"Overtuigde leken heiligen samenleving van binnenuit"

Jarenlang was Eugen Graas woordvoerder van het Opus Dei in Nederland. Op 26 mei wordt hij in Rome priester gewijd. Wat betekent deze stap voor hem? Hoe kijkt hij terug op de relatie met de media?

Binnenkort wordt u priester gewijd. Wat betekent dat voor u?

Het priesterschap zie ik als een groot geschenk van God en als een bijzondere manier om Hem te dienen. Als priester hoop ik mensen te helpen om de liefde van God te ontdekken. Dat kan op de eerste plaats door zelf een getrouw icoon van Christus te zijn.

U bent lid van het Opus Dei. Hoe bent u bij het Opus Dei gekomen?

Als priester hoop ik mensen te helpen om de liefde van God te ontdekken. Dat kan op de eerste plaats door zelf een getrouw icoon van Christus te zijn.

Als tiener had ik al het idee mij voor een ideaal in te zetten. Maar niet zozeer om als missionaris naar een vreemd land te gaan of door mezelf uit de wereld terug te trekken. Ik had een grote belangstelling voor het maatschappelijke gebeuren. Als student in Amsterdam heb ik de hausse van de krakersbeweging meegemaakt, de intronisatie van koningin Beatrix (“kein Haus, kein Claus”) en daarna de anti-kruisrakettenmanifestatie (“liever een Rus in de keuken dan een raket in de tuin”). In het Opus Dei ontdekte ik dat je op de plaats waar je staat kunt bijdragen aan de verbetering van de maatschappij: door zelf aan de liefde van God te beantwoorden en door deze liefde uit te stralen op je omgeving. De wens mij over te geven aan een ideaal heeft zich geconcretiseerd in mijn roeping als numerair van het Opus Dei. Via mijn ouders ben ik met het Opus Dei in contact gekomen. Zij waren erg blij met mij keuze.

Wat houdt dat in, numerair van het Opus Dei?

Dat betekent dat ik als celibatair geheel beschikbaar ben voor het apostolaat en de vormingstaken van het Opus Dei. Het leeuwendeel van de gelovigen van de Prelatuur is gehuwd, heeft een gezin. Een minderheid blijft bewust ongehuwd en onder hen is een deel priester. Allen, gehuwden en celibatairen, hebben dezelfde roeping en proberen Christus te vinden en uit te dragen in hun normale bezigheden.

Ging u er bij uw keuze voor het celibaat al van uit dat het priesterschap op uw weg zou komen?

Maar het zijn de overtuigde lekengelovigen die de samenleving van binnenuit christelijker en daarmee ook rechtvaardiger maken: door hun inzet voor het gezin, door hun ethische opstelling op het werk, door hun betrokkenheid bij de politiek.

Niet direct. Indertijd heb ik wel mijn bereidheid te kennen gegeven priester te willen worden, maar ik heb me niet aangesloten met het oog op het priesterschap. Ik denk dat de rol van de lekengelovige voor de opbouw van de Kerk en voor de evangelisatie van de maatschappij niet onderschat kan worden. Natuurlijk is het priesterschap van essentieel belang: het leven van de Kerk draait om de Eucharistie. Maar het zijn de overtuigde lekengelovigen die de samenleving van binnenuit christelijker en daarmee ook rechtvaardiger maken: door hun inzet voor het gezin, door hun ethische opstelling op het werk, door hun betrokkenheid bij de politiek. Dat bedoel ik met heiliging van binnenuit. Het priesterschap in het Opus Dei is niet een soort bekroning van het celibataire leven als leek. Ieder heeft een wezenlijke taak in zijn of haar eigen situatie en voor God telt alleen de heiligheid.

U bent op het moment van uw priesterwijding 48 jaar oud. Mogen we dit een ‘late roeping’ noemen?

Ik beschouw het niet als een ‘late roeping’, omdat ik al eerder mijn roeping tot het Opus Dei ontvangen heb. Ik zie het als een nieuwe manier om mijn roeping te beleven.

Voor uw priesterwijding heeft u meer dan tien jaar gewerkt voor het informatiebureau van het Opus Dei in Nederland. Hebt u in die jaren de relatie kerk-media zien veranderen?

Het is moeilijk om de relatie kerk-media in één ontwikkeling te vangen. Een dieptepunt was volgens mij het bezoek van Johannes Paulus II aan Nederland in 1985. De berichten en beelden die daarover de wereld ingingen waren verschrikkelijk: popiejopie-posters, de koele ontvangst in de binnenstad en de Sint Jan van Den Bosch, rellen in Utrecht. Als ik in het buitenland ben, wordt ik daar nog steeds wel eens over aangesproken. Deze vijandigheid kwam echter niet zozeer van de media; die registreerden wat er gebeurde. Vergelijk nu dat bezoek van twintig jaar geleden met de media-aandacht voor het overlijden van Johannes Paulus II in 2005. Je hoeft het niet in alles met hem eens te zijn om te onderkennen dat hij een groot paus was. En het is niet Johannes Paulus II die in die twintig jaar veranderd is, maar de publieke opinie. Ik denk dat de verandering in het denken over hem illustratief is voor de ontwikkeling van de relatie kerk-media in de afgelopen decennia.

En het imago van het Opus Dei?

Welbeschouwd hebben we een revolutionaire maar geweldloze boodschap: heilig de wereld van binnenuit en begin daarmee door aan je eigen heiligheid te werken.

Ook daarin zie ik een positieve ontwikkeling. Goede ijkpunten voor die ontwikkeling zijn de zaligverklaring (1992) en de heiligverklaring (2002) van de stichter van het Opus Dei, Jozefmaria Escrivá. Was het in 1992 opboksen tegen een stroom van vooroordelen, in 2002 hadden we veel meer kans de positieve boodschap van het Opus Dei over te brengen. Het was voor ons tegelijk een leerproces van reactief optreden naar een positieve anticiperende opstelling.

De laatste grote klus vóór mijn vertrek bij het informatiebureau was de Da Vinci Code. Onze leuze was: azijn in wijn omvormen. Boek en film schetsten een karikatuur van het Opus Dei. Dat was voor veel mensen duidelijk. We hebben geprobeerd de belangstelling van die mensen te wekken door hen de positieve realiteit van het Opus Dei te laten zien. Welbeschouwd hebben we een revolutionaire maar geweldloze boodschap: heilig de wereld van binnenuit en begin daarmee door aan je eigen heiligheid te werken.

Komt u weer terug naar Nederland of gaat u elders in de wereld als priester aan de slag?

Een oudere broer van mij is numerair-priester van het Opus Dei. Nadat hij bijna twintig jaar op verschillende plaatsen in Nederland werkzaam was, werd hij in 2000 gevraagd om naar Wenen te gaan. Toen hij daar ruim vijf jaar woonde vroeg de prelaat van het Opus Dei hem zich in te zetten in Toronto, Canada. Daar is hij nu sinds 2006 actief.

Ook ik ben inzetbaar waar dat het meest nodig is. Na mijn priesterwijding zal ik een aantal maanden priesterlijke ervaring opdoen in het buitenland. Mijn verwachting is wel dat ik daarna naar Nederland zal terugkomen.