Organisatie van de prelatuur

Een prelaat bestuurt het Opus Dei volgens het kerkelijke recht en de eigen statuten van de Prelatuur. De zetel van de prelatuur is in Rome.

Opus Dei - Organisatie van de prelatuurMgr. Fernando Ocáriz is sinds 23 januari 2017 prelaat van het Opus Dei.

De prelaat – en namens hem, elk van zijn vicarissen – oefent de rechtsmacht uit in het Opus Dei: hij is de Ordinarius van de prelatuur.

Vanaf 23 januari 2017 is Mgr. Fernando Ocáriz de prelaat van het Opus Dei. De auxiliair-vicaris is Mgr. Mariano Fazio; de vicaris-generaal is Antoni Pujals en Jorge Gisbert is de vicaris-secretaris.

De centrale zetel van de curie van de prelatuur is gevestigd aan de Viale Bruno Buozzi 73, 00197, Rome, Italië.

De Prelatuur van het Opus Dei wordt geregeld door het algemeen recht van de Kerk, de apostolische constitutie Ut sit en haar eigen Statuten (Codex Iuris paricularis). In het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 zijn de basisnormen opgenomen voor de personele prelaturen (canon. 294-297).

De priesters, die het presbyterium van de prelatuur vormen, ressorteren volledig onder het gezag van de prelaat. Deze stelt hun pastorale taken vast, die ze vervullen in nauwe harmonie met het diocesane pastorale beleid. De prelatuur voorziet in hun levensonderhoud.

De lekengelovigen staan onder het gezag van de prelaat in die aangelegenheden die specifiek de missie van de prelatuur betreffen. Zij zijn aan de burgerlijke overheid onderworpen op dezelfde wijze als alle burgers en aan de kerkelijke autoriteiten zoals alle katholieke gelovigen.

De prelaat wordt in zijn bestuurswerk bijgestaan door een raad voor de vrouwelijke leden, de Centrale Assessorie, en een voor de mannelijke leden, de Algemene Raad. Beide raden hebben hun zetel in Rome.

De prelaat wordt in zijn bestuurswerk bijgestaan door een raad voor de vrouwelijke leden, de Centrale Assessorie, en een voor de mannelijke leden door de Algemene Raad.

Het bestuur van de prelatuur is collegiaal; de prelaat en zijn vicarissen oefenen hun taken altijd uit in samenwerking met de betreffende bestuursraden, die voornamelijk uit leken bestaan.

De prelatuur houdt – gewoonlijk om de acht jaar – een algemeen congres. Daaraan nemen deel leden uit de verschillende landen waar het Opus Dei gevestigd is. Op deze congressen wordt het apostolaat van de prelatuur geëvalueerd en worden er beleidslijnen voor toekomstige pastorale activiteiten aan de prelaat voorgelegd. Op het congres benoemt de prelaat de nieuwe leden van zijn bestuursraden.

De prelatuur is onderverdeeld in gebieden, regio’s genoemd. Aan het hoofd van iedere regio – waarvan de begrenzing al dan niet samenvalt met een natie – staat een regionaal vicaris met zijn bestuursraden: de Regionale Assessorie voor de vrouwelijke leden en de Regionale Commissie voor de mannelijke leden.

Enkele regio’s zijn onderverdeeld in delegaties, die op dezelfde wijze als de regio’s worden bestuurd: aan het hoofd staat een vicaris, bijgestaan door twee bestuursraden. Tenslotte zijn er de lokale centra van het Opus Dei, die de vorming en de pastorale zorg voor de leden in hun omgeving coördineren.

De lokale centra zijn voor vrouwen of voor mannen. Elk centrum heeft een lokale raad van ten minste drie leden van de prelatuur, voorgezeten door een leek. De ordinarius van de prelatuur stelt een priester uit haar presbyterium aan voor de priesterlijke zorg van de leden die onder een centrum vallen.

Geen enkele bestuursfunctie, behalve die van prelaat, is voor het leven.

Alle leden voorzien met hun beroepswerk in hun eigen levensonderhoud en in dat van hun gezin. Daarnaast bekostigen de leden en de medewerkers van het Opus Dei de pastorale noden van de prelatuur.

Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit het onderhoud en de vorming van de priesters van de prelatuur, de kosten verbonden aan de centrale zetel van de curie van de prelatuur, de kosten verbonden aan het bestuur van de regio’s of delegaties en de aalmoezen die de prelatuur geeft. Vanzelfsprekend steunen de gelovigen van het Opus Dei ook kerken, parochies, enz.