“Wees helemaal kind!”

Ik raad je aan om eens te proberen terug te gaan - naar het begin van je - eerste bekering, die veel weg had van het worden-als-kinderen. In het geestelijk leven moet je je in volledig vertrouwen aan leiding onderwerpen, zonder vrees en huichelarij; je moet met absolute duidelijkheid spreken over wat er in je hoofd en hart omgaat. (De Voor, 145)

Wees helemaal kind. Hoe meer hoe beter. Dat zegt u de ervaring van deze priester die heel wat keren overeind is moeten komen in de loop van die zesendertig jaar —wat lang en wat kort lijkt dat nu— bij het vervullen van de nauw omschreven Wil van God. Een ding heeft me altijd geholpen: dat ik altijd door kind ben en voortdurend bij mijn Moeder op schoot kruip en me opsluit in het Hart van Christus, mijn Heer.

Grote valpartijen, die ernstige schade toebrengen aan de ziel en soms schijnbaar ongeneeslijke gevolgen hebben, zijn altijd het resultaat van hoogmoed van wie zich volwassen acht, zelfgenoegzaam is. In die gevallen overheerst in de persoon als het ware het onvermogen tot het vragen van hulp aan iemand die hulp geven kan. Niet alleen aan God maar ook aan een vriend, een priester. En die arme ziel, alleen in haar ongenade, vervalt tot verwarring, tot dwaling.

Vrienden van God, 147