“God wordt ons gebrek aan geloof niet moe”

Klein zijn: de grootste stoutmoedigheden worden altijd door kinderen bedreven. - Wie vraagt om... de maan? - Wie let niet op het gevaar, als het er om gaat het begeerde voorwerp te pakken te krijgen? Stel je zo'n kind voor met veel genade van God, met het verlangen de wil van God te volbrengen, met veel liefde tot Jezus, met alle menselijke kennis die het in staat is op te nemen..., en je hebt het portret getekend van de apostelen van vandaag, zoals God ze ongetwijfeld wil. (De Weg, 857)

Het goddelijk kindschap is het fundament van de geest van het Opus Dei. Alle mensen zijn kinderen van God, maar een kind kan op heel verschillende manieren op zijn vader reageren. Wij moeten ons best doen om kinderen te zijn die beseffen dat de Heer – in zijn liefde voor ons, zijn kinderen – ervoor gezorgd heeft dat wij midden in deze wereld in zijn huis wonen, dat wij tot zijn gezin behoren, dat Hij alles met ons en wij alles met Hem delen, dat wij op een vertrouwelijke manier met Hem kunnen omgaan zoals eigen is aan een gezin, waardoor we, als een klein kind, zelfs om de maan durven te vragen!

Een kind van God gaat met Hem om als met zijn Vader, niet met slaafse onderworpenheid, ook niet met formeel respect of louter uit beleefdheid, maar heel open en vol vertrouwen. God neemt geen aanstoot aan de mensen. God wordt niet moe van onze ontrouw. Onze hemelse Vader vergeeft iedere belediging zodra zijn kind zich omkeert en zich weer tot Hem richt, als het spijt heeft en vergiffenis vraagt. God is zozeer een Vader, dat Hij ons verlangen naar vergeving ziet aankomen en ons vol liefde en met open armen tegemoetkomt om ons zijn genade te schenken.

Wees ervan overtuigd dat ik dit niet verzin. Denk maar aan de parabel die de Zoon van God ons vertelt om ons de liefde van de Vader in de hemel te laten begrijpen: de parabel van de verloren zoon (vgl. Lc. 15, 11, enz.).
Zijn vader zag hem al in de verte aankomen – zegt de Schrift – en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem af, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk (Lc. 15,20). Dat zijn woorden uit de heilige Schrift: kuste hem hartelijk! Kan het nog menselijker worden uitgedrukt? Kan de vaderlijke liefde van God voor de mensen nog sprekender worden beschreven?

Christus komt langs, 64