“Laten we altijd 'op woeste wijze' oprecht zijn”

Als de stomme duivel - waarover in het evangelie gesproken wordt - in je ziel weet binnen te dringen, zal hij daar alles kapot maken. Als hij er echter onmiddellijk uitgezet wordt komt alles goed; men gaat dan gewoon verder en zal gelukkig zijn. Een vast voornemen: een fijngevoelige 'meedogenloze oprechtheid' in de geestelijke leiding... en dat vanaf het eerste moment. (De Smidse, 127)

Nogmaals stel ik dat wij allemaal onze zwakheden hebben. Maar deze zwakheden mogen er nooit toe leiden, dat wij ons afsluiten voor de Liefde van God. Zij dienen er juist toe dat wij ons onder bescherming van die Liefde stellen, dat wij ons opsluiten in die goddelijke goedheid, zoals de strijders van weleer zich opsloten in hun wapenrusting: het ecce ego, quia vocasti me (1 Sam 3, 6 en 8) —hier ben ik, want Gij hebt mij geroepen— is onze verdediging. Wij hoeven ons niet van God te verwijderen als we onze broosheid ontdekken. Wij moeten onze zwakheden bestrijden, juist omdat God vertrouwen in ons heeft.

Hoe zullen we onze armzaligheid te boven komen? Ik hamer hierop vanwege het kapitaal belang ervan: met nederigheid en oprechtheid, jegens geestelijke leiding en in het sacrament van de biecht. Ga met een open hart naar hen die uw ziel richting geven. Sluit het niet af, want als de duivel der stomheid eenmaal binnen is, jaagt u hem er niet gemakkelijk weer uit.

Neem mij mijn voortdurend aandringen niet kwalijk, maar ik acht het absoluut noodzakelijk, dat in uw verstand gegrift wordt, dat de nederigheid en —het onmiddellijk gevolg ervan— de oprechtheid de andere middelen samenbinden en zo een werkzaam fundament vormen voor de overwinning. Als de stomme duivel zich in een ziel nestelt, tast hij alles aan. Als hij er daarentegen direct uitgewerkt wordt, komt alles goed, zijn we gelukkig, leiden we een rechtschapen leven. Laten we altijd 'op woeste wijze' oprecht zijn, maar niet onwelvoeglijk.

Het is hopelijk duidelijk; wat mij betreft, ik maak me meer bezorgd over de hoogmoed dan over het vlees en het hart. Nederigheid. Als u denkt volstrekt gelijk te hebben, hebt u volstrekt ongelijk. Ga naar uw geestelijk leidsman met open ziel: sluit uw ziel niet af, want —ik herhaal— dan sluit u de stomheidsduivel op en krijgt u hem er niet meer uit.

Denk nog eens aan die arme bezetene, die door de leerlingen niet bevrijd kon worden. Alleen de Heer wist diens vrijheid te bewerkstelligen, met gebed en vasten. Bij die gelegenheid verricht de Meester drie wonderen. Het eerste: dat de man luisterde, want als de stomme duivel ons beheerst, weigert de ziel te luisteren. Het tweede was, dat hij sprak. En het derde, dat de duivel verjaagd werd.

Vrienden van God, 187-188