In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. (...) En een stem uit de hemel sprak: 'Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.' (Mt. 3,13-17)
Door het doopsel heeft God, onze Vader, bezit genomen van ons leven, het ingelijfd in het leven van Christus en ons de Heilige Geest gezonden. De kracht en de macht van God geven een nieuwe glans aan het aanschijn der aarde.
Wij zullen de wereld doen branden met het vuur dat U op aarde bent komen brengen! ... En het licht van uw waarheid, Jezus, zal het verstand van de mensen verlichten als een dag die niet eindigt.
Ik hoor U roepen, mijn Koning, met uw levende, nog klinkende stem: Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! – En ik, met geheel mijn wezen, met mijn zintuigen en mijn vermogens, antwoord: Spreek, Heer, uw dienaar luistert!
Kind, heb je niet dat brandend verlangen om te bereiken dat iedereen van Hem gaat houden? (De Heilige Rozenkrans, supplement, 1e geheim van het licht)