Motu Proprio "Ad charisma tuendum": vragen en antwoorden

Wij bieden u enkele vragen en antwoorden aan, die zijn opgesteld door het Informatiebureau van Opus Dei met betrekking tot het Motu Proprio “Ad charisma tuendum”.

Motu Proprio “Ad charisma tuendum”: preguntas y respuestas

Vragen en antwoorden met betrekking tot het Motu Proprio “Ad charisma tuendum”.

1. Wat is het doel van dit Motu Proprio?

Het Motu Proprio Ad charisma tuendum (‘Voor de bescherming van het charisma’) werkt uit en concretiseert de verandering die de Apostolische Constitutie Praedicate Evangelium met zich heeft meegebracht, door de bevoegdheden inzake Personele Prelaturen over te dragen van het Dicasterie voor de Bisschoppen naar het Dicasterie voor de Clerus.

Zowel uit de titel als uit de inleiding blijkt de vastbeslotenheid van de Heilige Vader om deze verandering door te voeren met volledige eerbiediging van het charisma van Opus Dei.

2. Wat betekent dit Motu Proprio voor het leven van de gelovigen van de Prelatuur?

Het Motu Proprio is een oproep om ons bewust te worden van het potentieel van het charisma van Opus Dei in de zending van de Kerk. Zoals de Heilige Vader zegt, “overeenkomstig de gave van de Geest ontvangen door de heilige Jozefmaria Escrivá, vervult de Prelatuur van Opus Dei, onder leiding van de eigen Prelaat, de zending van het verspreiden van de oproep tot heiligheid in de wereld, door middel van de heiliging van het werk en van de gezins- en sociale plichten”. Aangezien het de Paus zelf is die ons aan deze verantwoordelijkheid herinnert, zullen de gelovigen van het Opus Dei zich aangespoord voelen om zich steeds verder in dit charisma te verdiepen en met het licht van de Heilige Geest te onderscheiden hoe het in de nieuwe situaties van onze wereld vorm kan krijgen.

3. Waarom wordt er zoveel nadruk gelegd op ‘charisma’? Zijn charisma en hiërarchie tegengestelde werkelijkheden?

Zoals Vaticanum II zegt, maakt de heilige Geest gebruik van hiërarchische en charismatische gaven om de Kerk te leiden (Lumen Gentium, nr. 4). Dit Motu Proprio bevestigt opnieuw het charisma van het Opus Dei, ontvangen door de heilige Jozefmaria Escrivá, en zijn zending om de Kerk te helpen opbouwen. Sommige gaven staan ten dienste van anderen, en de Kerk heeft ze allemaal nodig. En door de geschiedenis heen heeft zij wijselijk manieren gevonden om ze wederzijds te verrijken en te beschermen. Het Motu Proprio herinnert ons eraan dat het bestuur van Opus Dei in dienst moet staan van het charisma - waarvan wij beheerders zijn, geen eigenaars - zodat het kan groeien en vrucht dragen, in het vertrouwen dat het God is die alle dingen in alle mensen bewerkt.

4. Hoe vullen charisma en hiërarchie elkaar aan in het Opus Dei?

Het charisma van het Opus Dei bestaat erin alle mensen, mannen en vrouwen, van alle achtergronden en beroepen, geestelijk te helpen zich te heiligen waar zij zich bevinden, en hen te helpen de universele oproep tot heiligheid te verspreiden midden in de wereld, en dit enkel en alleen omdat zij gedoopt zijn. De gelovigen van de Prelatuur vormen of handelen dus niet als een groep omdat zij tot het Opus Dei behoren.

Het charisma van Opus Dei heeft priesterlijke bediening nodig: dit is waar de hiërarchie van pas komt. Daarom, zoals paus Franciscus nu in herinnering brengt, “heeft mijn voorganger Johannes Paulus II, om het charisma te beschermen, in de Apostolische Constitutie Ut sit op 28 november 1982, de Prelatuur van Opus Dei opgericht en haar de pastorale taak toevertrouwd om op een speciale manier bij te dragen aan de evangeliserende zending van de Kerk.” Met de geleidelijke rijping en assimilatie van de leer van het Concilie over de hiërarchische en charismatische gaven, zal het steeds duidelijker worden dat zij, verre van tegenover elkaar te staan, in het Opus Dei complementaire werkelijkheden zijn.

5. Verandert er iets in het bestuur van de Prelatuur?

De verandering ligt in de betrekkingen van de Prelatuur met de Heilige Stoel. Het Motu Proprio brengt niet direct wijzigingen aan in het bestuur van de Prelatuur, noch in de betrekkingen van de autoriteiten van de Prelatuur met de bisschoppen. Tegelijkertijd voorziet het dat het Opus Dei een aanpassing van de Statuten zal voorstellen in overeenstemming met de aanwijzingen van het Motu Proprio.

6. Wat zijn de Statuten? Waarom zijn ze zo belangrijk voor de Prelatuur?

Het Wetboek van Canoniek Recht voorziet dat de Heilige Stoel, op het moment van de oprichting van een personele prelatuur, de statuten geeft die de normen zijn die de reikwijdte van de prelatuur bepalen, de bijzondere pastorale missie die haar bestaan rechtvaardigt, en de bepalingen van haar bestuursvorm. Zij vormen dus, samen met het pauselijk document dat ze vaststelt, de grondwettelijke normen van de personele prelatuur. In het geval van de Statuten van de Prelatuur van het Opus Dei bevatten zij, naast de omschrijving van de zending (de bevordering van de heiligheid midden in de wereld) en de verklaring van haar universele karakter, een beschrijving van het charisma - ‘de gave van de Geest ontvangen door de heilige Jozefmaria Escrivá’, waarover paus Franciscus spreekt - en van de middelen waarmee de gelovigen van het Opus Dei hun zending moeten beleven. De Statuten beschrijven de organisatie van het bestuur van de Prelatuur. Naast de bepalingen over vicarissen en raden die de Prelaat rechtstreeks bijstaan, schrijven de Statuten voor dat de uitoefening van het bestuur moet geschieden volgens twee richtlijnen die de H. Jozefmaria uitdrukkelijk heeft gewenst: collegialiteit in de besluitvorming en een belangrijke deelname van de leken (mannen en vrouwen).

7. Waarom staat er dat de Prelaat geen bisschop zal zijn?

Dit is een initiatief en een besluit van de Heilige Stoel, in het kader van een herstructurering van het bestuur van de Curie, om - zoals het Motu Proprio zegt - de charismatische dimensie te versterken.

8. Waarnaar verwijst de in het Motu Proprio genoemde titel van ‘Surnumerair protonotaris apostolicus’?

De figuur van de Prelaat krijgt een eretitel en een behandeling die, terwijl het zijn seculiere hoedanigheid (die centraal staat in het charisma van Opus Dei) bevestigt, hem op een speciale manier verenigt met de Heilige Vader, als deel van de zogenaamde ‘pauselijke familie’. De titel ‘surnumerair’ onderscheidt hem van degenen die notaris zijn bij de Heilige Stoel.