Thema 32: Het zesde gebod

Seksualiteit raakt de diepste kern van de menselijke persoon. Een authentieke opvoeding tot kuisheid beperkt zich daarom niet tot informatie over de biologische aspecten van seksualiteit, maar helpt ook bij de ontdekking van de persoonlijke en morele waarden die een rol spelen bij de affectieve relaties met anderen. Zonden tegen het zesde gebod vormen uiteindelijk een surrogaat dat de leegte probeert op te vullen van de ware liefde waarnaar het menselijk hart verlangt.

De oproep van God aan man en vrouw om “vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen” moet steeds worden verstaan vanuit het perspectief van de schepping “naar het beeld en de gelijkenis” van de Drie-eenheid (vgl. Gen. 1). Dit betekent dat de voortplanting van het menselijk geslacht, binnen de ruimere context van de seksualiteit, niet «een zuiver biologisch gegeven is, maar de menselijke persoon raakt in zijn diepste intimiteit» (Catechismus, 2361). Daarom verschilt de menselijke seksualiteit wezenlijk van de dierlijke seksualiteit.

“God is liefde” (1 Joh. 4,8), en zijn liefde is vruchtbaar. Hij heeft gewild dat de mens deelneemt aan deze vruchtbaarheid door de verwekking van iedere nieuwe persoon te verbinden met een specifieke liefdesdaad tussen een man en een vrouw[1]. «Seksualiteit is niet iets om zich voor te schamen, het is een geschenk van God dat in haar zuiverheid is gericht op leven, liefde en vruchtbaarheid.»[2].

Omdat de menselijke persoon een eenheid is van lichaam en ziel, vereist de voortplantende liefdesdaad de betrokkenheid van heel de persoon: lichaam, affectiviteit en geest[3].

Door de erfzonde is de oorspronkelijke harmonie van de mens met zichzelf en met anderen verstoord geraakt. Deze breuk heeft in het bijzonder gevolgen gehad voor het vermogen van de mens om zijn seksualiteit te beleven. Enerzijds is in het verstand de onlosmakelijke band verduisterd tussen de affectieve eenheids- en voortplantingsbetekenis van de echtelijke daad; anderzijds is de heerschappij van de wil over de affectieve en lichamelijke dynamiek van de seksualiteit verzwakt. Daardoor is ook het inzicht verduisterd in de hoge antropologische betekenis van de seksualiteit en in haar morele draagwijdte.

In de huidige context is het belangrijk onderscheid te maken tussen een legitieme reflectie over gender en de ‘genderideologie’ die door Paus Franciscus wordt veroordeeld. De eerste tracht sociale ongelijkheden tussen man en vrouw te overwinnen door een kritische benadering van een al te reductionistische en ‘naturalistische’ visie op seksuele identiteit, die de volledige seksuele dimensie van de persoon herleidt tot een louter biologisch gegeven. Tegelijkertijd pleit zij voor het overwinnen van onrechtvaardige discriminatie op grond van seksuele geaardheid. De genderideologie daarentegen bevordert een mensbeeld en een visie op seksualiteit die onverenigbaar zijn met de christelijke openbaring, omdat zij niet alleen onderscheid maakt tussen biologisch geslacht en gender, maar beide ook van elkaar losmaakt, waarbij gender wordt opgevat als een louter sociaal-culturele constructie[4].

De noodzaak van zuivering en rijping die de seksualiteit in haar huidige toestand vereist — verlost door Christus, maar nog onderweg naar het definitieve vaderland — houdt geenszins een afwijzing in van deze gave die man en vrouw van God hebben ontvangen, noch een negatieve waardering ervan. Integendeel, zij veronderstelt dat de seksualiteit «geheeld en teruggevoerd [wordt] naar haar ware grootsheid»[5]. In dit proces vervult de deugd van kuisheid een fundamentele rol.

De roeping tot de kuisheid

De Catechismus spreekt over de roeping tot kuisheid omdat deze deugd een voorwaarde en een essentieel onderdeel is van de roeping tot liefde, tot zelfgave, waarmee God ieder mens roept. Kuisheid maakt liefde in en door de lichamelijkheid mogelijk[6]. In zekere zin kan men zeggen dat kuisheid de deugd is die de mens in staat stelt en leidt in de kunst van het goed leven, in welwillendheid en innerlijke vrede met andere mannen en vrouwen en met zichzelf. De menselijke seksualiteit doordringt alle vermogens, van het meest fysieke en materiële tot het meest spirituele, en kleurt de verschillende vermogens naar het mannelijke en het vrouwelijke.

De deugd van kuisheid is daarom niet louter een remedie tegen de wanorde die de zonde in de seksuele sfeer veroorzaakt, maar een vreugdevolle bevestiging, want zij maakt het mogelijk God lief te hebben, en via Hem de andere mensen, met heel het hart, met heel de ziel, met heel het verstand en met alle krachten (vgl. Mc 12,30)[7].

«De deugd van kuisheid behoort tot het domein van de kardinale deugd van matigheid» (Catechismus, 2341) en «betekent de geslaagde integratie van de seksualiteit in de persoonlijkheid en wijst daarmee op de innerlijke eenheid van de mens als lichamelijk en geestelijk wezen» (Catechismus, 2337).

Bij de opvoeding, vooral van jongeren, is het belangrijk om bij het spreken over kuisheid de diepe en nauwe band tussen het vermogen om lief te hebben, seksualiteit en voortplanting uit te leggen. Anders zou het kunnen lijken alsof het om een negatieve deugd gaat. Het gaat erom te helpen begrijpen dat het erom gaat de aantrekkingskracht tot het affectief-seksuele goed te kanaliseren naar het welzijn van de persoon als geheel[8].

In zijn huidige toestand is het voor de mens moeilijk om zonder de hulp van de genade altijd de natuurlijke morele wet, en daarmee de kuisheid, na te leven. Dit betekent niet dat het onmogelijk is dat een menselijke deugd in staat is om op dit gebied een zekere integratie van de hartstochten te bewerkstelligen, maar het is een vaststelling van de omvang van de door de zonde veroorzaakte wond, die goddelijke hulp vereist voor een herstel van de persoon[9].

De vorming tot kuisheid

«Liefde is het vormend beginsel van alle deugden. Onder haar invloed wordt de kuisheid als het ware de leerschool voor de zelfgave van de persoon. Zelfbeheersing is gericht op de gave van zichzelf. » (Catechismus, 2346).

Vorming in kuisheid is veel meer dan wat sommigen simplistisch ‘seksuele voorlichting’ noemen, en wat niet zelden wordt beperkt tot het verstrekken van informatie over de fysiologische aspecten van de menselijke voortplanting en over anticonceptiemethoden. Echte opvoeding tot kuisheid beperkt zich niet tot informatie over de biologische aspecten, maar helpt ook na te denken over de persoonlijke en morele waarden die een rol spelen in affectieve relaties met anderen, en in het bijzonder in die unieke relatie die man en vrouw met elkaar verbindt. Tegelijkertijd bevordert zij hoge idealen van liefde voor God en voor de anderen, door de beoefening van de deugden van vrijgevigheid, zelfgave en bescheidenheid, die de intimiteit beschermt, enz. Gewoontes die de persoon helpen om egoïsme te overwinnen en de verleiding om zich in zichzelf te sluiten. «Immers, ons gevoelsleven is een roeping tot liefde die zich vertaalt in trouw, ontvankelijkheid en barmhartigheid.»[10]

In dit streven rust een zeer grote verantwoordelijkheid op de ouders, aangezien zij de eerste en belangrijkste opvoeders zijn bij de vorming van hun kinderen op het gebied van kuisheid. In niet weinig gevallen zullen zij zich, samen met andere gezinnen, actief moeten inzetten om ervoor te zorgen dat de seksuele en affectieve vorming die op school wordt gegeven, in overeenstemming is met een juiste antropologische visie op de menselijke persoon, die in staat is de wijdverbreide banalisering van de seksualiteit te overstijgen.

Bij het streven deze deugd te beleven zijn de volgende middelen van belang: het gebed — God vragen om de deugd van de heilige zuiverheid[11]; het regelmatig ontvangen van de sacramenten; het leiden van een evenwichtig leven, waarin de verschillende aspecten van het bestaan (werk, rust, relaties) in harmonie samengaan; aandacht voor anderen; en de devotie tot de Heilige Maagd Maria, Mater pulchrae dilectionis. Daarnaast helpen ook: matigheid in eten en drinken; zorg voor kuisheid en bescheidenheid in kleding, enz; het vermijden van lectuur, afbeeldingen en video’s die naar verwachting ongepaste inhoud kunnen bevatten; en het zoeken van hulp in de geestelijke begeleiding.

Kuisheid is een bij uitstek persoonlijke deugd. Tegelijkertijd “veronderstelt zij ook een culturele inspanning” (Catechismus, 2344), want “er bestaat een onderlinge afhankelijkheid tussen de ontplooiing van de menselijke persoon en de ontwikkeling van de samenleving”[12]. Eerbied voor de rechten van de persoon vereist eerbied voor kuisheid; “in het bijzonder voor het recht op die informatie en opvoeding, die de morele en spirituele dimensies van het menselijk leven eerbiedigen.” (Catechismus, 2344). Het gezin staat vandaag voor talrijke uitdagingen, en het is belangrijk daar zorgvuldig over na te denken om oplossingen te kunnen bieden die zowel het individu als de hele samenleving ten goede komen[13].

De concrete uitingen waarin deze deugd zich ontwikkelt en groeit, zullen verschillen naargelang de roeping die men heeft ontvangen. «Gehuwden zijn geroepen om de echtelijke kuisheid te beleven; de ongehuwden beoefenen de kuisheid in onthouding» (Catechismus, 2349).

De kuisheid in het huwelijk

«De seksualiteit is gericht op de huwelijksliefde tussen man en vrouw» (Catechismus, 2360): «Zij is alleen echt menselijk, als zij een geïntegreerd onderdeel is van de liefde waardoor de man en de vrouw zich tot aan de dood geheel aan elkaar verbinden.»[14]

De grootsheid van de daad waardoor man en vrouw vrijwillig meewerken aan Gods scheppend handelen vereist bepaalde voorwaarden, gezien de mogelijkheid nieuw menselijk leven voort te brengen. Daarom mag de mens de eenheids- en voortplantingsdimensie van deze daad niet vrijwillig van elkaar scheiden, zoals gebeurt bij anticonceptie[15]. Een kuis echtpaar zal de meest geschikte momenten weten te vinden om deze lichamelijke vereniging te beleven, zodat daarin bij iedere daad steeds de zelfgave tot uitdrukking komt die zij inhoudt[16].

In tegenstelling tot de voortplantingsdimensie, die alleen door de echtelijke daad op werkelijk menselijke wijze tot uiting kan komen, kan en moet de eenheids- en affectieve dimensie die eigen is aan deze daad zich ook op vele andere manieren uitdrukken. Dit verklaart waarom echtgenoten, wanneer zij wegens gezondheidsredenen of andere omstandigheden de echtelijke vereniging niet kunnen voltrekken, of besluiten dat het beter is tijdelijk — of in bijzonder ernstige situaties definitief — af te zien van de eigenlijke huwelijksdaad, die gave van zichzelf kunnen en moeten blijven verwezenlijken waardoor de werkelijk persoonlijke liefde groeit, waarvan de lichamelijke vereniging een uitdrukking is[17].

De kuisheid in het celibaat

Toen de Zoon van God naar deze wereld kwam, heeft Hij ervoor gekozen het celibaat te beleven, en in Zijn prediking heeft Hij verschillende aanwijzingen gegeven die ons niet alleen helpen de schoonheid van het huwelijk te ontdekken, maar ons er ook aan herinneren dat het een tijdelijk en dus relatief karakter heeft, want «Na de verrijzenis is er geen sprake meer van huwen of ten huwelijk gegeven worden, maar men zal zijn als engelen Gods in de hemel.» (Mat 22,30)

God roept de meeste mensen om de heiligheid te vinden in het huwelijk, maar Hij wil sommigen uitkiezen om hun roeping tot liefde op een bijzondere wijze te beleven, namelijk in het apostolisch celibaat[18]. De wijze waarop de christelijke roeping in het apostolisch celibaat wordt beleefd, houdt onthouding in van het gebruik van de voortplantingskracht. Deze onthouding betekent geenszins een uitsluiting van liefde of affectie. Integendeel, de vrijwillige gave aan God van een mogelijk huwelijksleven stelt de persoon in staat vele andere mannen en vrouwen lief te hebben en zich aan hen te geven, en hen op hun beurt te helpen God te vinden, wat juist de reden is van dit celibaat[19]. Deze levenswijze moet altijd als een gave worden beschouwd en beleefd.

Er bestaan verschillende charismatische wijzen om het celibaat als roeping te beleven. Sommigen ontvangen deze roeping in het priesterschap of in het religieuze leven, terwijl vele anderen haar midden in de wereld ontvangen, zonder een specifieke wijding, maar met het duidelijke besef instrumenten van Gods liefde te zijn om de hele wereld in te trekken en het evangelie te verkondigen.

Zonden tegen de kuisheid

Men zou kunnen zeggen dat zonden tegen het zesde gebod een surrogaat zijn dat de leegte van de ware liefde waarnaar het hart verlangt, probeert op te vullen [20]. De onkuisheid staat tegenover de kuisheid. «De onkuisheid is een ongeregelde begeerte of een ongeordend plezier in het geslachtelijk genot. Geslachtelijk genot is moreel ongeordend, wanneer men het los van de doeleinden van voortplanting en vereniging, omwille van zichzelf zoekt.» (Catechismus 2351).

Aangezien seksualiteit een centrale rol speelt in het menselijk leven, zijn zonden tegen de kuisheid altijd ernstig naar hun aard wanneer men rechtstreeks het seksuele genot nastreeft dat eigen is aan de geslachtsdaad. Zij kunnen echter licht zijn wanneer dat genot niet rechtstreeks wordt nagestreefd, of wanneer er geen volledige kennis of geen volledige instemming is.

De zonde van de wellust heeft talrijke ernstige gevolgen: een verblinding van het verstand, waardoor het uiteindelijke doel en het ware welzijn uit het zicht verdwijnen; een verzwakking van de wil; een gehechtheid aan aardse goederen die de mens doet vergeten wat eeuwig is; en ten slotte kan zij zelfs leiden tot een zekere afkeer van God, die voor de wellustige mens het grootste obstakel lijkt te vormen bij het bevredigen van zijn zinnelijke begeerten.

Van alle zonden tegen de kuisheid staat overspel op de eerste plaats. «Wanneer twee partners, van wie er minstens één gehuwd is, met elkaar een seksuele relatie aangaan, zelfs van voorbijgaande aard, begaan ze overspel» (Catechismus 2380)[21]. «Het gebod “Geen echtbreuk plegen” richt ons, ook al is het negatief verwoord, op onze oorspronkelijk roeping tot volle en trouwe echtelijke liefde die Jezus Christus ons heeft geopenbaard en geschonken (Vgl. Rom 12,1)»[22].

«Onder masturbatie verstaat men de vrijwillige prikkeling van de geslachtsorganen, met de bedoeling daardoor een seksueel genot te ervaren. "Zowel het kerkelijk leergezag als de morele zin van de gelovigen hebben in de lijn van een constante traditie zonder aarzelen bevestigd dat masturbatie een intrinsiek en ernstig ongeordende handeling is".» (Catechismus, 2352). Masturbatie is door haar aard in strijd met de christelijke opvatting over seksualiteit, die in dienst staat van de liefde. Omdat het een eenzame en egoïstische beleving van de seksualiteit is, verstoken van de waarheid van de liefde, laat het een gevoel van onvoldaanheid achter en leidt het tot leegte en onbehagen.

«Onder ontucht verstaat men de lichamelijke vereniging van een man en een vrouw die niet met elkaar gehuwd zijn. Ze is ernstig in strijd met de waarde van de persoon en met de menselijke seksualiteit, die van nature gericht is op het welzijn van de echtgenoten, op de voortplanting en de opvoeding van de kinderen.» (Catechismus, 2353). Zowel het vrij samenwonen, het samenwonen zonder het voornemen om te trouwen als voorhuwelijkse relaties doen in verschillende mate afbreuk aan de waardigheid van de menselijke seksualiteit en het huwelijk. «Ze zijn in strijd met de zedenwet: de huwelijksdaad mag uitsluitend plaatsvinden binnen het huwelijk; buiten dit kader is het steeds een zware zonde, die uitsluit van de sacramentele Communie.» (Catechismus, 2390). De persoon kan men niet “uitproberen”, maar kan alleen vrij geschonken worden, eens en voor altijd [23].

«Homoseksuele daden zijn intrinsiek ongeordend», zoals de Traditie van de Kerk het altijd verklaard heeft[24]. Deze zuiver morele beoordeling van handelingen mag geenszins een vooroordeel inhouden ten aanzien van mensen met homoseksuele neigingen[25], aangezien deze neigingen niet vrijwillig zijn en hun situatie vaak een zware beproeving vormt[26]. «Homoseksuele mensen zijn tot kuisheid geroepen. Door de deugd van zelfbeheersing, die hen tot innerlijke vrijheid opvoedt, eventueel met steun van een belangeloze, vriendschappelijke begeleiding, door het gebed en de genade van de Sacramenten, kunnen en moeten zij geleidelijk en standvastig, voortgang boeken op de weg van de christelijke volmaaktheid.» (Catechismus, 2359). De apostolische exhortatie Amoris Laetitiae zegt hieromtrent het volgende: « In de loop van het debat over de waardigheid en de zending van het gezin hebben de synodevaders opgemerkt dat “omtrent projecten van gelijkstelling van verbintenissen tussen homoseksuele personen aan het huwelijk ‘er geen enkele reden is om analogieën aan te nemen of vast te stellen, zelfs geen verre analogieën, tussen homoseksuele verbintenissen en Gods plan betreffende huwelijk en gezin’»[27].

Evenzo zijn gesprekken, blikken en uitingen van genegenheid jegens een ander – ook tussen verloofden – in strijd met de kuisheid, wanneer deze plaatsvinden vanuit wellustige begeerte, of een gelegenheid tot zonde vormen die men opzoekt of niet afwijst.

Pornografie — het tentoonstellen van het menselijk lichaam als louter voorwerp van wellust — en prostitutie — het maken van het eigen lichaam tot een voorwerp van financiële transactie en vleselijk genot — zijn ernstige vormen van seksuele wanorde, die niet alleen een aantasting vormen van de waardigheid van degenen die eraan deelnemen, maar ook werkelijk een sociale plaag zijn (vgl. Catechismus, 2355). Helaas is het gebruik van pornografie in onze wereld wijdverbreid, wat sterk wordt vergemakkelijkt door het internet. Wat kan beginnen als louter nieuwsgierigheid, vooral bij jongeren, wordt niet zelden een gewoonte die het vermogen van de persoon om “met heel zijn hart” lief te hebben ernstig belemmert, en hem of haar brengt tot wegen die de gemakkelijke bevrediging van lichamelijke genoegens bevorderen en in wezen op egoïsme uitlopen. In sommige gevallen kan dit uitmonden in een echte verslaving aan pornografie, die vaak slechts met passende psychologische hulp overwonnen kan worden. In ieder geval vormt dit een ernstig probleem voor het geestelijk leven, omdat wellust het hart verdooft en een sereen gebedsleven belemmert, evenals de vreugde die noodzakelijk is voor een doeltreffend apostolisch leven. Daarom is het belangrijk om hulp te zoeken in geestelijke begeleiding, die ons kan openen voor hoge idealen waarvoor het de moeite waard is ons leven te geven.

God is Liefde. Hij heeft ons uit liefde geschapen en om lief te hebben. Ook met het lichaam. Dit moet steeds het uitgangspunt zijn wanneer we seksualiteit benaderen binnen de christelijke antropologie. Tegelijkertijd moet worden erkend dat, na de erfzonde, het juiste gebruik van dit vermogen verzwakt is. Daarom is de hulp van de genade en het beoefenen van de deugd van kuisheid zo noodzakelijk om werkelijk te kunnen liefhebben “met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Mc 12,30).


Bibliografie

— Catechismus van de Katholieke Kerk, 2331-2400.

— Heilige Jozefmaria, homilie Want zij zullen God zien, in ‘Vrienden van God’; Het huwelijk, een christelijke roeping, in ‘Christus komt langs’.


[1] «Elk van beide geslachten is, weliswaar op verschillende wijze, maar met dezelfde waardigheid het beeld van de kracht en de tederheid van God. De vereniging van man en vrouw in het huwelijk is een manier om de edelmoedigheid en de vruchtbaarheid van de Schepper lichamelijk uit te beelden: "Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden" (Gen. 2, 24). Uit deze vereniging komen alle menselijke geslachten voort. (Vgl. Gn 4,1-2.25-26; 5,1)» (Catechismus, 2335).

[2] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, 24.

[3] «Als de mens alleen geest wil zijn en het lichaam om zo te zeggen zou willen afdoen als slechts behorend tot het dierlijk erfgoed, verliezen zowel geest als lichaam hun waardigheid. En als hij de geest loochent en de materie, het lichaam, als enige werkelijkheid beschouwt, verliest hij eveneens zijn grootheid.» (Benedictus XVI, Deus caritas est, 25-XII-2005, 5).

[4] Vgl. Franciscus, Amoris laetitiae, 19-III-2016, n. 56. In dit verband is het document van de Congregatie voor het Katholiek Onderwijs interessant: “Man en vrouw heeft Hij hen geschapen. Naar een dialoog over de kwestie van ‘gender’ in het onderwijs” (2019).

[5] «Ja, eros wil ons tot het Goddelijke trekken, ons buiten onszelf brengen, maar juist daarom vraagt eros om een weg van opstijgen, onthouding, zuivering en genezing.» (Benedictus XVI, Deus caritas est, 5).

[6] «God is liefde (1 Joh. 4, 8) en Hij beleeft in zichzelf een mysterie van persoonlijke liefdesgemeenschap. God legt in het mens-zijn van man en vrouw, dat Hij naar zijn beeld schept en voortdurend in stand houdt, de roeping en daarmee het vermogen en de verantwoordelijkheid tot liefde en gemeenschap» (Johannes Paulus II, Familiaris consortio, 22-XI-1981, 11).

[7] «De kuisheid is de vreugdevolle bevestiging van degene die de gave van zichzelf weet te beleven, vrij van elke egoïstische slavernij.» (Pauselijke Raad voor het Gezin, Menselijke seksualiteit: waarheid en betekenis, 8-XII-1995, 17). «De zuiverheid vloeit voort uit onze liefde voor onze Heer aan wie we ons lichaam en onze ziel, onze vermogens en zintuigen hebben gegeven. Het is geen ontkenning, maar een blijde, positieve bevestiging.» (Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, 5).

[8] «Kuisheid veronderstelt een leerproces van zelfbeheersing, dat bestaat in een opvoeding van de menselijke vrijheid. Het alternatief is duidelijk: ofwel beheerst de mens zijn hartstochten en bereikt vrede, ofwel laat hij zich erdoor beheersen en wordt ongelukkig. (Vgl. Si 1,22) "De waardigheid van de mens vereist dat hij handelt in wel bewuste en vrije keuze, persoonlijk, namelijk van binnen uit bewogen en aangezet, en niet door een blinde innerlijke drift of door een louter uiterlijke dwang. Een dergelijke waardigheid verkrijgt de mens, wanneer hij zich vrijmaakt uit elke gevangenschap van de hartstochten, zijn einddoel nastreeft in een vrije keuze van het goede en zich verzekert van de juiste hulpmiddelen, daadwerkelijk en in naarstige toeleg."(Gaudium et spes, 17)» (Catechismus, 2339).

[9] «De kuisheid is een morele deugd. Maar het is ook een gave van God, een genade, een vrucht van geestelijke oefening. (Cf. Ga 5,22) De heilige Geest geeft aan hen, die door het water van het doopsel herboren werden, de genade om de zuiverheid van Christus na te volgen. (Vgl. 1 Joh 3,3)» (Catechismus, 2345).

[10] Franciscus, Algemene Audiëntie, 31-10-2018.

[11] «God geeft de heilige zuiverheid aan wie Hem er nederig om vraagt.» (Heilige Jozefmaria, De Weg, 118).

[12] Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et spes, 25.

[13] Franciscus, Amoris laetitiae, hoofdstuk 2.

[14] Johannes Paulus II, Familiaris consortio, 11.

[15] Ook bij kunstmatige bevruchting ontstaat er een breuk tussen deze dimensies die eigen zijn aan de menselijke seksualiteit, zoals duidelijk wordt uiteengezet in de instructie “Donum vitae” (1987).

[16] Zoals de Catechismus leert, is het genot dat voortvloeit uit de echtelijke verbintenis iets goeds en door God gewild (Vgl. Catechismus, 2362).

[17] Franciscus, Amoris laetitiae, hoofdstuk 4.

[18] Hoewel heiligheid wordt afgemeten aan de liefde voor God en niet aan de levensstaat – celibatair of gehuwd –, leert de Kerk dat het celibaat omwille van het Koninkrijk der Hemelen een grotere gave is dan het huwelijk (Cf. Concilie van Trente: DS 1810; 1 Co 7,38).

[19] Nu we het toch over het celibaat van priesters hebben, maar dit geldt eigenlijk voor elk celibaat ter wille van het Koninkrijk der Hemelen. Benedictus XVI legt uit dat het niet genoeg is het priesterlijk celibaat te begrijpen vanuit een puur functioneel gezichtspunt. Het celibaat is in werkelijkheid een bijzondere manier om Christus zelf in zijn levensstijl na te volgen» (Benedictus XVI, Sacramentum caritatis, 24).

[20] Franciscus, Algemene Audiëntie, 24-10-2018.

[21] Christus veroordeelt zelfs het verlangen naar overspel (Vgl. Mat 5,27-28). In het Nieuwe Testament wordt overspel ten strengste verboden (Vgl. Mat 5,32; 19, 6; Mar 10,11; 1 Co 6,9-10). De Catechismus noemt, in verband met de zonden tegen het huwelijk, ook echtscheiding, polygamie en anticonceptie.

[22] Franciscus, Algemene Audiëntie, 31-X-2018.

[23] «Verloofden zijn ertoe geroepen de kuisheid in onthouding te beoefenen. Zij moeten deze proeftijd zien als een periode waarin ze leren voor elkaar respect op te brengen en elkaar trouw te blijven in de hoop dat ze elkaar van God zullen ontvangen. De uitingen van tederheid die specifiek zijn voor de huwelijksliefde, zullen ze bewaren voor de periode van het huwelijk. Zij zullen elkaar helpen om te groeien in kuisheid.» (Catechismus, 2350).

[24] Congregatie voor de Geloofsleer, Menselijke persoon, 8. «Ze zijn in strijd met de natuurwet. Homoseksuele handelingen sluiten de seksualiteit af voor de gave van het leven. Ze komen niet voort uit een ware affectieve en seksuele complementariteit. Daarom kunnen ze in geen geval goedgekeurd worden.» (Catechismus, 2357).

[25] Homoseksualiteit verwijst naar de situatie waarin mannen en vrouwen zich uitsluitend of overwegend seksueel aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht. De mogelijke situaties die zich kunnen voordoen, lopen sterk uiteen, en daarom is uiterste voorzichtigheid geboden bij de behandeling van deze gevallen.

[26] «Bij een niet gering aantal mannen en vrouwen is de homoseksuele neiging diepgeworteld. Deze objectief ongeordende neiging betekent voor de meesten van hen een beproeving. Men moet deze mensen met respect, begrip en fijngevoeligheid behandelen. Men moet iedere vorm van onrechtmatige discriminatie vermijden. Ook deze mensen zijn geroepen om in hun leven de wil van God te volbrengen en - als zij christen zijn - de problemen die zij als gevolg van hun instelling ondervinden, te verenigen met het kruisoffer van de Heer.» (Catechismus 2358).

[27] Franciscus, Amoris laetitiae, n. 251.

Pablo Requena