Een uitnodiging die altijd openstaat. De roeping in het Opus Dei

Elke heilige is een ontwerp van God om het Evangelie naar zijn eigen tijd te brengen. Welke aspecten van het leven van Jezus willen de gelovigen van het Opus Dei belichamen?

Toen die koning de gasten uitnodigde voor de bruiloft van zijn zoon, dacht hij dat hij vrienden en naasten schreef, die maar al te graag hun bezigheden zouden laten varen om samen met hem de vreugde van dat moment te delen. Maar hij had het mis. Zoals de evangelietekst laconiek opmerkt: «Zij wilden niet komen» (Mt 22,3). De vorst dacht dat er sprake moest zijn van een misverstand, dus stuurde hij de genodigden een nieuw bericht, ditmaal duidelijker: «Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft.» (Mt 22,4). Het antwoord was echter nog pijnlijker (vgl. Mt 22,5-6). Deze gelijkenis van Jezus lijkt op die van de wijngaardeniers, die de heilige Matteüs iets eerder in zijn evangelie vermeldt (vgl. Mt 21,33-40). Hoewel de Heer zich in beide gevallen tot de leiders van Israël richtte, blijven zijn woorden door de geschiedenis heen weerklinken. In welke zin zijn ook wij uitgenodigd voor de bruiloft van de zoon van de Koning of om in een wijngaard te werken? Wat wil Jezus ons met Zijn woorden zeggen?

Misschien wil Hij ons met deze verhalen eenvoudigweg eraan herinneren dat ons bestaan pas zijn volle betekenis krijgt wanneer onze relatie met God, onze kinderlijke band met Hem en onze roeping om de wereld te veranderen naar het beeld van Zijn liefde, levend en actueel blijven. Zo moedigt Hij ons aan om ‘met jeugdige geest’ het besef van de gave die we hebben ontvangen en de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat, levend te houden[1]. Omdat we niet beter zijn dan de mensen die naar Jezus luisterden, lopen ook wij het risico te vervallen in het gedrag dat Hij in zijn gelijkenissen beschrijft. Tegelijkertijd is de grootheid van onze roeping om als kinderen van God te leven een aansporing om steeds opnieuw ons verlangen te vernieuwen en ons antwoord van liefde jong te houden.

Wat het Werk in herinnering brengt

InGaudete et Exsultate herinnerde de Paus aan deze gedachte: «Iedere heilige is een zending; het is een plan van de Vader om op een bepaald ogenblik in de geschiedenis een aspect van het Evangelie te weerspiegelen en gestalte te geven.»[2] In die zin zei de heilige Jozefmaria dat de boodschap van het Opus Dei «zo oud is als het Evangelie, en net zo nieuw als het Evangelie»[3]. Ze brengt immers niets anders dan een boodschap onder de aandacht die al besloten ligt in het leven en de woorden van de Heer. Alle christenen zijn geroepen om Jezus Christus te weerspiegelen en Hem zo aanwezig te stellen in de wereld. Dat is het werk van de Heilige Geest in de ziel en in de Kerk (vgl. 2 Kor 3,18). De roeping van ieder mens kan hem of haar ertoe brengen om «in het eigen bestaan verschillende aspecten van het aardse leven van Jezus na te doen: een verborgen leven, een gemeenschappelijk leven, de laatsten nabij zijn, armoede en andere manifestaties van zijn zelfgave uit liefde.»[4]. «Zo is iedere heilige een boodschap die de Heilige Geest haalt uit de rijkdom van Jezus Christus en aan zijn volk schenkt.»[5].

Welke aspecten van het leven van Christus willen de gelovigen van het Opus Dei in hun eigen leven gestalte geven? Welke boodschap wil de Heilige Geest de mensen van onze tijd in herinnering brengen? De aanloop naar het honderdjarig bestaan van het Werk biedt een mooie gelegenheid om bij deze vragen stil te staan en ons te verdiepen in wat God met de boodschap van het Werk tot de wereld wil zeggen, ook tot mensen en gemeenschappen die er misschien nog nooit van hebben gehoord.

Om het licht dat de heilige Jozefmaria op 2 oktober 1928 ontving, tot uitdrukking te brengen, hebben sommige kunstenaars ervoor gekozen om het te verbinden met de werkplaats in Nazareth, waar Jezus en Jozef werkten en hun dagelijks leven doorbrachten. Met de boodschap van het Werk herinnert de Heilige Geest ons er immers aan dat alle christenen geroepen zijn om in het dagelijkse leven met God verenigd te zijn. De Heer komt ieder van ons tegemoet en juist daarom is de wereld niet alleen een plaats, maar ook een middel tot heiliging. Net zoals in Bethlehem, Egypte en Nazareth hemel en aarde met elkaar werden verenigd, kunnen ook wij op de plaatsen waar ons leven zich afspeelt God ontmoeten en samen met Hem zijn schepping verzoenen. De heilige Jozefmaria schreef hierover in een van zijn brieven: «Wij zijn hier om elke eerlijke menselijke inspanning te heiligen: het gewone werk, juist in de wereld, op een leken- en seculiere manier, ten dienste van de Heilige Kerk, de Paus en alle zielen»[6].

Vanuit dat licht liet de Heer de heilige Jozefmaria ook andere aspecten zien die centraal zouden staan in het leven van de gelovigen van het Werk. De roeping van alle mensen tot heiligheid en de zending om de wereld in vuur en vlam te zetten met Gods liefde, zouden hun concrete gestalte vinden in het werk als spil, het besef van het goddelijk kindschap als fundament en de Mis als middelpunt en wortel van ons leven. Het Opus Dei zag zichzelf als een deel van de Kerk, met als enige verlangen haar te dienen, midden in de wereld en door middel van de aardse realiteiten. «Meer dan eens heb ik onze missie, in het voetspoor van de Heer, vergeleken met die van gist, die het deeg van binnenuit laat rijzen tot het goed brood wordt»[7]. De gelovigen van het Werk weten zich dan ook door een goddelijke roeping uitverkoren om de wereld waarin ze leven naar God toe te leiden. De weg die ze daartoe volgen, is die van Nazareth: hun werk goed verrichten, zich ten dienste stellen van anderen, zorg dragen voor de mensen die God op hun pad brengt, en met aandacht en liefde in de werkelijkheid van hun tijd staan. Dat alles doen ze in eenvoud en op een natuurlijke manier, vanuit het besef dat hun roeping hun hele bestaan omvat.

Een roeping die je hele leven bezielt

Sommige typische kenmerken van het leven in het Werk worden pas echt duidelijk wanneer we beseffen dat het om een roeping gaat. Lid worden van het Opus Dei is immers niet het resultaat van een menselijk initiatief, een aantrekkelijk idee of een vrijgevige inspanning, maar in de eerste plaats een antwoord op een goddelijke roeping. Gaandeweg ontdekken we, met de jaren en steeds dieper, «deze goddelijke roeping, die in ons het verlangen aanwakkert om volmaaktheid te zoeken te midden van de wereld»[8]. We laten Jezus toe om steeds meer bezit te nemen van onze ziel. Met Gods genade gaan onze verlangens zich geleidelijk aan steeds meer met de Zijne vereenzelvigen, totdat we kunnen zeggen dat we alleen nog uit liefde leven – gedreven door het besef dat God van ons houdt – en om lief te hebben – omdat we weten dat Hij op ons rekent om Zijn liefde naar steeds meer mensen uit te dragen.

Het leven van iedere gelovige van het Werk is dus een «totale roepingsontmoeting», in die zin dat «het Opus Dei ons hele leven vervult»[9]. Als roeping verschilt het lidmaatschap van het Opus Dei dan ook van dat van een vereniging, waarbij de inzet doorgaans beperkt blijft tot een aantal activiteiten of bijeenkomsten. Anderzijds is het ook niet te vergelijken met een bijzondere wijding, die binnen de Kerk een openbare levensstaat met zich meebrengt die verschilt van die van andere gewone gelovigen. Het gaat er veeleer om ons hele leven om te vormen tot een voortdurende ontdekking van Hem die ons roept en tot een vreugdevol antwoord op zijn roeping, een antwoord dat steeds opnieuw creatief en vol liefde gestalte krijgt.

Hoe reageert iemand die verliefd is wanneer hij degene van wie hij houdt gelukkig wil maken? Of, anders gezegd, hoe zet iemand zich in voor een missie die hij als het allerbelangrijkste in zijn leven beschouwt? Wanneer niets hem meer ter harte gaat dan die persoon of die missie, geeft hij spontaan en uit eigen beweging het beste van zichzelf. In die zin kunnen we zeggen: «Heilig zijn betekent niet telkens meer dingen doen of bepaalde doelstellingen halen die we onszelf hebben opgelegd»[10]; het gaat er evenmin om«dat je meehelpt bij bepaalde taken of dat je actief bent in de gemeenschappelijke apostolaatswerken»[11]. Natuurlijk kunnen ook die zaken deel uitmaken van de beleving van onze roeping, maar we mogen nooit uit het oog verliezen dat de kern ervan ligt in «het beantwoorden aan de liefde van God»[12]. Dat antwoord laat zich niet in een vast stramien vatten en kan tegelijkertijd alles wat we doen bezielen en vormgeven.

De heilige Jozefmaria legde uit dat het alomvattende karakter van de roeping in het leven leidt tot eenheid van leven, die verband houdt met de oorsprong en het doel van ons handelen: «Een eenheid van leven die twee facetten tegelijk heeft: het innerlijke, dat ons tot contemplatie brengt; en het apostolische, via ons beroepswerk, dat zichtbaar en uiterlijk is»[13]. Het komt er dus op aan de Heer te zoeken in alles wat we doen en Hem «als doel van al ons werk»[14] voor ogen te houden. Tegelijkertijd willen we Zijn liefde doorgeven aan de mensen om ons heen, door aandacht voor hen te hebben, ons hun noden aan te trekken en hen te dienen in de meest uiteenlopende omstandigheden van het leven. Vanuit datzelfde verlangen kunnen we ons ook engageren in allerlei projecten, samen met andere gelovigen van het Werk, andere christenen of mensen die eenvoudigweg ons verlangen delen om de wereld te veranderen naar het beeld van Christus, volmaakte God en volmaakte mens.

Met de soepelheid van een spier

Kenmerkend voor de gelovigen van het Opus Dei is dat zij in volledige vrijheid handelen. Dat vloeit voort uit hun roeping, zoals de heilige Jozefmaria uitlegde: «Het is eigen aan onze bijzondere goddelijke roeping dat we ons heiligen door de gewone taken van het menselijk leven te vervullen, in overeenstemming met ons eigen geweten. Daarbij voelen we ons persoonlijk verantwoordelijk voor de activiteiten die we in alle vrijheid kiezen, binnen de grenzen van het geloof en de moraal van Jezus Christus»[15]. Vanaf het begin hebben de leden van het Werk dit zo begrepen en in de praktijk gebracht door de meest uiteenlopende initiatieven te ontplooien: van ondernemingen in de zakenwereld tot projecten in het gezinsleven, de landbouw, het onderwijs en de communicatie. Al deze initiatieven zijn op de een of andere manier geïnspireerd door de boodschap van het Opus Dei, maar ze behoren niet tot het Werk en worden er ook niet door georganiseerd. Het zijn initiatieven van mensen die zelf het initiatief nemen en er de verantwoordelijkheid voor dragen.

Zo komt het dat «het apostolaat van vriendschap en vertrouwen, dat iedereen persoonlijk beleeft, in het Opus Dei de voornaamste plaats heeft.»[16] Dit heeft gevolgen die rechtstreeks raken aan de levenswijze van de gelovigen van het Opus Dei en aan hun evangelisatiewerk. Allereerst betekent het dat ieder zijn overgave «met volle toewijding» beleeft, want «de roeping en de missie die daaruit voortvloeit omvatten heel ons leven»[17]. Zo zijn we allen even belangrijk en dragen we allen medeverantwoordelijkheid voor de gemeenschappelijke zending, vanuit de concrete plaats en taak die ieder van ons in het leven heeft.

Deze werkelijkheid is een voortdurende oproep aan het hart van ieder van ons, in het besef dat «God ons vraagt dat de apostolische ijver ons hart vervult, dat we onszelf vergeten om ons – met vreugdevolle opoffering – in te zetten voor de hele mensheid»[18]. Juist daarin ligt ook een grote bron van vreugde, want «niets kan meer voldoening schenken dan zoveel zielen naar het licht en de warmte van Christus te leiden»[19]. Daarom zullen we anderen met een oprechte vriendschappelijkheid benaderen en in iedere persoon een zoon of dochter van God zien, ook wanneer zij zich misschien niet bewust zijn van die waardigheid. Het gaat om «mensen die niemand heeft geleerd hun alledaagse leven te waarderen», aan wie wij door ons voorbeeld en onze woorden willen proberen «die grote waarheid te openbaren: Jezus Christus heeft zich om ons bekommerd, zelfs om de allerkleinsten, zelfs om de meest onbeduidenden»[20].

Anderzijds maakt het feit dat het persoonlijke apostolaat de voornaamste vorm van apostolaat is, het moeilijk om het evangelisatiewerk van het Opus Dei te kwantificeren of de impact ervan op de zending van de Kerk als geheel in cijfers uit te drukken. Het gaat om een stille revolutie die de werkomgeving, steden en zelfs hele samenlevingen wil veranderen, zonder lawaai of ophef. De heilige Jozefmaria zei hierover dikwijls: «Dat werk valt niet op en is niet gemakkelijk in statistieken vast te leggen, maar het brengt vruchten van heiligheid voort in duizenden mensen die stil en effectief in het dagelijks beroepswerk Christus navolgen.»[21].

Ten slotte brengt dit specifieke karakter van het apostolaat met zich mee dat het Opus Dei noodzakelijkerwijs een gedesorganiseerde organisatie is. Uiteraard is er een minimale structuur, die verband houdt met de vorming die de gelovigen nodig hebben om hun antwoord van liefde aan God en aan iedere mens levend te houden. De nadruk op spontaniteit en eigen initiatief vloeit voort uit het feit dat wij allen medeverantwoordelijk zijn of, zoals de Prelaat van het Opus Dei in zijn laatste brief in herinnering brengt: «dat wij allen het Opus Dei in onze handen hebben»[22]. Al deze kenmerken, die eigen zijn aan het Werk zoals God het aan de heilige Jozefmaria heeft toevertrouwd, zijn voor ons tegelijkertijd een geschenk waarvoor we dankbaar mogen zijn, een schat waarin we steeds dieper kunnen doordringen om ons erover te verheugen en onze dankbaarheid te verdiepen, én een opdracht waarvoor wij, krachtens onze goddelijke roeping, verantwoordelijkheid dragen.

Lucas Buch

[1] Vgl. Mons. Fernando Ocariz, Pastorale brief, 28-X-2020, nr. 2.

[2] Franciscus, Gaudete et Exsultate, nr. 19.

[3] Heilige Jozefmaria, Brief 3, nr. 91.

[4] Francisco, Gaudete et Exsultate, nr. 20.

[5] Ibid., nr. 21.

[6] Heilige Jozefmaria, Brief 3, nr. 2a.

[7] Heilige Jozefmaria, Brief 1, nr. 5b.

[8] Heilige Jozefmaria, Brief 3, nr. 8b.

[9] Heilige Jozefmaria, Brief 31, nr. 11. Geciteerd in Fernando Ocariz, Pastorale Brief, 28-X-2020, nr. 8.

[10] Mons. Fernando Ocariz, Pastorale brief, 28-X-2020, nr. 6.

[11] Ibid., nr. 8.

[12] Ibid., nr. 7.

[13] Heilige Jozefmaria, Brief 3, nr. 14a.

[14] Ibid., nr. 15a.

[15] Ibid., nr. 43d.

[16] Mons. Fernando Ocariz, Pastorale brief, 28-X-2020, nr. 5.

[17] Ibid., nr. 8.

[18] Heilige Jozefmaria, Brief 1, nr. 22a.

[19] Ibid., nr. 22c

[20] Ibid., nr. 22c.

[21] Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 71.

[22] Mons. Fernando Ocariz, Pastorale brief, 28-X-2020, nr. 27; vgl Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 19.