“Je zult op zoek moeten gaan naar zielen”

Christus heeft hoge verwachtingen van je werk. Maar je zult op zoek moeten gaan naar zielen, zoals de goede Herder achter het honderdste schaap aanging: zonder te wachten tot je geroepen wordt. Maak verder gebruik van je vrienden om goed aan anderen te doen: niemand mag zich op zijn gemak voelen - zeg dat tegen ieder van je vrienden - als hij weliswaar zelf vervuld is van zijn geestelijk leven, maar niet overloopt van apostolische ijver. (De Voor, 223)

Wees ervan overtuigd dat het nodig is, dat je een goede vorming krijgt met het oog op de grote toevloed van mensen die ons te wachten staat en die ons de duidelijke en dringende vraag zal stellen: “Goed, wat moet ik doen?”
De Voor, 221

Jezus staat aan de oever van het Meer van Gennésaret. De mensen drongen op Hem aan om het woord Gods te horen (Luc 5, 1). Net zoals vandaag! Ziet u dat niet? Mensen willen de boodschap van God horen, ook al lijkt dat uiterlijk niet zo. Sommigen hebben misschien de leer van Christus vergeten. Anderen hebben —buiten hun schuld— Hem nooit leren kennen en beschouwen de godsdienst als iets dat er niet voor hen is. Maar wij moeten zelf overtuigd zijn van een realiteit die altijd geldt: vroeg of laat zal de ziel zich overgeven, zullen de gebruikelijke verklaringen hem niet meer voldoen, zullen de leugens van de valse profeten hem niet meer tevreden stellen. En ook als ze het nog niet zullen willen toegeven, zullen ze zich van hun onrust willen ontdoen, hun honger naar waarheid willen stillen: met wat de Heer leert.
Vrienden van God, 260