Montse Grases werd op 10 juli 1941 in Barcelona geboren. Dit jaar is het tien jaar geleden dat de Kerk haar tot eerbiedwaardig verklaarde. Degenen die haar kenden – familie, vriendinnen, buren – spreken niet over haar alsof ze een afstandelijk of plechtig persoon was. Zij herinneren zich haar als iemand die nabij en eenvoudig was, met een heel eigen uitstraling. Haar overlijden liet een enorme leegte achter, maar ook een overtuiging die tot op vandaag voortleeft: haar leven had een bijzondere betekenis.
Een gewoon meisje met iets bijzonders
In 2016 ondertekende Paus Franciscus het decreet over de heldhaftige deugden van Montse Grases (1941-1959), een jong meisje uit Barcelona dat na een ernstige ziekte – botkanker – overleed met een faam van heiligheid.
Sindsdien heeft haar verhaal steeds meer mensen bereikt. De missen die ter gelegenheid van haar gedachtenis werden opgedragen, groeiden uit tot vieringen van dankzegging.

Een vreugde die geen ijdelheid was
Het decreet over haar heldhaftige deugden gaat uitvoerig in op de vreugde van Montse. Niet alleen omdat zij de laatste maanden van haar leven met een goed humeur doorstond – ondanks de hevige pijn en een situatie die voor iedereen moeilijk zou zijn geweest, zeker voor iemand van haar leeftijd –, maar ook omdat die glimlach altijd op haar gezicht te zien was: natuurlijk en oprecht. Met Gods hulp was die glimlach een kenmerk van haar persoonlijkheid geworden.
Don Emilio Navarro, de priester die haar jarenlang geestelijk begeleidde en een goede vriend van de familie was, vatte het in één woord samen: ‘normaal’. Iedereen die haar kende, was zo gewend aan haar glimlach dat juist het ontbreken ervan opviel toen zij er niet meer was.
De foto’s en Super 8-filmpjes die de familie heeft bewaard, bevestigen dit. Super 8 was destijds het gangbare formaat voor thuisvideo’s, enigszins te vergelijken met het filmen met een mobiele telefoon vandaag. Haar vader legde graag het dagelijkse leven vast met zijn kleine camera: thuis, tijdens de zomers in Seva, nabij Barcelona, of op uitstapjes en wandelingen met vriendinnen. Op al die beelden zien we dezelfde uitdrukking. Het was geen glimlach voor de camera. Zo was zij gewoon.

Haar vrolijkheid werkte aanstekelijk. Haar vriendinnen vertelden dat ze het altijd geweldig met haar hadden, ook al deden ze niets bijzonders: wandelen, de Montseny beklimmen of samen basketbal spelen. Haar tomeloze energie hield iedereen voortdurend in beweging, tussen het lachen en de grappen door. Die uitbundigheid leidde er zelfs eens toe dat ze een bed kapotmaakten in Castelldaura, een retraitehuis van het Opus Dei in Barcelona, tijdens enkele dagen van spirituele retraite met een groep vriendinnen.
Maar die vreugde en sereniteit kwamen niet voort uit oppervlakkigheid of uit het negeren van moeilijkheden. Ze hadden een veel diepere oorsprong: een rijp geloof, een levende hoop en een groeiende naastenliefde, die zich verdiepten naarmate ook haar relatie met God groeide. De glimlach van Montse vond haar oorsprong in haar gebedsleven, in dat voortdurende, dagelijkse gesprek met Jezus dat haar hele dag doordrong. Daar lag de bron van haar vreugde.
Een gewoon leven, met beide benen op de grond en het hart bij God
De familie Grases was een groot en hecht gezin, in veel opzichten typerend voor de Catalaanse middenklasse in Barcelona in die tijd: christelijk, liefhebbers van de bergen, met een passie voor muziek en theater, een hechte vriendenkring en een zomerhuis buiten de stad. In het gezin bestond ook de ‘familieraad’, waar de ouders samen met de oudere kinderen de huisregels bespraken en afspraken maakten. Montse had een bijzonder goede band met haar ouders, en vooral met haar moeder. Deze had haar van jongs af aan geleerd te bidden en God te ontdekken in de gewone gebeurtenissen van het dagelijks leven.
Montse was extravert, spontaan en had een goed gevoel voor humor. Ze hield van fietsen, tennis en de bergen. Ze had veel vrienden en maakte voortdurend plannen, vooral tijdens de zomermaanden.

Toen ze dertien jaar was, ging ze af en toe naar Llar, een club van het Opus Dei waar activiteiten werden georganiseerd voor jonge beroepsmensen. Daar bracht ze haar vrije tijd door met vriendinnen en kreeg ze menselijke en spirituele vorming. Langzaam maar zeker begon de boodschap van de heilige Jozefmaria over de heiligheid in het dagelijks leven haar diep te raken.
Maandenlang dacht ze erover na en besprak ze haar verlangen met haar ouders, die haar aanmoedigden om de tijd te nemen en rustig na te denken. Op 24 december 1957, toen ze zestien jaar was, zette ze uiteindelijk de stap: ze vroeg toelating als numerair lid van het Opus Dei. Die middag, toen ze door de straten liep op weg naar het ouderlijk huis om te helpen bij de voorbereidingen voor het kerstdiner, leek Barcelona haar ‘mooier dan ooit’.
Dat was begrijpelijk: ze voelde de vreugde van iemand die haar plaats in de wereld had gevonden. Ze keek ernaar uit om naar Parijs te gaan en daar mee te helpen bij de eerste stappen van het Opus Dei in Frankrijk. Maar aan die horizon zou de ziekte onverwacht een andere wending geven op de weg die God voor haar had uitgestippeld.
Als het leven je plannen in de war stuurt
Montse besefte aanvankelijk niet hoe ernstig haar situatie plotseling was geworden. In het begin voelde ze slechts een lichte pijn in haar been, die steeds erger werd. Ze ging gewoon door met haar dagelijkse leven, zonder er veel bij stil te staan. Haar ouders stonden ondertussen voor het moeilijke dilemma wanneer en hoe ze haar de waarheid moesten vertellen, met alles wat de ziekte van een kind voor een gezin met zich meebrengt.
Op de avond dat Montse vernam dat ze nog maar enkele maanden te leven had, wenste ze iedereen welterusten en ging ze rustig naar haar kamer. Haar moeder ging later even kijken hoe het met haar ging, in de veronderstelling dat ze haar huilend zou aantreffen. Maar Montse zat sereen en vredig te bidden.
Kort daarna organiseerden haar ouders een reis naar Rome voor haar: bidden in de Sint-Pietersbasiliek, de stad bezoeken en de stichter van het Opus Dei persoonlijk ontmoeten, voor wie Montse – net als alle leden van het Werk – dagelijks bad. Voordat ze vertrok, vroeg een van haar jongere broertjes haar om metalen flesdoppen mee te brengen uit de Romeinse bars. Montse glimlachte charmant.
Toen de heilige Jozefmaria Montse begroette, was hij diep onder de indruk van haar vrolijkheid. Onder vier ogen vroeg hij aan Encarnación Ortega – destijds algemeen directrice – of Montse werkelijk wist hoeveel tijd haar nog restte. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Montse stelde Encarnita gerust: zij wist wat haar te wachten stond, maar God vervulde haar in die laatste maanden met vreugde en vrede.

Toen het vliegtuig in Barcelona landde, kwam Montse stralend en vol verhalen terug van haar reis. Terwijl iedereen haar omhelsde, stak haar kleine broertje zijn hand in de zak van haar jas en haalde er een stapeltje kroonkurken uit, precies zoals hij haar had gevraagd.
Zoals haar broer Enrique zich herinnert, wist Montse haar lijden onder ogen te zien zonder zich erdoor te laten overweldigen. Ze bleef studeren, ging uit met haar vrienden en leidde een relatief normaal leven, ook al namen haar krachten steeds verder af. Het christelijke ‘extraatje’, zoals ze het zelf noemde, is dat je pijn met Gods hulp beter kunt dragen door er een gelegenheid van te maken om meer van anderen te houden: je hart verruimen om te leren liefhebben. Montse wist gelukkig te zijn te midden van heel moeilijke omstandigheden en ook de mensen om haar heen gelukkig te maken.
Haar vriendinnen kwamen bij haar thuis op bezoek en vertrokken telkens vol nieuwe energie. Ze hadden over van alles en nog wat gepraat, met zoveel vrolijkheid en spontaniteit dat juist zijzelf degenen waren die er energie van kregen. En Montse was dolblij dat ze iets van haar eigen energie aan hen had kunnen doorgeven.
De laatste maanden hadden ook die typische sfeer van het dagelijkse leven van een meisje dat lichamelijk langzaam wegebde, maar innerlijk steeds meer opvlamde. Die vreugde werd gaandeweg rijper en kreeg steeds meer diepgang. Haar broer zei dat Montse heilig werd naarmate ze gelukkiger werd.
Op 26 maart 1959, Witte Donderdag, stierf zij in Barcelona. Ze was 17 jaar oud.
Lees haar biografie "Montse: met de kracht van de jeugd"
De volgende stap in het heiligverklaringsproces is in zicht
Veel mensen waren er destijds van overtuigd dat Montse in de hemel was. Zo kwam haar heiligverklaringsproces op gang. Haar leven heeft sindsdien mensen uit alle lagen van de bevolking geraakt en wereldwijd doen velen een beroep op haar voorspraak. Sommige van de gunsten die in de loop der jaren zijn verkregen, zijn belangrijk genoeg om in het kader van haar heiligverklaringsproces te worden onderzocht. Hoewel voorlopig nog geen enkele daarvan officieel als wonder is erkend, doen ze vermoeden dat het moment waarop de Heilige Geest de Kerk dit geschenk wil geven, wellicht nabij is.
Opvallend is dat veel van deze gunsten betrekking hebben op mensen die hun levensvreugde waren kwijtgeraakt, hetzij door ziekte, door een tegenslag in het leven of door de last van alledaagse omstandigheden, die soms zwaarder kunnen wegen dan lichamelijke pijn.
- "Die dag hebben we het weer goedgemaakt met mijn moeder. Na jaren heeft ze gebiecht en samen met het hele gezin hebben we haar gouden bruiloft gevierd." (S.M.P., 2016)
- "Ik heb haar om hulp gevraagd om een ruzie tussen broers en zussen te beëindigen die al heel lang aansleepte" (V.G., 2014)
- "Mijn dankbaarheid jegens de eerbiedwaardige Montse Grases is al die jaren levend gebleven en ik heb veel prentjes van haar uitgedeeld" (A.B.M., 2023).
