Reliek zalige Guadalupe geplaatst in de prelaatskerk

Op maandag 13 juli werd een reliek van de zalige Guadalupe Ortiz de Landázuri geplaatst in de kapel van de ‘Ontslaping van de Moeder Gods’ in de prelaatskerk Onze Lieve Vrouw van de Vrede in Rome, waar ook het lichaam van de stichter van het Opus Dei rust.

Opus Dei - Reliek zalige Guadalupe geplaatst in de prelaatskerkKapel van de ‘Ontslaping van de Moeder Gods’.

Op 22 december 1948 schreef de zalige Guadalupe Ortiz de Landázuri in een brief aan de heilige Jozefmaria Escrivá: “Ik voel mij elke dag meer verenigd met het Werk en met u.” In de loop der jaren werd het geestelijk kindschap van Guadalupe tot de stichter van het Opus Dei steeds sterker. [1]

Op 13 juli werd deze vereniging gesymboliseerd door de plaatsing van een reliek ex ossibus van de zalige, die op 18 mei 2019 in Madrid werd verheven tot de ‘eer der altaren’. Het reliek werd geplaatst in de prelaatskerk Onze Lieve Vrouw van de Vrede in Rome waar ook het lichaam van de stichter rust.

De reliekhouder, ontworpen door Talleres de Arte Granda onder supervisie van een Mexicaanse vrouw die in Rome als architect werkt, werd geplaatst in de kapel van de ‘Ontslaping van de Moeder Gods’, rechts van het altaar en het beeld van de Heilige Maria in Ruste.

De reliekhouder is bevestigd aan een rechthoekige plaat van travertin. Boven het reliek is een bronzen medaillon met een afbeelding van Guadalupe geplaatst, daaronder is haar naam gegraveerd. De reliekhouder is verguld en heeft email figuren op de vier pijlen in de vorm van een kruis.

Dus de eerste lekengelovige van het Opus Dei die werd zaligverklaard is nu aanwezig in de prelaatskerk, waar ook de lichamen van de zalige Álvaro del Portillo, bisschop Javier Echevarría en de dienares Gods Dora del Hoyo zijn bijgezet. Vanaf nu kunnen alle gelovigen die in deze kerk komen bidden ook naar de kapel gaan en bij God voorspraak vragen van de nieuwe zalige.

Meld een gebedsverhoring op voorspraak van de zalige Guadalupe.
Bidprentje Guadalupe.


[1] María Del Rincón en María Teresa Escobar (ed.), Letters to a Saint, blz. 27.