“Deze wereldcrisis is een crisis van heiligen”

Een dag van heil, een dag van eeuwig leven is voor ons aangebroken. Opnieuw klinkt het gefluit van de goddelijke Herder en weer zijn die liefdevolle woorden er, vocavi te nomine tuo, Ik heb je bij je naam geroepen.

Zoals onze moeder, roept Hij ons bij onze naam; bij de naam waarmee we thuis geliefkoosd werden. Daar, in de intimiteit van je ziel, roept Hij. Je hoeft alleen maar te antwoorden: Ecce ego, quia vocasti me, Hier ben ik, omdat Gij mij geroepen hebt. En deze keer ben ik vastbesloten de tijd niet voorbij te laten gaan, als water dat over rotsen loopt, zonder ook maar een spoor achter te laten. (De Smidse, 7)

U en ik, we horen allebei tot de familie van Christus, want in Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade (Ef 1, 4-5) (...)

Het doel dat ik u voor ogen stel, of nauwkeuriger gezegd, dat God iedereen voorhoudt, is geen luchtspiegeling of onbereikbaar ideaal. Ik zou u het relaas van heel wat concrete voorbeelden kunnen doen van doodgewone vrouwen en mannen zoals u en ik die een ontmoeting hadden met Jezus die quasi in occulto (Joh 7, 10), onopvallend voorbijgaat, blijkbaar langs de allergewoonste kruispunten, en die besloten hebben Hem te volgen, waarbij ze met liefde het Kruis van elke dag omhelsden (vgl. Mat 16, 24). Actueler dan ooit is volgens mij in onze tijd van algemene ontwrichting, van toegevendheid en moedeloosheid, van losbandigheid en anarchie, deze eenvoudige en diepe overtuiging die ik vanaf het begin van mijn priesterlijk werk en sindsdien zonder onderbreking de hele mensheid ten koste van alles heb willen laten weten: “deze wereldcrises zijn evenzovele vragen naar heiligen”.(…)

Het innerlijk leven: dat is een eis die noodzakelijk hoort bij de oproep die de Meester in de ziel van iedere mens heeft laten klinken. Wij zijn het aan onszelf verplicht heilig te zijn 'tot in de allerlaatste hoofdhaar', om eens een uitdrukking van mijn land te gebruiken; echte, authentieke christenen die heilig verklaard zullen kunnen worden. Zo niet, dan zullen we als leerlingen van de enige Meester mislukken. Bedenk ook dat God, door zich met ons bezig te houden en ons met zijn genade te begunstigen, zodat we kunnen vechten om te midden van de wereld de heiligheid te bereiken, ons verplicht tot apostolaat.

Vrienden van God, 2-5