullen ontdekken dat hun ouders niet willen dat ze exacte kopie van hen worden, maar dat ze op hun eigen, authentieke manier gelukkig kunnen worden in hun leven. Ouders kunnen zich dus het beste geïnteresseerd opstellen, maar zich verder niet te veel bemoeien met zaken die de waardigheid van hun kinderen of die van het gezin niet aantasten.

Uiteindelijk komt het erop neer om het kind te vertrouwen, bereid te zijn "het risico van zijn of haar vrijheid te aanvaarden, en voortdurend oplettend te zijn om hem of haar te helpen verkeerde ideeën en keuzes te corrigeren. Wat we echter nooit moeten doen is hen steunen als ze zich vergissen, doen alsof we de fouten niet zien, of erger nog, dat we ze overnemen."[8]

De sleutel om dit vertrouwen te verdienen is als volgt: "Ouders moeten hun kinderen opvoeden in een sfeer van vriendschap en nooit de indruk wekken dat ze hen niet vertrouwen. Ze moeten hen vrijheid geven en hen leren hoe ze die met persoonlijke verantwoordelijkheid om moeten gaan. Het is beter dat ouders zich af en toe laten 'misleiden', want het vertrouwen dat ze hebben getoond zal de kinderen zelf het gevoel geven dat ze het misbruikt hebben – waarna ze zichzelf zullen corrigeren."[9] Natuurlijk zullen er soms kleine conflicten en spanningen ontstaan. Maar deze kunnen overwonnen worden met rust en liefde, door de kinderen te laten zien dat een ‘nee’ in een bepaalde zaak niets afdoet aan de liefde voor hen en het begrip voor hun situatie.

Ouders hebben de taak om hun kinderen naar de hemel te begeleiden

De heilige Jozefmaria benadrukte dat de opvoeding van kinderen afhankelijk is van zowel de vader als de moeder. Natuurlijk staan zij niet alleen in deze belangrijke taak. God, die hen de opdracht heeft gegeven hun kinderen naar de hemel te begeleiden, geeft hen ook de hulp die ze nodig hebben om die opdracht te vervullen. Daarom brengt de roeping van een ouder de noodzaak met zich mee om voor hun kinderen te bidden. Ze moeten met God over hen praten, over hun deugden en hun gebreken, vragen hoe ze hen kunnen helpen en vragen om Gods genade voor hun kinderen en geduld voor zichzelf. Het loslaten van de resultaten van hun inspanningen en ze in Gods handen leggen, geeft ouders een vrede die naar anderen wordt uitgedragen.

In de taak van de opvoeding van de kinderen, zei de heilige Jozefmaria, ontvangen de echtgenoten "een bijzondere genade in het sacrament van het huwelijk dat Jezus Christus heeft ingesteld... Zij moeten begrijpen dat het stichten van een gezin, het opvoeden van hun kinderen en het uitoefenen van een christelijke invloed in de samenleving bovennatuurlijke taken zijn."[10] Door zowel met menselijke genade en zachtmoedigheid als met een zekere scherpzinnigheid te handelen, en hun inspanningen aan God toe te vertrouwen, zullen hun kinderen volwassen worden. Want uiteindelijk behoort elk kind aan God toe.


[1] Benedictus XVI, Brief aan de gelovigen van het bisdom en de stad Rome over de belangrijke taak van de opvoeding van jongeren, 28 januari 2008.

[2] Ibid.

[3] Ibid.

[4] Tweede Vaticaans Concilie, verklaring Gravissimum Educationis, Over de christelijke opvoeding, nr. 3.

[5] Heilige Jozefmaria, Aantekeningen uit zijn homilie in Guadalaviar (Valencia), 17 november 1972.

[6] Heilige Jozefmaria, Gesprekken met Mgr. Escriva, nr. 100.

[7] Benedictus XVI, Homilie, 24 december 2012.

[8] Benedictus XVI, Brief aan de gelovigen van het bisdom en de stad Rome over de belangrijke taak van de opvoeding van jongeren, 28 januari 2008.

[9] Heilige Jozefmaria, Gesprekken met Mgr. Escriva, nr. 100.

[10] Ibid. nummer 91.