“Wij christenen zijn in de wereld om haar om te vormen, en om een verandering in iets teweeg te brengen moet je er eerst van houden”
Monseigneur, goedemorgen en welkom. Monseigneur Mariano Fazio, hulpvicaris van het Opus Dei.
Het boek is getiteld “Hoofdrolspelers van het algemeen welzijn. De heilige Jozefmaria Escrivá en de christenen in de hedendaagse samenleving”.[1] Het is niet alleen een manier om de erfenis die Escrivá ons heeft nagelaten te verkennen, maar ook om deze in de juiste context te plaatsen, want christen zijn betekent niet dat we ons van de wereld afzonderen, maar dat we in de wereld leven.
Zeker. Ik vond het belangrijk om een boek over dit onderwerp te schrijven, omdat er tegenwoordig maar weinig over het algemeen welzijn wordt gesproken. We leven in een zeer individualistische maatschappij en daarom denk ik dat het dringend noodzakelijk is dat we ons bewust worden van de verantwoordelijkheid die wij als christenen hebben om mee te bouwen aan een samenleving die beter aansluit bij Gods plan.
Op welke manier heeft de stichter van het Opus Dei de christenen, om het zo te zeggen, een soort richtlijnen gegeven?
Ja. Zijn boodschap was vooral de universele oproep tot heiligheid. Dit was aan het begin van de twintigste eeuw een vrij algemeen gegeven, maar het specifieke was dat de Heer de meeste christenen oproept om heilig te worden te midden van de gewone omstandigheden van het leven. En daar vraagt de Heer ons om consequent te zijn. We moeten goede christenen zijn, niet alleen in de kerk, in de kapel of in katholieke verenigingen – daar ook – maar vooral in het gezin, op het werk en in alle menselijke relaties, enz. Kortom, we moeten voor de volle honderd procent katholiek zijn. Hij gebruikte daarvoor een beeld: de eenheid van leven. We kunnen geen dubbelleven leiden: in de kerk katholiek en buiten de kerk doen wat ons uit eigenbelang het beste lijkt. We moeten in alle aspecten van het leven getuigenis afleggen.
Hierbij wordt ook het belang van de seculariteit benadrukt. Dit is iets wat in feite betrekking heeft op iedereen, dus niet alleen op degenen die een priester- of religieuze roeping hebben.
Absoluut. De Heer roept iedereen tot de heiligheid. Sommigen krijgen een priester- of religieuze roeping, maar we hebben allemaal een roeping tot heiligheid en in de overgrote meerderheid van de gevallen wordt die beleefd in het gewone leven van iedere dag. Ik denk dat dit ook de belangrijkste boodschap is van het Tweede Vaticaans Concilie. Gisteren hoorde ik dat monseigneur Varden, die de retraite voor de Paus en de Romeinse curie leidt, juist op dit aspect van het Concilie de nadruk heeft gelegd: de universele roeping tot heiligheid.
In dit opzicht is het boek geen verzameling theologische regels, maar eerder een manier om dieper in te gaan op de daadwerkelijke toewijding van een christen. Als we enkele concrete richtlijnen zouden willen geven, wat zou er dan moeten gebeuren?
Het is moeilijk om het kort samen te vatten, maar ik denk dat we eerst en vooral van de wereld moeten houden zonder werelds te zijn. Paus Franciscus sprak vaak over de verleiding om werelds te zijn. We zijn in de wereld om haar te veranderen, en om iets te veranderen, moet je er eerst van houden. Daarom moeten we van de wereld houden om haar te veranderen en haar meer in overeenstemming te brengen met de plannen die God voor onze samenleving heeft.
Vervolgens gaat het erom sociale verantwoordelijkheid te dragen, dat wil zeggen ons te realiseren dat ieder van ons, in verschillende situaties, de verantwoordelijkheid heeft om deze wereld te veranderen, de zwakkeren en de armsten te helpen, de boodschap van het Evangelie uit te dragen naar alle structuren van de maatschappij, enzovoort.
En ook het vermogen om met elkaar in gesprek te gaan. Dat lijkt me van fundamenteel belang. We leven tegenwoordig in een maatschappij – en niet alleen in Italië, maar overal ter wereld – waarin sprake is van een sterke polarisatie en waarin we het vermogen om met elkaar in gesprek te gaan zijn kwijtgeraakt.
De christen moet iemand zijn die de dialoog aangaat, openstaat en iedereen respecteert. Bovendien volstaat het niet om alleen rechtvaardigheid na te streven – hoewel dat van fundamenteel belang is en het uitgangspunt vormt –, maar moet de rechtvaardigheid worden aangevuld met naastenliefde. Ik denk dat we, door in de voetsporen van de Heer te treden, een samenleving kunnen opbouwen waarin er altijd beperkingen zullen zijn, omdat we nu eenmaal mensen zijn, maar waarin het leven dankzij de naastenliefde veel mooier is en we met meer vrede, rust en hoop kunnen leven.
Er is een woord dat tegenwoordig misschien wat minder aandacht krijgt: professionaliteit. De christelijke roeping houdt ook in dat we professioneel moeten zijn, bijvoorbeeld op het gebied van het werk, iets wat soms niet direct wordt geassocieerd met het christen-zijn.
Er is geen twijfel over mogelijk. De heilige Jozefmaria sprak altijd over de heiliging van het werk. En hoe wordt het werk geheiligd? Allereerst door goed te werken. Een advocaat, een architect, een huisvrouw, een arts, een ambtenaar moeten allereerst een sterke geest van dienstbaarheid in zich hebben: ik ben hier om de anderen te dienen door mijn beroep uit te oefenen. En ik denk ook dat dit de sociale relaties sterk verandert. En vervolgens goed werken, dat wil zeggen een goede arts, een goede architect, een goede verpleegster zijn. Goed werken betekent ook studeren, je bijscholen, enzovoort.
Ik denk ook dat dit een grote bijdrage zal leveren aan de evangelisatie van de maatschappij, want als je een katholiek ziet die bovendien een goede professional is, werkt dat erg aantrekkelijk. We kunnen geen goede gelovigen zijn en tegelijkertijd middelmatige professionals.
De heilige Jozefmaria zei altijd dat we Christus moeten plaatsen aan de top van alle menselijke activiteiten, niet uit ijdelheid of uit een soort superioriteitsgevoel, maar om alle anderen te dienen.
Daarom moeten we ons werk heiligen.
Geloof, dienstbaarheid, werk en daad met elkaar verbinden, betekent ook dat er een element is dat al deze aspecten van de persoon met elkaar verbindt, en dat element is integriteit.
Ja. Ik herinner me dat vele jaren geleden Johannes Paulus I, vóór zijn verkiezing, enkele artikelen had geschreven, ik geloof in de *Messaggero di Sant’Antonio*. Het laatste artikel ging over de heilige Jozefmaria en citeerde Étienne Gilson, een groot Frans thomistisch filosoof, die zei: “De middeleeuwse kathedralen zijn gebouwd door het geloof, maar ook door grote architecten en grote wiskundigen.” Geloof en wiskunde moeten worden samengebracht, en ik denk dat dit een zeer aantrekkelijke en zeer actuele boodschap is.
Als we het hebben over heiligheid in het leven van alledag, op het werk en in het gewone, doet dat ons ook denken aan de ‘heiligheid van de deur hiernaast’ waarover paus Franciscus sprak, met wie u ook bevriend was. Zou u, ter afsluiting van ons gesprek van vanochtend, een persoonlijke herinnering aan paus Franciscus met ons willen delen?
Ik heb heel veel herinneringen. Er schiet me er nu één te binnen. Ik was eens bij hem en vertelde hem dat ik twee reizen had gemaakt: één naar Ivoorkust en één naar de Filippijnen. De Paus zei tegen me: “Nou, ik zie dat je de hele wereld rondreist.” Ik antwoordde: “Ja, maar dat is uw schuld, want u zegt dat we dicht bij alle mensen moeten staan. In het Opus Dei hebben we veel mensen over de hele wereld en daarom moest ik deze reizen maken. Maar maak u geen zorgen, want ik maak van de reizen gebruik om veel over de Paus te praten.”
Toen veranderde zijn gezichtsuitdrukking een beetje, hij keek wat ernstig en zei me: “Het zou beter zijn om minder over de Paus te praten en meer over Jezus.” Ik antwoordde: “Oké, ik heb het begrepen, dank u.”
Dit toont de centrale rol van Christus aan, en ook de nederigheid van de Paus.
[1] Oorspronkelijke titel (Italiaans): “Protagonisti del bene comune. San Josemaría Escrivá e i cristiani nella società contemporanea”