‘In de biecht zie ik hoe mooi mensen zijn’

Hij meent het serieus, priester Didier van Havre uit Antwerpen. “In de biecht zie je hoe mooi mensen zijn.” Is dat geen vreemde tegenstelling?

Er meldt zich een vriendelijke heer van middelbare leeftijd met priesterboord. Of hij even wat van mijn tijd mag vragen. Hij heeft namelijk wat kleine “brochuurtjes” geschreven waarvan hij meent dat mensen er iets aan hebben. Didier van Havre (61) is priester van het Opus Dei, doctor zowel in de planologie als de theologie, maar vooral ook een gezellige Vlaming. Hij is een levensgenieter, maar niet zozeer in de gebruikelijke zin van het woord. Hij geniet wanneer anderen geluk in hun leven vinden.

‘Hoe mooi’

Vreemd genoeg brengt hem dat telkens weer terug naar de biechtstoel, doorgaans toch de plek waar mensen zich van hun minst fraaie kant laten zien. “Juist in de biecht zie je hoe mooi mensen zijn”, vertelt hij. “Mensen vertellen hoe hun leven door de zonde is aangetast. Hoe zij daar zelf in mee zijn gegaan. Als je dan ziet hoe zuiver zij dat aanvoelen, hoe zij daar echt spijt over hebben, dan zie je dat de genade in hen werkt. Dan denk ik telkens opnieuw: ‘Hoe mooi. Hoe móói!’ Ik ben er diep van overtuigd dat de biecht het sacrament van vreugde en bevrijding is!”

Van Havre kiest zijn woorden met zorg. Hij is aangedaan over de “wonderen” die hij in de biechtstoel ziet gebeuren: mensen die zich na alle vernederingen van kromme wegen met God verzoenen en helemaal opbloeien. Hij spreekt over gehuwden die tegen alle verwachtingen in elkaar weer gevonden hebben. Mensen die zich, soms na een heel leven, bewust worden van een enorme last van schuld en spijt en die intens ervaren wat vergeving betekent. “Het is echt vieren.” De Antwerpse priester is er vol van. Hij kan er bijna niet over uit dat hij daarbij instrument mag zijn, en vooral ook getuige van Gods genade.

Eenvoud

Hij maakt de gekste dingen mee, tussen drie en vijf op zaterdagmiddag in de Antwerpse Sint-Jacob aan de Lange Nieuwstraat. “Een tijdje geleden kwam er zo’n echte Antwerpse volksvrouw voor het eerst in jaren biechten. Het deed haar goed. De volgende dag kwam haar buurvrouw. Ze had tegen haar gezegd: ‘Allez Juul, dat moet gij ook eens proberen. Het zal u goed doen.’” Van Havre lacht van oor tot oor. Hij geniet van die dingen. “Ik hou van die eenvoudige, goede en goudeerlijke mensen.”

Het raakt hem dat juist deze mensen vaak verstoken zijn van heel elementaire geloofskennis. Vaak weten ze niet eens hoe ze moeten bidden. En juist als ze leren bidden, dan komt de rest wel goed. Is dat niet juist zo’n dooddoener waar zoveel mensen op zijn afgeknapt? Zo van ‘Bid er maar voor, dan komt alles wel goed’? De Antwerpenaar schudt zijn hoofd. Dat is niet wat hij bedoelt. Het is zijn diepste overtuiging dat het gebed, het ontdekken wat bidden is en het trouw blijven doen, de allereerste voorwaarde is voor geloof. “In het gebed ontmoet je de Heer. Je ervaart zijn aanwezigheid, zijn liefde. Dat wil je beantwoorden, je wilt meer van hem weten, meer van hem houden, je wilt en kunt niet meer zonder hem leven.”

Brochuurke

Priester Van Havre schreef vanuit zijn pastorale praktijk een handig boekje, formaat binnenzak, voor ‘beginnende gelovigen’. Leren Bidden heeft iets van de bekende boekjes in de series Programmeren voor Dummies of Leren internetten in twintig stappen. En net zoals die boekjes ook gevorderde gebruikers soms nog handige tips kunnen geven, geldt dit ook voor Leren Bidden. Want het 130 bladzijden tellende gidsje geeft naast een aantal bekende gebeden en gebedjes tal van praktische wenken en kritische vragen. Probeer ik mijn gedachten wel bij het gebed te houden? Weet ik wel wat ik zeg als ik de geloofsbelijdenis uitspreek?

Wie A zegt moet ook B zeggen, dacht Van Havre, en schreef vervolgens de 40 bladzijden tellende Wegwijzer, een brochure waarin hij een kort overzicht geeft van de geloofsleer. “Het bevat 120 kernpunten die de samenhang van het geloof goed belichten. Het legt de band tussen het geloof en de menselijke drang naar geluk. En het slaat aan: in twee jaar tijd heb ik er 4000 van verspreid.”

Geduld

Om dat laatste is het Didier van Havre allemaal te doen. In de biechtstoel ziet hij waartoe het kan leiden, hoe er tegen alle menselijke verwachting in weer ‘iets moois kan ontstaan’ tussen God en mensen. Hij zal daarom zijn verhaal niet opdringen, hooguit aandringen, vertrouwend op Gods genade. Zoals bij zijn niet-kerkgaande kapper, die toch graag wilde dat Van Havre zijn kind zou dopen. Tijdens een knipbeurt had de priester hem gekscherend gezegd dat hij zijn kind nu ook het Onzevader zou moeten leren. “Weet u wat hij mij zei?”, schatert de Antwerpenaar, “hé vriend, zo’n extremist ben ik niet!”

Leren Bidden en Wegwijzer zijn telefonisch te bestellen via 00 32 3 237 63 96.

  • Jan Peeters // Katholiek Nieuwsblad