«Niet onverschillig blijven»: La Pililla en El Teso tijdens de branden in Ávila en Madrid

Toen de brand die het westen van Madrid verwoestte, Piedralaves naderde, stond La Pililla, een vormingscentrum in Ávila, voor de moeilijke beslissing wie geëvacueerd moest worden en wie zou blijven. Tegelijkertijd opende El Teso, een ander vormingscentrum aan de rand van Madrid, zijn deuren voor gezinnen die door de brand waren getroffen en niet wisten waar ze heen konden. Dit is het verslag van die dagen.

«We mogen niet onverschillig blijven tegenover de wisselvalligheden van onze wereld.» Met deze woorden vatte de Prelaat van het Opus Dei, mgr. Fernando Ocariz, onlangs in een interview met persbureau Exaudi de meest getrouwe manier samen om de Kerk te dienen: zich zozeer met Christus vereenzelvigen dat men zijn leven inzet voor de noden van anderen.

Enkele weken later werden die woorden op zeer concrete wijze op de proef gesteld door de branden die de Valle del Tiétar en het westen van Madrid teisterden. Wat zich in de vormingscentra La Pililla en El Teso en in de omliggende dorpen afspeelde, liet dat zien: mensen die niet wegkeken, maar zich het lot van anderen aantrokken.

Een brand die niet onder controle kon worden gebracht

Op 22 juli brak er brand uit in Burgohondo (Ávila), veroorzaakt door het gebruik van zware machines zonder de nodige veiligheidsmaatregelen. De volgende dag ontstond, op amper dertig kilometer afstand, een tweede brand in San Martín de Valdeiglesias (Madrid), nadat een auto op de weg vlam had gevat.

De hoge temperaturen, de lage luchtvochtigheid en een grotendeels onbeheerd bosgebied met onvoldoende brandgangen deden de rest. Op 24 juli groeiden beide branden samen uit tot één vuurfront, dat oprukte in de richting van de Valle del Tiétar en het noordwesten van Madrid. Tussen 23 en 24 juli werd de noodtoestand van nationaal belang (niveau 3) afgekondigd.

Het getroffen gebied besloeg ongeveer 50.000 hectare en zo’n 186.000 mensen moesten worden geëvacueerd. Piedralaves, waar La Pililla ligt – sinds 1943 een vormingscentrum van het Opus Dei – was een van de zwaarst getroffen gemeenten: 88 procent van het grondgebied werd door de brand verwoest. Ondanks de enorme omvang van de ramp vielen er geen doden en raakte niemand ernstig gewond.

Foto's van de brand, ter beschikking gesteld door de auteurs van het artikel
Foto's van de brand, ter beschikking gesteld door de auteurs van het artikel

La Pililla bereidt zich voor

In La Pililla wonen vijftien mensen, van wie er negen tussen de 70 en 100 jaar oud zijn. Op vrijdagmiddag 24 juli, toen het vuur het gebergte bij La Adrada al dicht was genaderd, werden de oudsten – Antonina, Pascuala, Pauli, Ángeles, Juanita, Guadalupe en María José – naar El Teso overgebracht, een ander vormingscentrum aan de rand van Madrid. Ze namen het nodige mee voor het geval de situatie verder zou verslechteren. In La Pililla bleven Mercedes, Arantxa, Patri en Elvira.

Diezelfde middag ging een van hen naar de posten van de Civiele Bescherming in Piedralaves en La Adrada. Er werden vrijwilligers gezocht om de berg op te gaan, brandgangen aan te leggen en het terrein vrij te maken. Ze trok andere kleren aan, schreef zich in en wachtte tot ze aan de beurt was om met een van de voertuigen die geschikt waren voor het terrein, naar boven te rijden. Eenmaal daar hielp ze bremstruiken te verwijderen, paden vrij te maken en omgehakte bomen op te ruimen. Toen ze weer beneden kwam, was ze vooral onder de indruk van de toewijding van de dorpsbewoners, eerder dan van de nabijheid van de vlammen of het voortdurende komen en gaan van de helikopters. Al dagenlang waarschuwden de dorpelingen met hun eigen gereedschap voor het gevaar, lang voordat de brand uit de hand liep.

Zaterdagmiddag kwam ook voor Piedralaves het bevel tot evacuatie. Degenen die nog in La Pililla waren, hadden alles al voorbereid: noodrugzakken stonden klaar, de taken waren verdeeld, het Heilig Sacrament was genuttigd en de ramen waren gesloten. Vervolgens vertrokken ze naar Arenas de San Pedro.

Voor hun vertrek namen ze contact op met de surnumeraires uit de omgeving, in het bijzonder met de oudere dames, om na te gaan of zij een manier hadden om weg te komen en ergens konden verblijven. Hoewel ze nerveus waren en zich erg kwetsbaar voelden, vonden ze uiteindelijk allemaal onderdak.

Juan Ángel, een buurman uit Piedralaves en de broer van Inma, zag zijn landerijen, een olijfboomgaard en verschillende koeien in de brand verloren gaan. Hij vatte die dagen treffend samen: «In het dagelijks leven zijn we allemaal grijs, maar wanneer er iets groots gebeurt, worden we zwart of wit.» Het waren dagen waarin veel gewone mensen, zonder dat ze dat van tevoren hadden voorzien, lieten zien uit welk hout ze gesneden waren.

El Teso opent zijn deuren

Ondertussen werd in El Teso de opvang georganiseerd. Als eersten arriveerden de acht oudere numerair- auxiliaires uit La Pililla. Onder hen was Antonina, met bijna honderd jaar een van de oudste leden van het Opus Dei, en Pascueleta, 92 jaar oud en rolstoelgebonden. Ze namen hun intrek in het Pabellón, het kleinste huis op het domein.

Zaterdag liet een zus van Mara, een numerair-auxiliaire in El Teso, weten dat Sotillo de la Adrada, waar haar familie woonde, geëvacueerd moest worden. Ook haar tante en enkele buren met hun kleinzoon Efrán wisten niet waar ze naartoe konden. Daarom kwamen ze naar El Teso. Diezelfde ochtend arriveerde ook Inma, een andere numerair-auxiliaire, samen met haar zus, haar zwager en haar tweejarige neefje. In totaal vonden zestien volwassenen, drie kinderen, vier honden en een konijn er onderdak, met niet meer dan de kleren die ze aanhadden.

"In totaal waren we met zestien volwassenen, drie kinderen, vier honden en een konijn"
"In totaal waren we met zestien volwassenen, drie kinderen, vier honden en een konijn"

Irene, de zus van Mara, bracht die dagen door in de angst dat het vuur haar huis zou bereiken. De volgende dag kwam het nieuws: de vlammen waren tot in Sotillo doorgedrongen. Toen ze de huizen naderden, leken ze er echter omheen te trekken zonder ze in brand te steken. Alleen de buitenkant werd verschroeid, waarna het vuur verder trok. Voor Irene was het een wonder van de Virgen de los Remedios, de patrones van het dorp: alle huizen van haar familie waren intact gebleven.

De dagen daarna speelden de kinderen bij het zwembad, werden er geïmproviseerde maaltijden bereid en werden lange gesprekken gevoerd. Op een dag vroeg de tienjarige Dani wie al die mensen waren die in de administratie van El Teso woonden. Men vertelde hem dat het de familie van zijn tante Mara was. «Mag ik ze dan tante noemen? Want het zijn mijn tantes», antwoordde hij. Toen Dani hoorde dat er een priester was aangekomen, verklaarde hij heel ernstig dat hij «zeven kleinigheden» had en graag wilde biechten.

Efrán, die autisme heeft, liep vrolijk met zijn koptelefoon op door de tuin en kende al snel de weg naar elke kamer. Niet veel later was híj degene die mensen die in het huis verdwaald waren, hielp hun kamer terug te vinden. Zijn vader, Rubén, zou later met tranen in zijn ogen vertellen dat hij zijn zoon niet naar een noodopvangcentrum had kunnen brengen – dat zou hij niet hebben aangekund – en dat deze dagen voor hem een onverwacht geschenk waren.

Toen het moment van afscheid aanbrak, wilden veel van de mensen die in El Teso waren opgevangen op de een of andere manier iets terugdoen. Rosi grapte tegen haar vriendinnen dat ze in een zevensterrenhotel had verbleven, zo goed had ze zich er gevoeld. Een andere vrouw bood aan te helpen bij het opruimen van de as die de brand door het hele huis had verspreid. Een gezin dat met de caravan op vakantie was, deelde het eten dat het had klaargemaakt met iedereen.

Samen hadden ze een royale gift bijeengebracht. In plaats van een gewoon geschenk wilden ze dat het geld zou worden besteed aan iets waar echt behoefte aan was. Zo kon het zwembadhuisje worden gebouwd dat al enige tijd gepland stond. Sonia, wier moeder uiteindelijk niet in El Teso had verbleven, wilde daarnaast nog een aparte bijdrage doen voor de kapel. Het afscheid duurde lang, met omhelzingen en een groepsfoto, en met de belofte om na de zomer terug te komen om in alle rust samen een paella te bereiden.

Degenen die achterbleven om het vuur te bestrijden

Niet iedereen kon of wilde vertrekken. Olga, de beheerder van La Pililla en buurvrouw uit La Adrada, bleef thuis terwijl haar man en kinderen in de bergen de brand bestreden. Ze overwon de angst van die dagen en vanaf zondag begon ze naar La Pililla te gaan om de schade op te nemen, smeulende resten te blussen, omgevallen bomen te verwijderen en de water- en elektriciteitsvoorzieningen te controleren. Dankzij haar inzet en die van de technici die ze inschakelde, konden de basisvoorzieningen van het huis al snel weer worden hersteld.

Raúl, een buurman uit Piedralaves van boven de zeventig, verloor negentig procent van zijn schapen en zag zijn huis ternauwernood aan de vlammen ontsnappen. Toch ging hij meteen op pad om het waterreservoir en de leidingen van La Pililla te controleren. José Luis, de tuinman, deed hetzelfde met de tuin. Inma en haar broers en zussen verloren landerijen, een olijfboomgaard en verschillende koeien, maar bleven eten en onderdak aanbieden aan iedereen die dat nodig had. Ook andere buren – Azu en Luis, Valen en David, Germán en Jesús – bleven ter plaatse. Ze brachten dieren in veiligheid, voorzagen vrijwilligers van eten en drinken of beschermden wat nog beschermd kon worden. En ook de medewerkers van het huis, onder wie Ariela, Li en Luján, boden zich keer op keer vrijwillig aan.

In La Pililla zijn de tuinen slechts gedeeltelijk door de vlammen verwoest. «Een hand» heeft ongetwijfeld de loop van de brand zo gestuurd dat het vuur op slechts enkele meters afstand bleef van het kapelletje van El Carmen, de dieselopslagplaatsen en de koelinstallaties, en ook van het kleine beeldje van Onze-Lieve-Vrouw in de tuin van de administratie.

Vanaf het begin was duidelijk dat de UME (de Spaanse militaire eenheid voor noodhulp, nvdv) niet was gekomen om de brand te blussen. Maar Nines, een andere surnumeraire uit Piedralaves, vertelde dat haar zoon Jesús, die boswachter is, verschillende keren samen met zijn collega’s was gegaan om het vuur te bestrijden. Zij, en nog vele anderen – de lijst is lang – hebben nauwelijks rust gehad. Dag en nacht hielden zij de velden, de dieren en de hele omgeving in de gaten.

Foto van 2 augustus
Foto van 2 augustus

De terugkeer

De terugkeer verliep in twee groepen, tussen woensdagavond 29 juli en donderdagochtend. Bij aankomst maakte de eerste groep diezelfde avond nog een wandeling door de tuin. Hier en daar smeulden de laatste resten van de brand nog na – en dat zouden ze nog dagenlang blijven doen. Ze ontdekten er ook een aardappelomelet die Olga voor hen had klaargemaakt, met een welkomstbriefje erbij. De volgende dag arriveerde de rest, waarmee de groep die inmiddels weer in het huis verblijft, compleet was.

De ouderen verblijven voorlopig nog in Madrid, in El Teso. Vooral de slechte luchtkwaliteit, de as die nog steeds overal neerdwarrelt en het risico dat het vuur opnieuw oplaait – zoals inmiddels in La Adrada is gebeurd – maken een terugkeer voor hen nog niet verantwoord.

Omdat ze nog in de hoofdstad waren, organiseerde een meisjesclub uit Mirasierra een klein festival ter gelegenheid van Antonina’s honderdste verjaardag. Er waren goocheltrucs, liederen en zarzuela, en er werd een groepsfoto gemaakt met mensen uit verschillende centra die in de loop der jaren met haar hadden samengeleefd. Zichtbaar ontroerd bedankte Antonina hen voor dit onverwachte eerbetoon, midden in deze bewogen dagen.

Antonia's 100e verjaardag in El Teso
Antonia's 100e verjaardag in El Teso

Ook voor de allerkleinsten uit de omgeving werd een initiatief opgezet: «Hora feliz» («Vrolijk uurtje»), met zwem- en speelmiddagen in Piedralaves. Zo kregen gezinnen even wat ademruimte terwijl zij zich bleven inzetten voor de brandbestrijding. Voor de eerste middag hadden zich al dertig kinderen uit de omgeving aangemeld.

Wat hier gebeurde, was een aaneenschakeling van kleine en grote gebaren: een huis dat zijn deuren opende, buren die met hun eigen gereedschap de berg op trokken, een gezamenlijke maaltijd, een gift, een telefoontje om te vragen hoe het ging, en nog zoveel meer. Elk afzonderlijk gebaar lijkt misschien klein, maar samen krijgen ze betekenis. Zoals Mgr. Ocariz zei: het gaat er niet om in de schijnwerpers te staan, maar wel om niet onverschillig te blijven tegenover wat er gebeurt met degene die naast je leeft.

Elvira Lorenzo y Conchita Antón