“Wil niet volwassen zijn. - Wees een kind, altijd een kind”

Wil niet volwassen zijn. - Wees een kind, altijd een kind, ook al sterf je van ouderdom. - Als een kind struikelt en valt, verbaast dat niemand...: zijn vader haast zich om het overeind te helpen.

Als degene die struikelt en valt volwassen is, is de eerste reactie te lachen. - Soms maakt deze eerste opwelling om te lachen plaats voor medelijden. - Maar volwassenen moeten zelf opstaan. Jouw dagelijkse droevige ervaring is vol struikelen en vallen. Wat moet er van jou terechtkomen als je niet steeds méér kind wordt. Wil niet volwassen zijn. - Blijf een kind opdat, wanneer je komt te vallen, de hand van God, jouw Vader, je overeind helpe. (De Weg, 870)

De vroomheid die uit het goddelijk kindschap voortkomt is een grondhouding van de ziel die uiteindelijk het hele bestaan vervult. Vroomheid is aanwezig in alle gedachten, alle verlangens, in alles waar ons hart naar uitgaat. Hebt u nooit opgemerkt dat kinderen —zonder dat ze het zich bewust zijn— in gezinnen hun ouders imiteren? Ze herhalen hun gebaren, nemen gewoonten over, ze vereenzelvigen zich in hun gedrag op heel wat manieren met hen.

Hetzelfde kan gebeuren met het gedrag van een goed kind van God. Het ondergaat ook —zonder te weten hoe of langs welke weg— die geweldige 'vergoddelijking' die ons helpt de gebeurtenissen te zien met de bovennatuurlijke dimensie van het geloof. Men houdt van alle mensen, zoals onze Vader in de Hemel van hen houdt. En —dat is wat telt— we krijgen er een nieuw elan door in onze dagelijkse poging bij de Heer te komen. Onze kleine gebreken —ik zeg het met nadruk— zijn niet van belang, want hier zijn de liefhebbende armen van Onze Vader om ons op te beuren.

Vrienden van God, 146