“Al onze kracht is ons geleend”

Wees niet slap en week. - Het is nu toch wel tijd dat je dat rare medelijden met jezelf van je afzet. (De Weg, 193)

Wij hebben het over strijd gehad. Maar strijd vereist training, een juiste voeding en het onmiddellijk behandelen van ziekten, blessures en verwondingen. De sacramenten, de belangrijkste medicijnen van de Kerk, zijn geen luxe. Wie er moedwillig geen gebruik van maakt, is niet in staat ook maar één stap te zetten op de weg waarlangs we Christus moeten volgen. We hebben ze even hard nodig als onze ademhaling, als onze bloedsomloop, als het licht, om op elk ogenblik te kunnen inschatten wat de Heer van ons wil.

De ascetische strijd van de christen vraagt sterkte, en die sterkte vindt hij in de Schepper. Wij zijn duisternis en Hij is het helderste licht. Wij zijn ziekte en Hij is de krachtige gezondheid. Wij zijn noodlijdend en Hij is de oneindige rijkdom. Wij zijn zwakte en Hij houdt ons overeind, quia tu es, Deus, fortitudo mea (Ps. 42, 2), want altijd bent U, mijn God, onze sterkte. Niets op de wereld kan de ongeduldig bruisende stroom van het verlossende Bloed van Christus tegenhouden. Maar de menselijke beperktheid kan de ogen met een sluier bedekken waardoor ze de grootheid van God niet zien. Vandaar dat alle gelovigen de verantwoordelijkheid hebben, in het bijzonder degenen die de taak hebben om het volk van God geestelijk te leiden – te dienen – om de bronnen van de genade niet af te sluiten, zich niet voor het kruis van Christus te schamen.

Christus komt langs, 80