Mgr. Steinkamp 50 jaar priester in Amsterdam

Vijftig jaar geleden, in oktober 1959, kwam de net-gewijde priester Hermann Steinkamp, lid van het Opus Dei, naar Nederland. Alle aanleiding om te gaan spreken met Steinkamp, die al die jaren de hoofdstad trouw is gebleven.

“Als kind van katholieke ouders ben ik altijd op katholieke scholen en opleidingsinstituten geweest. Ik kan me nog herinneren dat bij het spelen met leeftijdgenootjes (6 jaar) een pater langs kwam en de jongens zeiden: dit is een man van God. Dit heeft toen al indruk op mij gemaakt. Het leven ging echter door: middelbare school, universiteit, beroepswerk. Als kind ben ik in Alicante (Spanje) opgegroeid, op 12-jarige leeftijd naar Duitsland verhuisd. In het Spanje van de jaren na 1931 heerste er een sterke antikerkelijke stemming, en hetzelfde kan men zeggen van Duitsland toen. Zodoende heb ik geleerd tegen de stroom op te roeien. Wel heb ik in die jaren ooit gedacht aan een religieus leven, ook mijn biechtvaders drongen daarop aan, maar ik vond dat ik in mijn beroep mijn levensdoel zou kunnen bereiken. Toen ik dus het Opus Dei leerde kennen, zag ik hier de mogelijkheid om in mijn beroep God te dienen en mijn overgave te leven.” “Het Opus Dei is, in de woorden van de H. Jozefmaria Escrivá, een klein, bescheiden deeltje van de Kerk. De meeste leden zijn leken die in hun beroep werkzaam zijn en zich daarin willen heiligen. Hier zag ik dus mijn ideaal. Het was de tijd van een aanzienlijke uitbreiding van het Opus Dei over de hele wereld. Ik zei tegen de stichter dat als ik als priester dienstbaar kon zijn, ik bereid was de priesterwijding te ontvangen. Ik ging dus naar Rome. Na beëindiging van de theologische studies aan de Lateraanse Universiteit ontving ik de priesterwijding op 9 augustus 1959. In de tussentijd had mgr. del Portillo, toen de medewerker van de stichter en later zijn opvolger, contact gehad met mgr. van Doodewaard (destijds coadjutor en vicaris-generaal- wp), die gevraagd had of het Opus Dei naar Amsterdam zou kunnen komen. Dus begin oktober 1958 vroeg onze stichter mij of ik bereid was naar Nederland te gaan. Ik verhuisde naar Amsterdam op 7 oktober 1959. Mgr. van Doodewaard gaf mij de raad eerst goed de taal te leren en kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur. Ik besloot mij in te schrijven voor verschillende colleges aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, wat zeer nuttig is geweest; ik volgde college bij onder anderen Stuiveling (letterkunde) Hellinga (taalkunde) en Reichling (algemene taalwetenschap).”

Mgr. Punt met links mgr. Steinkamp en rechts mgr. Schnell, de vice-prelaat van het Opus Dei in Nederland

Hermann Steinkamp begon met het studentenhuis Leidenhoven waar, revolutionair voor die tijd, ook niet-katholieken welkom waren. De verzuiling was nog levend, en het gebeurde toen nog bijvoorbeeld dat een niet-katholieke student geweigerd werd om lid te worden van een katholieke voetbalvereniging. In de loop van de jaren hebben honderden jongemannen – en later in de vrouwelijke huizen jonge vrouwen – in de studentenhuizen een basis gehad om met vrucht te studeren, het studentenleven te leren kennen en waarderen en smaak in het leven te krijgen. Tot op de dag van vandaag is het beginsel nog altijd hetzelfde: iedere student kan wonen in een studentenhuis van het Opus Dei, welke godsdienst hij of zij ook aanhangt. “Wat het kerkelijke leven betreft kan ik me herinneren dat in Amsterdam verschillende parochies in die tijd een pastoor en twee of meer kapelaans hadden. Soms waren de kerken vol in de doordeweekse Missen. De situatie is nu anders. Persoonlijk kan ik alleen maar zeggen dat de jaren 1960 en 1970 voor mij zeer pijnlijke jaren waren vanwege de afbraak in de Kerk waarvan voor mij de logica erachter verborgen bleef.” “De verhouding met de bisschoppen is altijd goed geweest. Wij hebben kunnen rekenen op hun goedkeuringen voor onze centra, en op hun zegen voor ons apostolaat. Bij allen heb ik steeds als mijn overtuiging uitgesproken dat hete discussies en polarisatie niet tot een goed resultaat konden leiden. Min of meer was de mening van de H. Jozefmaria dat het toch niet nodig is ruzie met elkaar te hebben omdat men van mening verschilt. Een moment van grote voldoening was de Sacramentsprocessie in Amsterdam, voor het eerst uitgetrokken in 2004. Na jaren pastorale arbeid in de Onze Lieve Vrouwekerk mocht iets daarvan ook naar buiten komen. De open en verdraagzame houding van de Amsterdammers en de andere toeschouwers (b.v. toeristen) heeft indruk op mij gemaakt. Voor de toekomst zou ik wensen dat het katholieke geloof meer mensen in Amsterdam en omstreken mag inspireren. De Amsterdammer, en ik denk met hem de Noord-Hollander, is een open, eerlijk type. Soms met een grote mond, maar dat heeft ook zijn goede kanten. De Amsterdammers die ik meegemaakt heb, en die hun katholiek geloof beleefden en beleden, doen mij de wens koesteren dat er in de toekomst heel veel van dit soort zullen komen. Hierop is dan ook ons apostolaat gericht: het geloof te leren kennen, jonge mensen voorbereiden op een goed huwelijk en later begeleiden bij de opvoeding van de kinderen. Via onze studentenhuizen zouden we willen bijdragen aan de vorming van academisch gevormde mensen, die als intellectuelen in staat zullen zijn op hun niveau het geloof uit te dragen. Laten wij dit ene niet vergeten: het geloof is in staat aan de mens veel inspiratie te geven; het geloof helpt om in het leven een zin te ontdekken. Het geloof maakt van jou geen supermens, maar een gewone mens die zijn zwakheden en tekortkomingen kent, maar het helpt jou ook de kracht van de genade te ontvangen, waarmee je enorm dankbaar en gelukkig kunt zijn.”

Bron: Samen Kerk, informatieblad bisdom Haarlem-Amsterdam, oktober 2009