Mijn geliefde dochters en zonen, moge Jezus jullie behoeden!
Een paar dagen geleden zijn we de vastentijd begonnen. Gedurende deze weken nodigt de liturgie van de Kerk ons uit om God te vragen om "een berouwvol en vernederd hart" (Ps 51,19) en tegelijkertijd te vertrouwen op zijn oneindige barmhartigheid. Deze tijd is een bijzondere gelegenheid om ons opnieuw op Christus te richten en ons nog meer te laten inspireren door het verlangen dat de hele wereld zich zuivert en tot Hem terugkeert.
De genade die deze liturgische tijd met zich meebrengt, als we een bereidwillig hart tonen, zal ons helpen vooruitgang te boeken in de navolging van de Heer. De heilige Jozefmaria moedigde ons aan om de vastentijd te beleven met een steeds edelmoediger antwoord op de wil van God. "Zonder twijfel moeten we nog ergens in veranderen: we hebben een grotere trouw en een diepere nederigheid nodig om minder egoïstisch te zijn zodat Christus in ons kan groeien, want: Illum oportet crescere, me autem minui, Hij moet groter worden en ik kleiner." (Christus komt langs, nr. 58).
De vastentijd is een tijd van boetedoening. Leo XIV stelt een vorm van onthouding voor die in deze tijden bijzonder noodzakelijk is. «Laten we ons inspannen (...) om onze woorden te wegen en vriendelijkheid te cultiveren: in het gezin, onder vrienden, op het werk, op sociale media, in politieke debatten, in de media en in christelijke gemeenschappen. Dan zullen veel woorden van haat plaatsmaken voor woorden van hoop en vrede" (Boodschap voor de vastentijd 2026). Laten we ons aansluiten bij deze wens van de Heilige Vader en ernaar streven instrumenten van eenheid te zijn, zaaiers van vrede en vreugde op alle plaatsen waar we ons bevinden.
Zoals jullie weten, heb ik op 16 februari het genoegen gehad om door de paus te worden ontvangen. Laten we de Heilige Maagd Maria vragen om zijn ambt in dienst van de Kerk en de hele wereld rijkelijk te zegenen.
Met alle liefde zegen ik jullie,
jullie vader

Rome, 24 februari 2026
