Geheimen van het licht in “De Heilige Rozenkrans” van Jozefmaria Escrivá

In de nieuwe uitgaven van "Santo Rosario" (De Heilige Rozenkrans), geschreven door de H. Jozefmaria, worden overwegingen opgenomen die hij ooit heeft geschreven over de passages van de lichtende geheimen. Bekijk een videofragment waarin de stichter van het Opus Dei over Maria spreekt.

Omdat Christus het centrum en de oorsprong van dit gebed tot Maria is, mogen daarin de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van de Heer niet ontbreken, aldus Johannes Paulus II in zijn apostolische brief Rosarium Virginis Mariae. “Als we overgaan van de kindertijd en de periode in Nazaret naar het openbare leven van Jezus brengt de contemplatie ons naar de geheimen die op een bijzondere manier ‘geheimen van het licht’ kunnen worden genoemd. Het gehele Christusgeheim is in werkelijkheid een geheim van licht. Hij is het ‘licht van de wereld’ (Joh 8,12)” (Rosarium Virginis Mariae, 21).

Daarom zijn er aan de vijftien bestaande geheimen vijf nieuwe toegevoegd, die de ‘geheimen van het licht’ worden genoemd: de doop van de Heer, de bruiloft te Kana, de verkondiging van het Rijk en de oproep tot bekering, de gedaanteverandering van de Heer en de instelling van de Eucharistie.

De commentaren op deze nieuwe mysteries stonden niet in het originele boekje Santo Rosario dat de heilige Jozefmaria in 1931 heeft geschreven. Maar volgens de huidige prelaat van het Opus Dei, mgr. Javier Echevarría, heeft de stichter deze geheimen “gedurende zijn leven, samen met andere passages uit het evangelie, overwogen en daarover liefdevol gesproken”.

Om de lezers de overweging van de gehele rozenkrans te vergemakkelijken zijn in een bijlage enkele passages bijeengebracht uit de geschriften van de stichter van het Opus Dei over de nieuwe geheimen. In afwachting van een nieuwe druk wordt deze bijlage los geleverd bij ‘De Heilige Rozenkrans’, de Nederlandstalige uitgave van Santo Rosario.

Hier volgen de overwegingen op ‘de doop van de Heer in de Jordaan’: In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. […] En een stem uit de hemel sprak: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.’ (Mt 3,13.17)

De doop van de Heer.

Door het doopsel heeft God, onze Vader, bezit genomen van ons leven, het ingelijfd in het leven van Christus en ons de Heilige Geest gezonden.

De kracht en de macht van God geven een nieuwe glans aan het aanschijn der aarde.

Wij zullen de wereld doen branden met het vuur dat U op aarde bent komen brengen! … En het licht van uw waarheid, Jezus, zal het verstand van de mensen verlichten als een dag die niet eindigt.

Ik hoor U roepen, mijn Koning, met uw levende, nog klinkende stem: Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! – En ik, met geheel mijn wezen, met mijn zintuigen en mijn vermogens, antwoord: Spreek, Heer, uw dienaar luistert!

Toen Hij je bij het doopsel in de Kerk opnam, heeft de Heer je ziel getekend met een eeuwigdurend merkteken. Je bent een kind van God. Vergeet dat niet.

Kind, heb je niet dat brandend verlangen om te bereiken dat iedereen van Hem gaat houden?