“Vraag om de werkelijke nederigheid”

De oorsprong van de nederigheid ligt in het kennen van God en het kennen van zichzelf. (De Smidse, 184)

Die depressies als je je gebreken ziet, of als de anderen die gebreken ontdekken, missen elke grondslag.
Vraag om de ware nederigheid.
( De Voor, 262)

Heer, ik vraag U een geschenk: Liefde..., een liefde die me zuivert. En nog iets: zelfkennis, opdat ik nederig word.
( De Smidse, 185)

Heiligen strijden tot het einde van hun leven. Ze weten na een misstap of een lelijke val weer overeind te komen en moedig hun weg te vervolgen; met nederigheid, met liefde en met hoop.
( De Smidse, 186)

Als je fouten je nederiger maken en je daardoor houvast zoekt door de sterke hand van God te grijpen, dan zijn zij een weg naar heiligheid: Felix culpa, gelukkige schuld! zingt de Kerk.
(De Smidse, 187)

Wie nederig is zal de moed niet verliezen bij het zien van de eigen fouten. Echte nederigheid zet ertoe aan... vergiffenis te vragen.
(De Smidse, 189)