De baas in huis: ‘Het is hier geen hotel’

Het Amsterdamse universiteitsblad Folia in gesprek met de leiding van drie studentenhuizen. Hier volgt het interview met Anton Schins, voorzitter van studentenhuis Leidenhoven.

In de chique Roemer Visscherstraat, pal aan het Vondelpark, staat studentenhuis Leidenhoven. Achter de voordeur van het statige pand leidt een marmeren trap naar een grote hal. Het interieur doet ouderwets aan: veel donker hout, dikke tapijten en schemerlampen. Niets doet vermoeden dat dit een huis is waar veertien studerende jongens wonen – of het moet de rij keurig aan knaapjes gehangen herenjassen zijn.

Uit een van de kamers klinkt stemmig gezang. ‘We zijn aan het oefenen voor de plechtige mis van een oud-bewoner die priester is’, vertelt Anton Schins (38). Schins is UvA-alumnus, doctor in de fysica en ‘voorzitter’ van het huis. Hij werkt als penningmeester-secretaris voor stichting Instudo (internationale studentenontmoetingen), eigenares van huize Leidenhoven.

De stichting is verbonden aan de Rooms-katholieke organisatie Opus Dei en initieert culturele activiteiten, waarvan enkele op levensbeschouwelijke grondslag. Schins: ‘Als voorzitter zie ik erop toe dat het doel waarvoor dit huis is opgericht, gediend blijft. Het staat in principe open voor elke student, ongeacht geloof. Maar het moet wel een gemotiveerde student zijn. Een van onze doelstellingen is dat de bewoners een actieve en positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. En dat kan niet als je elke avond in de disco zit.’

‘Wie hier woont, moet goede studieresultaten behalen; interesse tonen voor de culturele activiteiten die we organiseren, zoals lezingen; het huis netjes houden; en de katholieke achtergrond ervan respecteren. Dat klinkt misschien allemaal wat streng, maar we zijn vooral ook een vriendengroep die met elkaar leeft.’

Een kamer in Leidenhoven kost €425,- inclusief alles – ook drie maaltijden per dag. Aan de verhuur verdient de stichting niets, vertelt Schins, zij doet het om de bewoners in staat te stellen zich te concentreren op hun studie en zich dienstbaar op te leren stellen jegens de maatschappij. Om dat te vergemakkelijken heeft het huis een aantal leefregels. Voor middernacht thuis zijn, meisjes mogen niet blijven slapen en televisiekijken ter ontspanning is uit den boze. ‘Lang in je bed blijven liggen of de hele dag spelletjes doen op je computer, dat kan absoluut niet’, zegt Schins. ‘Het is hier geen hotel.’

Hij geeft een rondleiding door het blinkend schone huis. In de kleine, sobere kamers zijn nauwelijks persoonlijke eigendommen te zien. Alles is keurig opgeborgen en alle bedden zijn ingeklapt tegen de muur. ‘Hier ga ik deze jongen wel op aanspreken’, zegt Schins als hij de deur van een kamer opendoet en op de grond twee paar schoenen ziet staan en wat rondslingerende kleren. Op de vraag of hij zich een vader voelt, antwoordt hij: ‘Ja, in sommige opzichten ben ik wel een beetje hun vader.’

  • Mirma van Dijk // Folia Civitatis