“De Moeder van God is ingeslapen”

Dit is de sleutel van de deur, die toegang geeft tot het Rijk der Hemelen: Qui facit voluntatem Patris mei qui in coelis est, ipse intrabit in regnum coelorum. Wie de wil van mijn Vader doet..., die zal binnengaan! (De Weg, 754)

Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! - Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de engelen juichen!
Zo zingt de Kerk. - En met deze vreugdekreet beginnen wij onze beschouwing bij dit tientje van de heilige rozenkrans.

De Moeder van God is ingeslapen. - Rondom haar bed staan de twaalf apostelen. - Mattias in de plaats van Judas.
En door een voorrecht dat allen eerbiedigen, staan ook wij bij haar.

Maar Jezus wil zijn Moeder met ziel en lichaam bij zich hebben in de heerlijkheid. - En het hemels hof maakt gebruik van al zijn pracht om Onze Lieve Vrouw feestelijk te ontvangen. Jij en ik - tenslotte maar kinderen - nemen de sleep van de schitterende blauwe mantel van de heilige Maagd op, en zo kunnen wij dit wonderbare schouwspel gadeslaan.

De allerheiligste Drie-eenheid ontvangt de Dochter, Moeder en Bruid van God, en bewijst haar alle eer... - En zo groot is haar majesteit dat de engelen zich afvragen: Wie is zij?

De Heilige Rozenkrans, 4de glorievolle geheim