“Moeder! - Roep haar aan, luid, zeer luid”

Moeder! - Roep haar aan, luid, zeer luid. - Zij luistert naar je, zij ziet je misschien in gevaar, en de heilige Maria, - je Moeder -, biedt je met de genade van haar Zoon haar moederlijke troost en haar tedere liefkozingen aan: dan zul je gesterkt zijn voor de nieuwe strijd. (De Weg, 516)

Er zijn geen diepe beschouwingen nodig om de rol van Maria in het leven van de christen te begrijpen, ons tot haar aangetrokken te voelen en met de liefde van een kind haar gezelschap te zoeken, ook al is het mysterie van het goddelijk moederschap zo rijk aan inhoud dat we er nooit genoeg over kunnen nadenken.

Wij moeten van God houden met hetzelfde hart waarmee we van onze ouders, broers en zussen houden, van andere familieleden en van onze vrienden of vriendinnen. Een ander hart hebben we niet, en met dat hart moeten we van Maria houden.

Hoe gedraagt een zoon of dochter zich normaliter tegenover zijn moeder? Weliswaar heel verschillend, maar altijd hartelijk en met vertrouwen. Die hartelijkheid zal bij iedere situatie een andere vorm aannemen, zoals het spontaan komt, maar zal nooit iets kouds over zich hebben. Het zijn de vertrouwde gewoontes van een gezin: de kleine, dagelijkse dingen die een kind graag voor zijn moeder doet en die de moeder mist als ze weleens vergeten worden: een kus of een liefkozing bij het weggaan of thuiskomen, een kleine attentie, een paar lieve woorden…

Als Christus komt langs, 142