“Ga dikwijls een bezoek brengen bij het tabernakel”

Ga dikwijls een bezoek brengen bij het tabernakel, ook al is het alleen maar met je hart, om vertrouwen en rust te krijgen, maar ook liefde... en om liefde te geven! (De Smidse, 837)

Ik neem de woorden over die een priester richtte tot degenen die hem volgden in zijn apostolische onderneming: “Wanneer je de heilige Hostie beschouwt, uitgestald in de monstrans op het altaar, denk dan eens aan de enorme liefde en tederheid van Christus. Ik beredeneer het aan de hand van de liefde die ik voor jullie heb: als ik ver weg aan het werk zou zijn en tegelijkertijd dicht bij ieder van jullie kon zijn, dan zou ik dat heel graag doen!
Christus kan dat wel! Hij houdt van ons met een liefde die oneindig veel groter is dan de liefde van alle mensen samen. Hij is gebleven opdat wij ons altijd met zijn allerheiligste Mensheid kunnen verenigen, maar ook om ons te helpen, te troosten en te sterken, opdat wij trouw zijn.”
(De Smidse, 838)

De uiterlijke manifestaties van liefde moeten uit het hart komen en zich vervolgens uiten in het getuigenis van een christelijk gedrag. Als wij als nieuw zijn door het Lichaam van de Heer te ontvangen, dan moeten we dat met feiten laten zien. Onze gedachten moeten echt gedachten van vrede, van overgave en dienstbaarheid zijn. Onze woorden moeten oprecht, duidelijk en opportuun zijn; woorden die kunnen troosten en helpen, maar vooral woorden die anderen naar het licht van God kunnen brengen. Onze handelingen moeten consequent, effectief en juist zijn; daden die de bonus odor Christi (2 Kor. 2,15), de goede geur van Christus[461] hebben, omdat ze doen denken aan zijn levenswijze.
(Christus komt langs, 156)