De Ziekenzalving
De Ziekenzalving is een sacrament dat door Christus is ingesteld. Dit sacrament wordt geduid in het Evangelie volgens Marcus (vgl. Mar. 6,13). En de apostel Jacobus beveelt de Zalving aan de gelovigen aan en kondigt het gebruik ervan af: “Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen, zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer; en het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem oprichten; en als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden” (Jak. 5,14-15). Zoals te zien in de teksten van het Kerkelijk Leergezag, heeft de levende Traditie van de Kerk deze ritus, die speciaal bedoeld is om de zieken te troosten en hen te zuiveren van zonde en de gevolgen daarvan, erkend als een van de zeven sacramenten van de Nieuwe Wet (vgl. Catechismus, 1512).
Wie door een ernstige ziekte in levensgevaar verkeert kan worden geholpen door het verlangen naar dit sacrament aan te wakkeren. Zij kunnen worden aangemoedigd te overwegen dat “zij die ernstig ziek zijn de bijzondere hulp van Gods genade nodig hebben, opdat zij, overmand door angst, niet gebroken van geest worden; en opdat zij, in het aangezicht van de beproeving, niet verzwakken in hun geloof. Daarom sterkt Christus de zieke gelovigen met het sacrament van de zalving, en sterkt Hij hen met een zeer krachtige bescherming.” [1] Meer specifiek: “Dit sacrament geeft de genade van de Heilige Geest aan hen die ziek zijn: door deze genade wordt de hele mens geholpen in zijn gezondheid, getroost door vertrouwen op God, en gesterkt tegen de bekoringen van de boze en tegen angst voor de dood. Op deze wijze is de zieke niet alleen in staat zijn lijden moedig te dragen, maar ook ertegen te strijden. Een terugkeer van de lichamelijke gezondheid kan volgen op de ontvangst van dit sacrament, indien dit bevorderlijk is voor het heil van de zieke. Bovendien schenkt het sacrament de zieke ook de vergeving van zonden en de volheid van de Christelijke boete.” [2]
Volgens de liturgie van de Ziekenzalving hoort olijfolie of, indien nodig, een andere plantaardige olie gebruikt te worden. [3] Deze olie moet gezegend zijn door de bisschop of door een priester die deze bevoegdheid heeft. [4]
Het sacrament van de Zalving wordt toegediend door de zalving van het voorhoofd en de handen van de zieke. [5] De sacramentele formule waarmee de Ziekenzalving in de Latijnse ritus wordt toegediend, luidt als volgt: “Moge onze Heer Jezus Christus door deze heilige zalving en door zijn liefdevolle barmhartigheid u bijstaan met de genade van de Heilige Geest. Amen. Moge Hij u van zonden bevrijden, u heil brengen en verlichting schenken. Amen.” [6]
Zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk ons in herinnering brengt: “Het is heel passend dat zij plaatsvindt tijdens een eucharistieviering, die de gedachtenis van het Pasen van de Heer is. Indien de omstandigheden er aanleiding toe geven, kan de viering van het Sacrament voorafgegaan worden door het Boetesacrament en gevolgd worden door het Sacrament van de Eucharistie. Als sacrament van het Pasen van Christus zou de Eucharistie altijd het laatste sacrament van de aardse pelgrimstocht moeten zijn in de vorm van het "Viaticum" (reisvoedsel) voor de "overgang" naar het eeuwig leven.” (Catechismus, 1517).
De bedienaar van dit sacrament is uitsluitend de priester (bisschop of priester). [7] De Ziekenzalving kan worden ontvangen door elke gedoopte die tot het gebruik van het verstand is gekomen en door ziekte of ouderdom in levensgevaar begint te verkeren. [8] Dit sacrament kan niet worden toegediend aan overledenen.
Om de vruchten van de Zalving te ontvangen, moet de ontvanger van dit sacrament vooraf verzoend zijn met God en met de Kerk, ten minste in verlangen. In dit laatste geval moet dit verlangen verenigd zijn met berouw over de eigen zonden en het voornemen om deze, zodra mogelijk, te belijden in het sacrament van de Boete. Vanwege deze vereiste van verzoening met God, voorziet de Kerk dat voor de Zalving het sacrament van Boete en Verzoening aan de zieke wordt toegediend (vgl. Sacrosanctum Concilium, 74).
De persoon die de Zalving ontvangt, moet de intentie hebben om, ten minste op een habituele en impliciete wijze, dit sacrament te ontvangen. [9] Met andere woorden: de zieke mag niet de wil herroepen hebben om op Christelijke wijze en met de bedoelde bovennatuurlijke hulpmiddelen te sterven.
De noodzaak en de gevolgen van de Ziekenzalving
Hoewel de Ziekenzalving kan worden toegediend aan hen die buiten bewustzijn zijn geraakt, moet ervoor worden gezorgd dat dit sacrament met het juiste bewustzijn wordt ontvangen, opdat de zieke beter in staat is de genade van het sacrament te ontvangen. De zalving mag niet worden gegeven aan hen die hardnekkig volharden in openlijke doodzonde (vgl. Wetboek van Canoniek Recht, can. 1007). [10]
Als een zieke die de Zalving heeft ontvangen weer gezond wordt, kan hij, in het geval van een nieuwe ernstige ziekte, dit sacrament opnieuw ontvangen. Tijdens het verloop van dezelfde ziekte kan het sacrament herhaald worden als de toestand verergert (vgl. Wetboek van Canoniek Recht, can. 1004, § 2).
Ten slotte dient de volgende aanwijzing van de Kerk in acht te worden genomen: “In geval van twijfel of de zieke tot het gebruik van het verstand gekomen is, of hij ernstig ziek is en of hij reeds overleden is, dient dit sacrament toegediend te worden” (Wetboek van Canoniek Recht, can. 1005).
Het ontvangen van de Ziekenzalving is niet noodzakelijk als middel tot heil, maar men mag niet vrijwillig afzien van dit sacrament als het mogelijk is het te ontvangen. Proberen het zonder de Zalving te stellen, zou neerkomen op het weigeren van een hulpmiddel dat zeer effectief is voor het heil. Een zieke deze hulp onthouden zou een zware zonde kunnen inhouden.
De gelovigen dienen in gedachten te houden dat er in onze tijd een tendens is om ziekte en dood te “isoleren”. In klinieken en ziekenhuizen sterven ernstig zieken soms in eenzaamheid, zelfs als ze omringd zijn door anderen en zeer goed verzorgd worden op een afdeling intensieve zorg. Iedereen (in het bijzonder Christenen die in ziekenhuizen werken) moet zich inspannen om ervoor te zorgen dat het de zieken in het ziekenhuis niet ontbreekt aan de middelen die troost en verlichting geven voor het lijdende lichaam en de lijdende ziel. Onder deze middelen bevindt zich – naast het Boetesacrament en het Viaticum – het sacrament van de Ziekenzalving.
Als een waar en eigen sacrament van de Nieuwe Wet biedt de Ziekenzalving de Christengelovige heiligmakende genade; bovendien heeft de specifieke sacramentele genade van de Zalving de volgende gevolgen:
– Een innigere vereniging met Christus in zijn verlossend lijden, voor het welzijn van de persoon en dat van de hele Kerk (vgl. Catechismus, 1521-1522; 1532);
– Troost, vrede en moed om de moeilijkheden en het lijden te overwinnen die gepaard gaan met ernstige ziekte of de zwakheid van de ouderdom (vgl. Catechismus, 1520; 1532);
– De genezing van de overblijfselen van de zonde en de vergeving van dagelijkse zonden, evenals doodzonden in gevallen waarin de zieke berouwvol was maar niet in staat was het sacrament van de Boete te ontvangen (vgl. Catechismus, 1520);
– Het herstel van de lichamelijke gezondheid, als dat Gods wil is (vgl. Catechismus, 1520) [11];
– Voorbereiding op de overgang naar het eeuwig leven. Zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk stelt: “Deze genade is een gave van de Heilige Geest die het vertrouwen en het geloof in God vernieuwt en wapent tegen de bekoringen van de duivel, een bekoring van ontmoediging en angst voor de dood (vgl. Heb. 2,15)” (Catechismus, 1520).
[1] Liturgie van de Ziekenzalving en de Pastorale Zorg voor de Zieken, Praenotanda, 5.
[2] Ibid., Praenotanda, 6.
[3] Vgl. Liturgie van de Ziekenzalving en de Pastorale Zorg voor de Zieken, Praenotanda, 20.
[4] Vgl. ibid., Praenotanda, 21.
[5] Vgl. Ibid., Praenotanda, 23. In geval van nood is het voldoende om een enkele zalving te verrichten op het voorhoofd of op een ander geschikt deel van het lichaam (vgl. ibid.). In de Oosterse Kerken — bijvoorbeeld in de Byzantijnse, Koptische en Armeense Kerken — worden zeven zalvingen verricht (op een manier die lijkt op de oude Romeinse liturgie), op het voorhoofd, de lippen, de neus, de oren, de borst, de handen en de voeten van de zieke. Deze verschillende zalvingen worden verricht voor de zuivering van zonden begaan met de geest en met elk van de zintuigen; vgl. I.-H. Dalmais, Las Liturgias Orientales, Bilbao 1991, 127-128.
[6] Ibid., Praenotanda, 25. Deze formule wordt zo verdeeld dat het eerste deel wordt uitgesproken tijdens de zalving van het voorhoofd en het tweede tijdens de zalving van de handen. In geval van nood, wanneer slechts een zalving kan worden gedaan, spreekt de bedienaar de gehele formule tegelijkertijd uit (vgl. Ibid., Praenotanda, 23). In de hierboven aangehaalde Oosterse Byzantijnse Kerk wordt bij elke zalving de volgende formule uitgesproken: “Heilige Vader, geneesheer van zielen en lichamen, die uw enige Zoon Jezus Christus gezonden hebt om elk kwaad te genezen en van de dood te verlossen, genees ook uw dienaar van zijn zwakheid, zowel lichamelijk als geestelijk, door de genade van uw Christus” (I.-H. Dalmais, Las Liturgias Orientales, cit., 129).
[7] Vgl.Wetboek van Canoniek Recht, can. 1003, § 1. Noch diakens, noch leken kunnen de Ziekenzalving geldig toedienen (vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, “Nota over de bedienaar van het sacrament van de Ziekenzalving”, Notitiae 41 [2005] 479).
[8] Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Sacrosanctum Concilium, 73; Wetboek van Canoniek Recht, can. 1004-1007. Daarom is de Ziekenzalving geen sacrament voor gelovigen die simpelweg de zogenaamde “derde levensfase” hebben bereikt (het is niet het sacrament van de gepensioneerden), noch is het een sacrament alleen voor stervenden. In het geval van een chirurgische ingreep kan de Ziekenzalving worden toegediend wanneer de ziekte, die de reden is voor de operatie, het leven van de zieke in gevaar brengt.
[9] Wat dit betreft stelt het Wetboek van Canoniek Recht: “Men dient dit sacrament toe te dienen aan zieken die er, toen zij nog bij hun volle verstand waren, ten minste impliciet om gevraagd hebben” (can. 1006).
[10] Hier moet een onderscheid worden gemaakt tussen het geval van de onboetvaardige persoon die hardnekkig in een staat van doodzonde wil blijven die voor iedereen uiterlijk bekend is, en dat van de persoon die zich in een situatie bevindt die ernstig in strijd is met de Wet van God, maar niet vanwege slechte wil. In dit laatste geval heeft de persoon gehandeld uit onwetendheid, of omdat hij is ondergedompeld in een sterk geseculariseerde cultuur en de ernstige ziekte hem heeft overvallen. In het eerste geval mag de Zalving niet worden toegediend, omdat dit voor de zondaar nutteloos zou zijn. In het tweede geval wel, vooral als de zieke positief reageert op de aansporing van de priester om zich aan Gods barmhartigheid over te geven, berouw te tonen over zijn zonden en zich voor te nemen zijn leven in de toekomst te beteren. In elk geval, als de bedienaar twijfelt of een persoon inderdaad hardnekkig volhardt in een situatie van publiek bekende zware zonde, mag hij dit sacrament sub conditione (voorwaardelijk) toedienen.
[11] Vgl. Concilie van Florence: Denzinger, Enchiridion Symbolorum, 1325.
