De goddelijke roeping van de leek

Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60 van de vorige eeuw verkondigden de concilievaders, dat elke gedoopte – priester, religieus en leek – door God geroepen is tot heiligheid (constitutie Lumen Gentium). In dit artikel volgen enkele citaten van de heilige Jozefmaria over de goddelijke roeping tot heiligheid.

Heiliging van het gewone
Opus Dei - De goddelijke roeping van de leek

De goddelijke roeping van de leek oogt nieuw, maar was voor de eerste christenen al duidelijk. Immers: “De ontvangen roeping is dezelfde als de roeping die in de harten van de vissers, landarbeiders, kooplieden of soldaten opbloeide, die in Galilea om Christus heen zaten en Hem hoorden zeggen: ‘Weest volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is’ (Mt 5, 48).” (Gesprekken met Mgr. Escrivá, Stichting De Boog).

God maakte dat de heilige Jozefmaria deze woorden begreep als de diepe betekenis van het leven van elke christen. Hij stichtte het Opus Dei in 1928 om allen te herinneren Christus na te volgen in de uitoefening van de dagelijkse taken.

Hieronder volgen nog enkele citaten.

“De ontvangen roeping is dezelfde als de roeping die in de harten van de vissers, landarbeiders, kooplieden of soldaten opbloeide, die in Galilea om Christus heen zaten en Hem hoorde zeggen: ‘Wees volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is’.”

“Een van de grootste vreugden was voor mij dat het Tweede Vaticaans Concilie met grote duidelijkheid de goddelijke roeping van de leek verkondigde.”

“En hoe vaak heb ik de ogen van mannen en vrouwen zien schitteren toen zij mij hoorden zeggen dat het huwelijk een goddelijke weg op aarde is. En dat, terwijl ze tot dan toe geloofd hadden dat een leven van overgave aan God niet te verenigen was met hun zuivere, echte menselijke liefde.”

“En tegelijk herhaal ik steeds dat de mensen die hun roeping volgen van het apostolische celibaat, geen ‘vrijgezellen’ zijn, mensen die niet in staat zijn om de liefde te begrijpen en de waarde ervan te onderkennen.”

“Er gebeurt niets anders dan dat hij zich bewust wordt van de radicale eisen van de boodschap van het evangelie, in overeenstemming met de specifieke roeping van iedere mens.”

“God heeft een plan voor ieder afzonderlijk, ieder roept Hij met een heel persoonlijke roeping, die aan niemand anders overgedragen kan worden.”

“Waarvoor ze op de wereld zijn? Om God met heel hun hart en met al hun krachten lief te hebben en alle schepselen in die liefde te laten delen. Is dat dan weinig? God laat niemand aan een blind noodlot over. Hij heeft een plan voor ieder afzonderlijk, ieder roept Hij met een heel persoonlijke roeping, die aan niemand anders overgedragen kan worden.”

“Wie de roeping tot het Opus Dei ontvangt, krijgt een nieuwe kijk op de dingen om hem heen. Hij ontdekt een nieuw licht in zijn sociale contacten, in zijn beroep, in zijn zorgen, zijn verdriet en zijn blijdschap. Maar nooit trekt hij zich van dat alles terug... De ontvangen roeping is dezelfde als de roeping die in de harten van de vissers, landarbeiders, kooplieden of soldaten opbloeide, die in Galilea om Christus heen zaten en Hem hoorde zeggen: ‘Wees volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is’.”

“Het [Opus Dei] verlangt van zijn leden dat ze zich inzetten om, ondanks alle menselijke tekortkomingen en fouten, de natuurlijke en christelijke deugden te beoefenen, omdat ze weten dat ze kinderen van God zijn. Maar als je toch een vergelijking wilt maken dan kun je het Opus Dei, het beste vergelijken met het leven van de eerste christenen. Ze leefden met een totale overgave volgens hun christelijke roeping. Ze zochten ernstig naar de volmaaktheid waartoe ze geroepen waren door het eenvoudige en verheven feit dat ze gedoopt waren. Uiterlijk onderscheidden ze zich in niets van de andere mensen.”

“Vanaf het begin waren de wapens van het Opus Dei het gebed, een leven van overgave, het in stilte opgeven van alles wat egoïsme is, om zo de mensen te dienen. Zoals ik u al zei, komt men bij het Opus Dei alleen maar om een geest te ontvangen die juist leidt naar een volledige zelfverloochening, terwijl de “beroepsarbeid” uit liefde tot God, en om Hem tot zijn schepselen gewoon doorgaat.”

“De speciale taak van de leden van het Opus Dei, waartoe ze zich door God geroepen voelen is van andere aard. Binnen de algemene roeping om heilig te zijn ontvangen de leden van het Opus Dei nog een speciale roeping om in vrijheid en verantwoordelijkheid naar heiligheid te streven en apostolaat te doen midden in de wereld waarbij ze dan de plicht op zich nemen om volgens een specifieke geest te leven en gedurende hun leven een bijzondere vorming te ontvangen.”