Dagelijks werk en hoe je dat kunt heiligen (III): Gordijnen

Vincenzo is vader, textielfabrikant en surnumerair van het Opus Dei. Hij werkt al meer dan dertig jaar in deze sector.

Vincenzo leidt een bedrijf dat gordijnen vervaardigt en ophangt voor uiteenlopende klanten: particulieren, hotels, cafés, restaurants enzovoort. Tot de werkzaamheden van Vincenzo en zijn kinderen behoren onder andere het vullen van matrassen en het plaatsen van tapijten. “Als je in deze branche werkt, moet je je voortdurend aanpassen”, legt Vincenzo uit. “We richten ons niet op één enkele taak, maar proberen alles te doen wat binnen de textielsector valt.”

"Als je in deze branche werkt, moet je je voortdurend aanpassen"

Vandaag werkt Vincenzo vooral in de werkplaats, samen met zijn vrouw, een zoon en twee medewerkers die zich uitsluitend met het naaiwerk bezighouden. Twee andere zonen zorgen voor het contact met klanten en voeren de montages op locatie uit.

Een beproeving

In de jaren negentig was Vincenzo productieleider bij een bedrijf. Professioneel ging het hem goed, maar plots veranderde alles. “Toen we ons vierde kind verwachtten, verloren we 200 miljoen lire door een mislukte opdracht. Iemand zei me dat het onverstandig was om onder zulke economische omstandigheden een kind te krijgen. In die tijd ging ik slechts af en toe naar de mis, maar ik voelde sterk de behoefte om mij tot God en vooral tot de Maagd Maria te wenden. Ik herinnerde me hoe ik mij ook aan God had toevertrouwd toen mijn vader stierf terwijl ik nog klein was.”

Vincenzo en zijn gezin slaagden erin die moeilijke periode te overwinnen. “In die zware dagen”, vervolgt hij, “begon ik aan een weg van bekering, met veel valpartijen, maar zonder ooit op te geven. In 2007 begreep ik dat de Heer mij riep tot het Opus Dei, en vroeg ik om toegelaten te worden als surnumerair.”

Werken uit liefde, niet alleen voor eer

Mijn bekering begon met eenvoudige dingen, zoals niet meer vloeken

De bekering die ontstond in een periode van crisis, en later zijn roeping tot het Werk, veranderden Vincenzo’s beroepsleven ingrijpend. “Ik begon met eenvoudige zaken, zoals stoppen met vloeken — een typische gewoonte van veel ambachtslieden en arbeiders”, vertelt Vincenzo. “Daarnaast deed ik mijn best om positiever en vriendelijker met mensen om te gaan, en ik merkte dat de Heer mij daarbij hielp. Vandaag vind ik het gemakkelijker en zelfs fijn om stagiairs te verwelkomen die in het bedrijf komen werken. Ik probeer te investeren in hun opleiding, ook al weet ik niet zeker welke vruchten die investering zal voortbrengen.”

Aan een muur in Vincenzo’s werkplaats hangt een gedicht van Charles Péguy met de volgende woorden:

“Er was een tijd dat arbeiders geen slaven waren. Ze werkten. Ze hadden eergevoel, een absolute eer, zoals het hoort. De poot van een stoel moest goed gemaakt zijn. Dat sprak vanzelf; dat was waarnaar men streefde. Het hoefde niet goed gemaakt te zijn omwille van het loon […]”

“Ik hou van dit gedicht”, zegt Vincenzo, “maar ik vervang het woord ‘eer’ graag door ‘liefde’. Dat is voor mij de betekenis van mijn roeping: dingen doen uit liefde. Zonder liefde zou het werk van een ambachtsman als een straf aanvoelen. Denk maar aan het einde van de maand: betalingen, lonen, stages, wissels, klanten die niet betalen… Maar voor mij zijn dat allemaal kansen om liefde te tonen, ook al verlies ik soms mijn geduld.”

"Zonder liefde zou het werk van een ambachtsman als een straf aanvoelen"

Het geloof onder ambachtslieden

Zoals in veel andere werkomgevingen heeft ook de ambachtswereld een proces van ontkerstening doorgemaakt. “Een tijdlang sprak ik elke ochtend om 7.30 uur af met een collega om samen een werkstuk te bekijken. We ontmoetten elkaar voor een kerk, zodat ik eerst om 7.00 uur de mis kon bijwonen. Mijn collega wist aanvankelijk niet eens dat je op zondag naar de mis kon gaan, laat staan dagelijks. Op een dag besloot hij plots mee naar binnen te gaan, zonder iets te zeggen. Een andere keer stelde ik voor om onderweg samen de rozenkrans te bidden. Langzaam groeide bij hem het verlangen om zich meer in het christelijk geloof te verdiepen, en begon hij een traject van spirituele vorming. We praten nog steeds over het werk, maar elk jaar in mei doen we samen een bedevaart.”

“Wanneer ik met collega’s over geloof spreek”, zegt Vincenzo, “probeer ik uit te leggen dat het niet in de eerste plaats gaat om een extra gebed of elke dag naar de mis gaan, maar om te leven met het verlangen Christus in jezelf te laten leven. Ik herhaal vaak wat de heilige Jozefmaria zei: ‘Ik ben niets, ik ben niets waard, ik heb niets.’”

Het dagelijkse gebed is een essentieel onderdeel van Vincenzo’s leven. “Elke fase van het innerlijke leven kent haar uitdagingen. Een paar jaar geleden kostte het me minder moeite om ’s morgens vroeg op te staan voor de mis; nu vraagt dat meer inspanning. Maar ik kan me niet voorstellen het gebed of de mis op te geven. Ik heb dat nodig om met God te spreken, zelfs om beslissingen op het werk te nemen. Voor mij is de Heer de belangrijkste partner van het bedrijf.”