Professionele vorming (IV): Dienend leiderschap

De heilige Jozefmaria zag beroeps prestige niet als een persoonlijk succes, maar als een kans om beter te kunnen dienen. Vorming helpt om deze houding te verdiepen door competenties en vaardigheden verder te ontwikkelen.

Pdf: Professional Formation (IV): Leadership By Serving

In het onderricht van de heilige Jozefmaria wordt wat we vandaag leiderschap noemen steeds begrepen en beleefd als dienstbaarheid, met het verlangen bij te dragen aan de opbouw van een gemeenschappelijk
project ten voordele van iedereen. Een leider is niet enkel iemand die een bepaalde rol in een team vervult. Hij wil de wereld verbeteren en beseft al snel dat hij het best begint bij wat hem het dichtst nabij is: zijn
eigen omgeving. Maar hoe doet hij dat? De heilige Jozefmaria vatte het samen in een eenvoudige en krachtige uitspraak: “Wil je ergens toe dienen: dien!”[1] Tegelijk moedigde hij aan “om alle mogelijke
prestige in je beroep te krijgen, ten dienste van God en van de zielen.”[2]

Het verlangen om leiderschap te beleven als dienstbaarheid brengt twee grote uitdagingen met zich mee, waarbij vorming een essentiële hulp is. Enerzijds gaat het om het ontwikkelen van een meer relationele
visie op het eigen werk: zowel samenwerken met anderen – te beginnen met God – als werken vanuit en voor anderen. Anderzijds vraagt het een bewuste inzet om deugden te cultiveren: zichzelf willen
verbeteren, niet uit streven naar persoonlijke volmaaktheid, maar om zich beter te kunnen geven.

Relationele wezens, relationeel werk

Een relationele visie op het eigen beroep houdt in dat men verder kijkt en ontdekt dat het werk dat we elke dag verrichten verder reikt dan het produceren van goederen of diensten, verder dan prestaties en
efficiëntie, en zelfs verder dan louter zelfverwezenlijking. Uiteindelijk gaat het om het tot stand brengen van relationele goederen: goederen die altijd samen met anderen worden geproduceerd en waarvan ook
samen met anderen wordt genoten, zelfs in beroepen die niet rechtstreeks op de persoon gericht lijken. Het is duidelijk dat het werk relationeel of interactief is wanneer men op de markt verkoopt, leerlingen in het beroepsonderwijs opleidt, appartementen bezichtigt met klanten of een verdachte verdedigt voor de rechter. Maar ook arbeid in een logistiek centrum, aan een assemblagelijn of in een biochemisch laboratorium heeft een relationele dimensie, al is die minder zichtbaar. Zelfs het werk van iemand die vanuit huis telewerkt of studeert voor een examen, zonder ogenschijnlijk met iemand te communiceren.

Christus werd herkend aan zijn werk (“Is Hij niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria?”[3]) en aan dat van zijn vader (“Is dat dan niet de zoon van Jozef?”[4]). In het boek Exodus vinden we een voorafbeelding van Sint-Jozef in de ambachtslieden die, vanwege de kwaliteit van hun werk en hun omgang met anderen, werden uitgekozen om het heiligdom te bouwen[5]. Mozes prijst hen omdat God hen bij hun naam heeft geroepen en hen met zijn Geest heeft vervuld, waardoor zij begiftigd werden met “vaardigheid, kennis en veelzijdige bekwaamheid”[6], evenals met “de gave om het aan anderen te kunnen leren”[7]. Jezus gaf een nieuwe dimensie aan de relationele betekenis van zijn werk in de werkplaats. Wanneer hij een tafel bouwde, maakte hij niet alleen maar een voorwerp. Op een of andere manier waren alle mensen die die tafel door de jaren heen zouden gebruiken reeds aanwezig in die tafel: wat hij van Jozef
had geleerd, de vreugde van het gezinsleven met de Maagd Maria, de noden en zorgen van de buren, de herinnering aan de Schepping, de aanraking van het hout die hij later ook in het kruis zou vinden, het
verlangen om de Vader te verheerlijken, de verlossing van de mensheid.

Deze relationele dimensie van het werk vindt haar grond in wat het betekent mens te zijn. De openheid om de ander te leren kennen en lief te hebben behoort tot ons wezen, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, een Drie-eenheid. “Vaak stel ik mij de vraag: met welke ingesteldheid verrichten wij ons dagelijks werk? Hoe gaan we om met vermoeidheid? Zien we slechts het verband van onze activiteit met onze toekomst of zien we ook het verband met de toekomst van de anderen? Inderdaad, werk is een wijze om onze persoonlijkheid te vertolken en die is van nature relationeel.”[8], legt Paus Franciscus uit. “Werk is ook een wijze om onze creativiteit te ontplooien. Ieder werkt op zijn of haar manier, met een eigen stijl. Hetzelfde werk, maar met een andere stijl.”[9]

Vanuit deze relationele aard bestaat beroepsvorming niet alleen uit het verwerven van kennis en vaardigheden voor mijn werk, maar ook uit het leren van mensen. We leren van de ervaren collega en van de jongere medewerker, van de mentor die goed advies geeft, uit gesprekken met teamleden die samen een project tot een goed einde brengen, van de leraar bij wie we jaren later nog terechtkunnen, en zelfs van een ontevreden klant. Christus zelf was een leerling. “Jezus moet wel op Jozef geleken hebben in zijn manier van werken, in zijn karakter en in zijn manier van spreken.”[10]

Een instrument in mijn handen

Een van de vruchten van beroepsvorming is vaak de waardering die iemand geniet in het domein waarin hij of zij deskundig is. Echt professioneel prestige – dat een middel is en geen doel op zich – vloeit voort uit de inspanningen die we leveren om competenter te worden in de uitoefening van ons beroep. Een zorgverlener zal voortdurend zoeken naar betere behandelingen voor zijn patiënten, een leraar zijn didactische aanpak verfijnen om zijn leerlingen beter te begeleiden, een handelaar nieuwe producten ontdekken die aansluiten bij de behoeften van zijn klanten en een medewerker in de communicatiesector streven naar informatie die zo kwaliteitsvol en waarheidsgetrouw mogelijk is. Ieder gebruikt de middelen die hem of haar ter beschikking staan – cursussen, lectuur, workshops, onderzoek – maar de vorming die het Werk aanbiedt, helpt ons om dit verlangen naar bijscholing te verdiepen, er prioriteit aan te geven en erin te volharden, met het verlangen God meer te verheerlijken in ons werk en effectiever te zijn in onze dienstbaarheid.

Vanuit dit perspectief verschilt professioneel prestige wezenlijk van het najagen van succes, dat vaak wordt opgevat als het behalen van resultaten die door anderen als uitzonderlijk of uitmuntend worden beschouwd. Het lijkt dan alsof deze resultaten enkel het gevolg zijn van buitengewone talenten waarover gewone mensen niet beschikken. De prediking van de heilige Jozefmaria wilde echter mensen bemoedigen, niet ontmoedigen, noch mensen met buitengewone kwaliteiten kleineren – “Hem die geleerd kan zijn, vergeven wij niet, dat hij het niet is”[11] – maar tegelijk stond hij ver af van een discours over uitmuntendheid dat slechts een kleine elite aanspreekt of losstaat van de werkelijkheid. Zelfs iemand die verantwoordelijk is in zijn werk en beschikt over jarenlange ervaring kan geconfronteerd worden met mislukkingen, fouten die moeten worden rechtgezet en momenten waarop hij opnieuw moet beginnen. Dat zijn kansen om te leren en met hoop die omstandigheden te boven te komen, zonder verlamd te worden door de angst om opnieuw te falen.

Voor de heilige Jozefmaria ligt het geheim van professioneel prestige niet in roem, maar in liefdevolle dienstbaarheid: “De pelgrimstocht van de christen moet een voortdurend dienen zijn, op allerlei manieren, in overeenstemming met onze persoonlijke omstandigheden, maar altijd uit liefde voor God en de naaste. Christen zijn betekent dat we ons niet laten leiden door kleingeestige bedoelingen die door prestige of eerzucht worden ingegeven en ook niet door bedoelingen die edeler kunnen lijken, zoals liefdadigheid of medeleven met de noden van anderen: christen zijn is tot het uiterste gaan in de radicale liefde die Jezus heeft laten zien door voor ons te sterven.”[12]

Kortom, de zin van beroeps prestige ligt in de mogelijkheid het te gebruiken om God en de mensen te dienen. De heilige Jozefmaria drukte het zo uit: “Als motto voor je werk wil ik je het volgende meegeven: Wil je ergens toe dienen: dien! Maar dan moet je in de eerste plaats weten hoe je je werk tot een goed einde brengt. Ik geloof niet in de oprechte bedoeling van iemand die geen moeite doet om de nodige deskundigheid in zijn beroep te ontwikkelen. Goede wil alleen is niet genoeg, je moet ook weten hoe je het moet aanpakken, en of we dat echt willen zal blijken uit onze inzet om de dingen met de grootst mogelijke perfectie af te ronden.”[13]

Iedere mens is dus geroepen om een leider te zijn in zijn eigen omgeving – in werk, gezin en maatschappij – en deze werkelijkheid te willen verbeteren. Wij allemaal, mannen en vrouwen, kunnen, door professionele vorming en persoonlijke groei, daadwerkelijk bijdragen aan die verandering. Het is inspirerend te zien hoe de pandemie vele verborgen leiders aan het licht heeft gebracht en tegelijk een oproep tot verantwoordelijkheid voor iedereen is geworden: het is mijn eigen werkelijkheid die ik kan verbeteren. Als ik dat niet doe, zal niemand het voor mij doen.

Dienen door middel van beroeps prestige

“Dienen” kan ook worden begrepen in de zin van “bekwaam zijn” of “geschikt zijn voor een bepaalde taak”. Om te dienen – om de naastenliefde concreet te maken in daden, naar het voorbeeld van Christus, die “niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen”[14] – is bekwaamheid nodig. Die bekwaamheid groeit niet alleen door studie en praktijk, maar ook door de ontwikkeling van menselijke deugden. Een persoon die hard werkt, vastberaden en moedig is, ordelijk, beleefd, vriendelijk en betrokken, kan zowel effectief bijdragen aan een gemeenschappelijk project als beantwoorden aan de eisen van de naastenliefde in zijn dagelijkse taken. De uitdrukking “Wil je ergens toe dienen: dien” is daarom een oproep om de kwaliteiten te verwerven die nodig zijn om werkelijk nuttig te zijn en zo de deugden te cultiveren die het mogelijk maken anderen goed te dienen. Wanneer de heilige Jozefmaria hierover sprak, verwees hij zowel naar intellectuele arbeid en beroepen met zichtbare maatschappelijke invloed – in cultuur of politiek – als naar het werk in een garage, in de keuken van een restaurant of op een boerderij.

Beroeps prestige kan het gemakkelijker maken om een referentiepunt te worden in het eigen vakgebied. Het opent de mogelijkheid om advies te geven en begeleiding te bieden die verder reikt dan louter technische kennis. Zo kunnen we blijven zorgen voor het welzijn en de loopbaan van oud-studenten, jonge artsen in hun stage begeleiden, vrienden die hun baan verloren hebben helpen nieuwe kansen te ontdekken, een collega adviseren over nieuwe apparatuur of rust en perspectief brengen in gespannen gesprekken.

Het kan ook een nuttig instrument zijn om actief deel te nemen aan vakbonden, beroepsverenigingen of andere organisaties die zich inzetten voor de verbetering van het beroep en voor rechtvaardigere arbeidsomstandigheden. Denk aan het ondersteunen van initiatieven zoals het organiseren van een staking, het verzamelen van handtekeningen, het gesprek aangaan met leidinggevenden, enz. Wanneer Paus Franciscus spreekt over Jezus en Jozef als “houtbewerkers”, wijst hij op alle duistere kanten van arbeid die wij kunnen – en moeten – helpen verlichten met een competente en integere beroepspraktijk: uitputtend werk “in mijnen en bepaalde werkplaatsen”, “hen die uitgebuit worden met zwartwerk”, “de slachtoffers van arbeidsongevallen”, “kinderen die verplicht worden tot kinderarbeid”, enzovoort.[15]

Soms schenkt beroeps prestige een invloed die deuren opent voor meer delicate kwesties. Tijdens een congres of zakenreis kan bijvoorbeeld het afzien van een drankje na het diner, uit aandacht voor het gezin thuis, de sfeer onder collega’s veranderen. Het delen van eigen ervaringen kan iemand helpen zijn werkschema zo te organiseren dat hij op zondag naar de mis kan gaan. Zelfs wanneer de werkplek een woestijn lijkt — “het droge milieu waar men het geloof moet bewaren en moet trachten het uit te stralen”[16], aldus Paus Franciscus — “daar zijn wij geroepen menselijke kruiken te zijn om anderen te drinken te geven.”[17]

Vorming die jezelf en je omgeving verandert

Het zijn mensen die de wereld veranderen. Persoonlijke vorming betekent daarom altijd een stap vooruit – zowel in sociale verantwoordelijkheid als in professionele bekwaamheid – om zo het beste van zichzelf ten dienste van de samenleving te kunnen bijdragen. “In vrij, creatief, participatief en solidair werk brengt het menselijk wezen de waardigheid van het eigen leven tot uitdrukking en vergroot het.”[18], zegt Paus Franciscus. En hij voegt eraan toe: “Werken dient niet slechts om het gepaste levensonderhoud te verwerven. Het is ook een wijze om onszelf uit te drukken, ons nuttig te voelen en de grote les van het concrete leven te leren die het geestelijk leven behoedt voor spiritualisme.”[19]

De spirituele vorming die het Werk geeft – en die steeds concreet moet worden in het dagelijks leven – helpt ons vragen te stellen als: Hoe kan ik beter begrijpen dat mijn werk een dienst is? Hoe kan ik vanuit mijn beroep kansen creëren voor anderen en voor de samenleving? Welk maatschappelijk probleem kan ik door mijn werk helpen aanpakken? Welke verbeteringen, innovaties of oplossingen kan ik bijdragen vanuit mijn professionele kennis?

Leiderschap in dienstbaarheid vraagt meer dan vakkennis alleen. Daarom wil de beroepsvorming die het Werk aanbiedt iedereen helpen menselijke deugden en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen die een degelijke en integere beroepsuitoefening mogelijk maken. Het gaat om aandachtig werken, zonder slordigheid of half werk, met de zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid van iemand die handelt uit liefde voor God en voor anderen, en die bereid is samen te werken. Zo groeit ook het besef van zorg voor de mensen om ons heen, voor wie van ons werk zullen profiteren, voor het algemeen welzijn en voor de wereld waarin wij leven.

Deze vaardigheden – vaak “soft skills” genoemd – worden niet louter theoretisch verworven. Ze groeien in de praktijk: in de manier waarop men werkt, met anderen omgaat en dagelijkse situaties aanpakt. Ze worden als het ware belichaamd in het handelen. Daarom is het waardevol om er bewust over na te denken en open te staan voor feedback van anderen, zodat ze ons karakter en ons beroepswerk werkelijk kunnen vormen. Wie heeft niet de behoefte gevoeld om een zorgverlener te bedanken die ons met oprechte aandacht behandelde, een administratief medewerker die – zelfs achter een mondmasker – empathie toonde, of een taxichauffeur of bezorger die onze dag opvrolijkte door zijn attente houding?

Sommige vaardigheden zijn meer persoonlijk van aard: gezond verstand, een positieve instelling, zelfvertrouwen, creativiteit, veerkracht en flexibiliteit. Flexibiliteit bijvoorbeeld – de openheid voor verschillende manieren van denken en werken – maakt intergenerationele, interculturele en interdisciplinaire samenwerking mogelijk, iets wat onmisbaar is in onze hedendaagse samenleving. Zo ontstaat een omgeving waarin mensen zich gewaardeerd voelen en het beste van zichzelf kunnen geven.

Andere vaardigheden zijn eerder sociaal, omdat ze het netwerk van relaties waarin ons leven zich afspeelt versterken: leidinggeven, omgaan met eigen stress en die van anderen, luisteren en dialogeren, helder communiceren, empathie tonen. Volgens sommige auteurs behoren deze eigenschappen tot wat men emotionele en sociale intelligentie noemt.

Ook Christus leerde deze aspecten, niet alleen een beroep. In zijn beschouwing over Sint-Jozef schrijft Paus Franciscus dat “we er zeker van kunnen zijn dat het feit dat hij een “rechtschapen” man was, zich ook vertaald heeft in de opvoeding van Jezus. “Jozef zag Jezus dagelijks groeien "in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen" (Lc. 2, 52). zo zegt het Evangelie» (Patris corde, 2)”[20]

Het beeld van Christus die op Witte Donderdag de voeten van de apostelen wast, blijft het symbool van de dienstbaarheid van elke christen. “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb”[21], zegt de Heer. Maar het is goed te bedenken dat Hij zelf jarenlang de inwoners van Nazareth heeft gediend door zijn werk, zijn raad en zijn liefde, in de schaduw van het prestige van Sint-Jozef. “Jozef zal door zijn grondige aanpak veel mensen uit de narigheid geholpen hebben. Zijn werk stond in dienst van de mensen, hij wilde het leven van de bewoners in het dorpje aangenamer maken. Hij zal met een glimlach, een vriendelijk woord of een terloopse opmerking, het geloof en de hoop teruggegeven hebben aan mensen die deze misschien verloren hadden.”[22]


[1] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 50.

[2] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 491.

[3] Mt 13,55; Mc 6,3.

[4] Lc 4, 22.

[5] Cfr. Ex 35,30-36,2.

[6] Ex 35,31.

[7] Ex 35,34.

[8] Franciscus, Algemene audiëntie, 12 januari 2022.

[9] Franciscus, Algemene audiëntie, 12 januari 2022.

[10] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 55.

[11] Heilige Jozefmaria , De Weg, nr. 332.

[12] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 98.

[13] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 50.

[14] Mt 20, 28.

[15] Cfr. Franciscus, Algemene audiëntie, 12 januari 2022.

[16] Franciscus, Apostolische Exortatie Evangelii Gaudium, nr. 86.

[17] Ibidem.

[18] Franciscus, Apostolische Exortatie Evangelii Gaudium, nr. 192.

[19] Franciscus, Algemene audiëntie, 12 januari 2022.

[20] Franciscus, Algemene audiëntie, 19 januari 2022.

[21] Jn 13,15.

[22] Heilige Jozefmaria, Christus komt langs, nr. 51.

María del Mar Delgado