“Ben je bedroefd, mijn zoon?”

Echte deugd is niet droevig en onsympathiek, maar beminnelijk en blij. (De Weg, 657)

Als wij succes hebben, laten we ons dan verheugen en God danken, die de wasdom geeft. - Slagen we niet? - Laten we ons dan ook verheugen en God danken, die ons deel laat hebben aan Zijn zoete Kruis.
(De Weg, 658)

Je vraagt me om raad tegen je droefheid. - Ik geef je hiervoor een recept dat stamt van iemand met ervaring: de apostel Jacobus. – Tristatur aliquis vestrum? Ben je bedroefd, mijn zoon? Oret! Bid! – Probeer het eens.

Wees niet bedroefd. – Je moet een kijk op de dingen hebben die meer overeenkomt met “de onze”, met de christelijke.
(De Weg, 664)

Laetetur cor quaerentium Dominum. Laat het hart van degenen, die de Heer zoeken, zich verheugen – Hier heb je licht om de oorzaken van je droefheid te kunnen onderzoeken.
(De Weg, 666)