“Met Maria, hoe gemakkelijk!”

Eerst, toen je alleen was, kon je het niet... Nu heb je je toevlucht genomen tot Onze Lieve Vrouw. En hoe gemakkelijk is het met haar! (De Weg, 513)

Kinderen hebben de neiging, vooral als ze nog klein zijn, zich af te vragen wat hun ouders allemaal voor hen moeten doen, waarbij ze van hun kant de plichten die zij op grond van hun liefde jegens hun ouders hebben, vergeten. Wij zijn als kinderen gewoonlijk op eigenbelang uit, ofschoon — wij hebben het al vastgesteld — moeders dit niet veel lijkt te kunnen schelen, omdat zij genoeg liefde in hun binnenste voelen en met de allerbeste liefde beminnen: een liefde die wordt gegeven zonder er iets voor terug te verwachten.

Zo is het ook met Maria gesteld. (...) Ons gebrek aan fijngevoeligheid jegens die goede Moeder moet ons — als we ons daaraan schuldig maken — pijn doen.

Ik stel u — en ook mezelf — de vraag: hoe brengen wij haar eer?

Laten we eens te meer terugkeren naar de ervaring van elke dag, naar onze omgang met onze aardse moeders. Wat verlangen zij ondanks alles van hun kinderen, die vlees zijn van hun vlees en bloed van hun bloed? Hun grootste verlangen is hen dicht bij zich te houden. Als hun kinderen opgroeien en het onmogelijk is hen bij zich te houden, dan zien ze vol ongeduld uit naar nieuws van hen, alles wat hun overkomt, roert hen diep: van een lichte ziekte tot de belangrijkste gebeurtenissen.

Kijk: voor onze Moeder Maria houden we nooit op klein te zijn, want zij opent ons de weg naar het Rijk der Hemelen, dat gegeven wordt aan hen die zijn als kinderen (vgl. Mat 19, 14). Wij moeten ons nooit losmaken van onze Vrouwe. Hoe eren wij haar? Door met haar om te gaan, met haar te spreken, haar onze liefde te tonen, in ons hart de gebeurtenissen van haar leven aandachtig te overwegen, door haar onze strijd, onze successen en onze nederlagen te vertellen.

Vrienden van God, 289-290