Blanca komt oorspronkelijk uit Barcelona en woont al jaren in Duitsland, waar ze werkt bij een adviesbureau dat gespecialiseerd is in digitalisering en verandermanagement. Daarnaast leidt ze een studentenhuis en zet zich in voor de menselijke en spirituele vorming van jongeren. Als tiener voelde ze de roeping om in het Opus Dei in celibaat te leven. In het programma „Gott erlebt“ (“God beleven”) van EWTN vertelt ze hoe ze deze weg ontdekte, welke angsten ze moest overwinnen en wat het voor haar als vrouw betekent om haar hele leven aan God te wijden. Wat volgt is een bewerkte versie van het interview.
Het interview in het Duits kan hier worden bekeken.
Blanca, je naam klinkt niet erg Duits. Vertel ons eens iets over jezelf.
Ik kom uit Spanje, uit Barcelona, en ben opgegroeid in een katholiek gezin. We zijn met acht broers en zussen en ik ben de tweede. Het geloof maakte vanzelfsprekend deel uit van ons gezinsleven. Maar op een bepaald moment moest ik het geloof ook persoonlijk ontdekken. In het begin was het gewoon iets wat vanzelfsprekend bij ons leven hoorde.
Hoe kwam die persoonlijke ontdekking tot stand?
In mijn tienerjaren begonnen de moeilijkheden. Alles klonk als verplichtingen: “Ik moet op zondag naar de mis”, “Ik moet me netjes gedragen”. Ik voelde me minder vrij en keek zelfs met enige afgunst naar degenen die minder beperkingen leken te hebben. Maar beetje bij beetje verdiepte ik me in het geloof en ontdekte ik vooral wat geloven werkelijk betekent. Ik leerde Jezus kennen. Voor mij was het geloof niet langer een idee, maar werd het een persoon. Het kreeg een gezicht; iemand met wie ik kon praten, met wie ik mijn wensen, mijn verlangens en mijn plannen kon delen; ook wat me verdrietig of boos maakte. Zo ontdekte ik steeds meer dat ik werkelijk een dochter van God ben en hoeveel Hij van me houdt. Het geloof begon mijn leven zin en betekenis te geven.
En kwam er op een gegeven moment de roeping om in celibaat te leven?
Ja, er kwam een moment waarop ik voelde dat de Heer me heel dicht bij Zich wilde hebben. Dat Hij me riep voor deze weg: het celibaat, in het Opus Dei, als numeraire. In het begin was ik erg bang. Enerzijds trok het me erg aan, omdat ik mensen had leren kennen die zo leefden en ik het mooi vond. Aan de andere kant maakte het me bang, omdat ik wist dat die weg weinig begrepen werd, soms gekenmerkt door vooroordelen, die niet iedereen aanvaardt. Ik zou weerstand ondervinden; niet iedereen zou blij zijn met mijn beslissing. En ik had ook andere plannen voor mijn leven. Maar in het gebed begreep ik: Heer, als U mij alles hebt gegeven, alles wat mij gelukkig maakt – een geweldige familie, veel vrienden, alles wat ik nodig heb –, hoe zou ik er dan niet op kunnen vertrouwen dat dit leven dat U mij aanbiedt, mij gelukkig zal maken? En zo is het ook gegaan.
Je had het over het Opus Dei. Wat is dat? Zijn er veel vrouwen die op deze weg het celibaat beleven?
Het Opus Dei is een beweging binnen de Katholieke Kerk die wereldwijd actief is. De kernboodschap is om God te zoeken en te vinden in de meest alledaagse situaties: tijdens de studie, op het werk, in het gezin, met vrienden, bij feesten, bij hobby’s, in alles wat je doet, waarbij God altijd centraal staat. De overgrote meerderheid van de leden is getrouwd. Een minderheid leeft in celibaat. Als tiener nam ik deel aan jeugdactiviteiten die door leden van het Opus Dei werden georganiseerd, en daar ontmoette ik voor het eerst vrouwen die voor deze levensweg hadden gekozen.
Is er iemand in je familie die ook het celibaat beleeft? Hoe reageerden je ouders daarop?
In mijn familie niet. Mijn ouders waren verrast, want ze hadden dit niet verwacht, maar ze waren blij. Ze begrepen het, gaven me veel vrijheid op deze weg en zorgden er ook voor dat ik mezelf uitdaagde. Ze hebben het me nooit moeilijk gemaakt, maar ze zeiden wel: denk er goed over na, kijk of het past. We steunen je.
Hoe ben je in Duitsland terechtgekomen?
Als tiener was ik al eens in Duitsland geweest, omdat ik op school Duits leerde en mijn taalvaardigheid wilde verbeteren. Ik raakte een beetje verliefd op het land, de mentaliteit en de cultuur. Bovendien wilde ik graag naar een land met minder katholieken. Dat sprak me erg aan. Er zijn hier maar weinig mensen van het Opus Dei, en ik dacht dat ik daar iets aan zou kunnen bijdragen. Zo ben ik aan dit avontuur begonnen.
Je hebt hier gestudeerd. Wat doe je voor werk?
Ik heb voedingsmanagement gestudeerd. Ik heb in verschillende sectoren gewerkt: in de horeca en het hotelwezen, en daarna in het managementteam van het Opus Dei in Duitsland, waar ik verantwoordelijk was voor het werken met jongeren. Momenteel leid ik een studentenhuis en werk als consultante.
Waar haal je de tijd vandaan om naast al dat andere ook nog eens zoveel vrijwilligerswerk te doen?
Ik werk 40 uur per week, maar de dag telt meer uren, en dat geldt ook voor de week en het weekend. Omdat ik geen eigen kinderen heb, is er meer tijd om aan andere activiteiten te besteden en vooral aan andere mensen, om bij hen te zijn en hen te begeleiden.
Waarvoor of voor wie klopt je hart het meest?
Voor de mensen. Ik geniet van elk moment dat ik met anderen kan doorbrengen, vooral met jongeren, maar ook met mijn vriendinnen: mensen die ik kan begeleiden en steunen, met wie ik diepgaande levensvragen kan bespreken, over de zin ervan, over wat ons leidt. Ik vind het fascinerend om te zien hoe God in het leven van mensen werkt. Dat geeft moed. Ik zie hoe creatief God is, hoe Hij ons tegemoetkomt waar we ook zijn, en hoe verschillend de wegen kunnen zijn waarlangs mensen tot Hem komen. En voor mij is het een vreugde dat Hij door mij heen kan werken; door mijn handen, mijn stem, mijn persoon aan te bieden, zodat Hij, als Hij wil, door mij heen kan werken.
Eerder had je het over de angst voor wat anderen zouden kunnen denken. Hoe heb je die overwonnen?
Het is een rijpingsproces dat iedereen doormaakt. Vroeg of laat beseft je: ik wil mijn eigen leven leiden, niet dat wat anderen voor mij bedacht hebben. Als we ons alleen laten leiden door onze omgeving, bereiken we maar heel weinig. Ik zag dat in, en daarom had ik de moed om zo te leven. Op een bepaald moment zie je je weg, je roeping, je missie. Maar het is ook een dagelijkse keuze en een voortdurende zorg, net als een vriendschap of een relatie: elke dag dieper ingaan op wie ik ben, wat ik wil, wat mijn verlangens zijn, wat mijn hart sneller doet kloppen, wie God is, wie Christus voor mij is. Er worden fouten gemaakt, er duiken vragen en twijfels op. En juist het contact met andere levenswijzen daagt je voortdurend uit en versterkt je tegelijkertijd op je eigen levensweg.
Je zou kunnen zeggen dat je dit alles ook in het huwelijk kunt ervaren. Jij hebt bewust voor het celibaat gekozen. Wat heeft je daartoe bewogen?
Het is een van mijn favoriete onderwerpen, samen met het vrouw-zijn. Ik vroeg me af: verlies ik iets van mezelf als ik geen biologische moeder word? Ben ik dan minder vrouw? Gaat een deel van het geluk aan mij voorbij? Zal ik niet volledig gelukkig worden? Die vraag heeft me lange tijd beziggehouden. Ik heb veel mensen gesproken, veel gelezen en ben door veel mensen geïnspireerd geraakt. Zo ben ik gaan begrijpen dat je fysiek op twee manieren in de wereld kunt staan, om te leven, te handelen, te werken en lief te hebben. Het lichaam is niet iets dat je draagt, zoals een ring; je bent je lichaam. Met mijn lichaam handel ik en heb ik voortdurend lief: wanneer ik met jou praat, wanneer ik luister, wanneer ik iemand omhels, wanneer ik moe word van het werken, wanneer ik schrijf, wanneer ik telefoneer, wanneer ik met mensen afspreek. We communiceren en houden voortdurend van elkaar met ons lichaam. Mannen en vrouwen zijn op verschillende manieren aanwezig in de wereld en kunnen op verschillende manieren liefhebben. In het celibaat krijgt dat een andere vorm dan in het huwelijk.
Hoe ervaar je deze overgave als vrouw dan?
Ook ík geef mezelf volledig, fysiek, maar niet uitsluitend in een huwelijkse relatie in een zeer hechte intimiteit. Daarentegen kan ik veel meer mensen laten delen in mijn leven en deelnemen aan hun leven. Ik ben geen moeder van een paar kinderen, maar moeder van vele mensen. Er wordt gesproken over spiritueel moederschap. Persoonlijk zeg ik liever: ik ben een zus voor jou, een vriendin, een collega. Maar dan op een bijzondere manier: zoals vrouwen handelen en zijn, door hun vermogen om anderen te verwelkomen en voor hen te zorgen. Ik draag de zorgen, wensen en vragen van mensen met me mee; ik ben er voor hen, begeleid hen, ik moedig ze aan. Door mijn celibaat, doordat ik heel dicht bij God kan zijn, kan ik beschikbaar zijn voor veel mensen. Sommigen blijven maar kort in mijn leven, anderen mijn hele leven lang. En ik word voortdurend verrijkt door te zien hoe God in zoveel mensen werkt. Ik zie hoe die zoektocht naar God mensen werkelijk bevrijdt en hen echt gelukkig maakt. Voor mij is het een voorrecht om deze mensen te mogen begeleiden bij dezelfde vragen die ik mezelf ook heb gesteld.
Je werkt nu met jongeren. Hoe reageren zij op jouw levenswijze?
Het verbaast hen natuurlijk. Want het is een levenswijze die je zelden ziet, en het roept bij hen de vraag op: ben je een non? Waarom zit je niet in een klooster? In het begin ontbreekt het aan begrip. Maar door de omgang, door de vriendschappen die ontstaan, wordt het vertrouwder en wordt het beter begrepen. Ik denk dat men het uiteindelijk wel begrijpt... Maar de eerste reactie is meestal: jeetje, dat had ik niet verwacht, dit kende ik niet, het klopt voor mij niet.
Staan jongeren hier voor open, in een tijd waarin er zoveel discussie is over identiteit en gender?
Ik zie een groot verlangen naar de zoektocht naar de eigen identiteit. Veel vragen, maar ook veel verwarring. Voor degenen die al verder zijn in het geloof, is mijn leven verklaarbaar en ik zie dat de vraag over de overgave aan God bij velen actueel is. Eerst moet men een aantal dingen begrepen hebben: wie God is, wie Jezus is. Maar ik zie openheid en veel zoektochten.
Hoe ga je om met twijfels of moeilijke momenten?
Gelukkig ben ik niet alleen. Natuurlijk worstel ik uiteindelijk toch in mijn eentje met die vragen. Maar ik heb keer op keer gemerkt dat alles wat ik bij God breng – als ik Hem vertel dat ik het niet meer aankan, dat ik onzeker ben, dat ik bang ben – een antwoord krijgt. Misschien niet meteen, maar via andere mensen realiseer ik me dat het zin heeft. Daarom vertrouw ik op God, deel ik alles met Hem en weet ik dat er vroeg of laat een antwoord komt. En ik kan rekenen op mensen die me vragen stellen, me advies geven en me helpen.
Houdt jouw celibaat verband met het Opus Dei? Is er sprake van een soort toewijding?
Er is geen speciale wijding; het gaat niet gepaard met een bijzonder ritueel. Niemand zou me tegenhouden als ik in mijn eentje het celibaat zou willen beleven. Maar het is zinvol om het samen met anderen te doen. Het Werk heeft een bepaalde spiritualiteit, de roeping wordt met anderen gedeeld. Men vindt kracht in de anderen en samen zoekt men antwoorden op dezelfde vragen. Voor mij persoonlijk is het heel zinvol om op deze manier te leven. In het Opus Dei is het celibaat niet gekoppeld aan een wijding, omdat wedit christen zijn te midden van de wereld willen beleven en benadrukken. Het doopsel is het teken van onze identiteit. Door het doopsel behoor je tot de familie van God; je bent een dochter van God; je lijkt op Hem, je kunt Hem weerspiegelen: Zijn goedheid, Zijn kracht. Je hebt geen extra teken nodig. Het doopsel is voldoende.
Welke kenmerken heeft jouw geloofsleven?
Leven van de rijkdom van de Kerk, dat is niets nieuws. Een diepe verbondenheid met de Heer. Het celibaat is niet vol te houden als je niet heel dicht bij de Heer staat, verankerd in God, juist omdat het een liefdesrelatie is. Daarom maakt de dagelijkse Heilige Mis deel uit van mijn leven, want dat is het moment bij uitstek waarop ik volledig verenigd ben met God. Ook het dagelijks gebed, onze plannen, mijn vragen met hem delen, dromen en verlangens, over wie God is en wie Jezus voor mij is. En een grote liefde voor de Moeder van God! Dat zijn de pijlers van mijn geloofsleven.
Hoe is het gemeenschappelijk samenleven?
Het Opus Dei is een familie. Ik woon in een centrum met andere mensen die ook het celibaat beleven. De overige leden van het Werk wonen bij hun biologische gezinnen. Maar we zijn allemaal met elkaar verbonden en verenigd door iets dat verder reikt dan de muren van een gebouw: dezelfde roeping, dezelfde manier om die in het dagelijks leven te beleven; we zien elkaar bij activiteiten, bijeenkomsten en verjaardagen; we delen dezelfde missie. Zo koesteren we de relaties en de verbondenheid onder elkaar.
Heb je plannen of wensen voor de toekomst?
Op dit moment woon ik op een nogal bijzondere plek: een studentenhuis. We wonen daar samen met studenten die niet per se gelovig zijn, jongeren uit verschillende landen, met verschillende religies of helemaal geen. Het is een heel mooi samenleven; we staan voortdurend in contact met elkaar: zij met gelovigen, wij met niet-gelovigen. Die ontmoeting is heel verrijkend. Je stelt jezelf voortdurend nieuwe vragen: waarom denkt deze persoon zo? Waarom handelt zij op deze manier? Er ontstaan prachtige gesprekken, die voor beide partijen verrijkend zijn. Ik weet niet of je dit een plan kunt noemen, maar ik zou graag zo in de wereld blijven staan: mensen iets laten zien van het licht van Christus en tegelijkertijd openstaan voor wat zij ons te bieden hebben. Zo kunnen we elkaar wederzijds verrijken en versterken.
Tot wie kan iemand zich wenden die meer wil weten over deze levenswijze?
Je kunt contact opnemen via de officiële website van het Opus Dei, die je in contact zal brengen met de juiste persoon. Je kunt naar een centrum van het Opus Dei gaan. En voor wie in de buurt is: kom gerust langs! We brengen mensen graag in contact.
