“De Heer wil van mijn hart zijn troon maken”

Zoveel jaren heb ik dagelijks gecommuniceerd! - Een ander zou heilig zijn geworden, heb je me gezegd, en ik ben nog altijd dezelfde! - Kind, heb ik geantwoord, ga door met je dagelijkse communie en denk: wat zou er van mij geworden zijn, als ik niet dagelijks gecommuniceerd had? (De Weg, 534)

We gaan deze tijd van gebed beëindigen. Bedenk dat Jezus – wanneer je in het diepst van je ziel de oneindige goddelijke goedheid overweegt – door de woorden van de consecratie werkelijk in de hostie tegenwoordig zal zijn, met zijn Lichaam en zijn Bloed, met zijn Ziel en zijn Godheid. Aanbid Hem met eerbied en toewijding; hernieuw in zijn tegenwoordigheid je oprechte liefde voor Hem; zeg Hem zonder angst dat je van Hem houdt; bedank Hem voor dit dagelijkse bewijs van zijn barmhartigheid dat zo vol tederheid is en versterk je verlangen om met een groot vertrouwen tot de communie te naderen. Ik sta verwonderd over dit mysterie van liefde: de Heer wil mijn arme hart als zijn troon, en zolang ik niet van Hem wegga zal Hij mij niet in de steek laten.

Gesterkt door de aanwezigheid van Christus en gevoed met zijn Lichaam zullen wij in dit aardse leven trouw kunnen zijn en zullen wij ons later in de hemel, bij Jezus en zijn Moeder, overwinnaars kunnen noemen. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel? ... God zij gedankt die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer (1 Kor. 15, 55 en 57).

Christus komt langs, 161