Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Het feest van de Goddelijke Barmhartigheid wordt op de zondag na Pasen gevierd. De heilige Johannes Paulus II, die het feest in 2000 instelde tijdens de heiligverklaring van zuster Faustina Kowalska, moedigde de Kerk aan te groeien in deze devotie.

Van de paus en de Kerk

Zuster Faustina Kowalska (1905 – 1938) ontving de missie om de devotie tot de Goddelijke Barmhartigheid te bevorderen, om het vertrouwen in God en de barmhartigheid tot de naaste te koesteren. In haar Dagboek schreef zij over het verzoek van Jezus voor een speciaal feest voor de Goddelijke Barmhartigheid op de zondag na Pasen:

“Ik wil dat het feest van de goddelijke Barmhartigheid een redmiddel en een schuilplaats wordt voor alle zielen en in het bijzonder voor de arme zondaren. Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open. Laat geen enkele ziel bang zijn om tot Mij te naderen, zelfs al zijn haar zonden als scharlaken” (nr. 699).

De devotie tot de Goddelijke Barmhartigheid verspreide zich snel na de zaligverklaring op 18 april 1993 en heiligverklaring op 30 april 2000 van zuster Faustina, en de pelgrimages van paus Johannes Paulus II naar Lagiewniki (1997 en 2002). Tijdens de heiligverklaringsplechtigheid in 2000 zei de heilige Johannes Paulus II: “Het is belangrijk om de gehele boodschap die door het Woord van God op de tweede zondag van Pasen tot ons komt te accepteren. Deze zondag heet vanaf heden in de gehele Kerk de ‘Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid’ (homilie, 30 april 2000). Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus hebben deze devotie aanbevolen.

Lees ook