“Hij maakte zich tot voedsel, Hij werd Brood”

De grootste dwaas die er ooit geweest is en er ooit zal zijn, is Hij. Bestaat er een grotere dwaasheid dan de manier waarop Hij zich overgaf, en aan wie? Het zou al dwaas geweest zijn als Hij een weerloos Kind gebleven was; maar dan zouden heel wat kwaadwillige mensen vertederd geraakt zijn en Hem niet hebben durven mishandelen. Dat leek Hem niet genoeg: Hij wilde zich nog meer vernederen, zich nog meer geven. En Hij maakte zich tot voedsel, Hij werd Brood. Goddelijke Dwaas! Hoe behandelen de mensen U...?

...En ik?
De Smidse, 824

We kunnen denken aan een heel menselijke ervaring zoals het afscheid van twee mensen die van elkaar houden. Ze zouden voor altijd bij elkaar willen blijven, maar de plicht of wat het ook mag zijn dwingt hen uit elkaar te gaan. Wat zij het liefst willen, kan niet. Hoe groot de menselijke liefde ook is, zij stuit op grenzen, en ze moet de toevlucht nemen tot symbolen. De personen die afscheid nemen kunnen elkaar een aandenken geven, misschien een foto waarop ze zulke warme woorden schrijven dat het je verbaast dat het papier niet vlam vat. Maar meer ook niet, want schepselen zijn niet bij machte al hun wensen te verwezenlijken.

Wat wij niet kunnen, kan God wel. Jezus Christus, volmaakt God en volmaakt mens, laat geen symbool achter, maar een werkelijkheid. Hij blijft. Hij zal naar de Vader gaan, maar Hij zal ook onder de mensen blijven. Hij geeft ons geen cadeau dat de herinnering aan Hem wakker houdt, geen afbeelding waarvan de contouren na verloop van tijd verbleken, of een foto die al snel vervaagt en vergeelt en die geen betekenis heeft voor iemand die niet aanwezig was. Hij is onder de gedaanten van brood en wijn werkelijk aanwezig, met zijn Lichaam, zijn Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid.

Christus komt langs, 83